Een robot zet een huis zo in elkaar

Snel bouwen Hoe krijg je er snel een miljoen woningen bij als de bouwvakkers op zijn? Bouwbedrijf Dijkstra Draisma maakt gevels in zijn fabriek. In twee maanden 45 huizen neerzetten? Het kan.

De werkplaats van bouwbedrijf Dijkstra Draisma loopt voorop in nieuwe en snellere manieren van bouwen.
De werkplaats van bouwbedrijf Dijkstra Draisma loopt voorop in nieuwe en snellere manieren van bouwen. Foto Kees van de Veen

Van een houten frame naar een echte gevel, met bakstenen en al. Vanaf een loopbrug aan het plafond van de fabriek van de Friese Bouwgroep Dijkstra Draisma zie je als het ware een huis ontstaan.

„Daar wordt het frame gezaagd, daar wordt het geframed, daar gefreesd”, zegt Folkert Linnemans, verantwoordelijk voor innovatie bij het bouwbedrijf. Hij wijst kloksgewijs naar plekken in de werkplaats. Linnemans maakt met zijn vinger het uur vol. „Daar wordt de isolatie aangebracht, daar de bedrading, de afwerking.” Straks is dit de buitenmuur van een school in Noord-Holland.

Hier in Dokkum worden voor-, achter- en zijkanten en daken van huizen geautomatiseerd in elkaar gezet. Het Friese bouwbedrijf (190 miljoen euro omzet, 375 vaste werknemers) nam deze fabriek vorig jaar in gebruik. Pronkstuk van de productielijn is robot Robi-One. Drie robotarmen voorzien de gevels van steenstrips. Eerst wordt lijm aangebracht, vervolgens leggen de armen de bakstenen kaarsrecht achter elkaar, zodat de buitenkant van de gevel gemetseld lijkt. Binnen een uur zetten ze 840 stenen. Linnemans: „Als je dit een mens laat doen, zijn dat er maximaal zo’n veertig tot vijftig per uur.”

Terwijl de vraag naar woningen in Nederland stijgt, blijft de bouwproductie achter. Groot probleem is het tekort aan personeel. Tijdens de economische crisis raakte de bouw meer dan 200.000 van de 483.000 bouwvakkers kwijt. Nieuwe instroom en herintreders vingen de aantrekkende vraag wat op, maar zeker niet volledig. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek werkten er in 2016 ruim 70.000 mensen minder in de bouw dan in 2008.

„We hebben tijdens de crisis op de rem getrapt. Daardoor hadden veel bouwvakkers geen werk meer. En nu hebben we een groot tekort aan handjes”, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de Technische Universiteit Delft. Het tekort is zo groot, dat Boelhouwer niet verwacht dat volgend jaar een nieuwbouwproductie van 75.000 huizen wordt gehaald, zoals door minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in haar Woonagenda vastgelegd. „Ik zou het al heel mooi vinden als we de 65.000 halen.”

Het moet sneller

Het moet sneller, huizen bouwen, en daarvoor zijn meer mensen nodig. Eén oplossing is meer opleidingen, en campagnes om de sector aantrekkelijker te maken. Maar de resultaten daarvan kunnen jaren op zich laten wachten.

Een andere oplossing is buitenlandse werknemers aantrekken. Harde cijfers over het aantal buitenlanders in de bouw zijn er niet, maar veel bouwbedrijven hebben ze al. Noodgedwongen, want ideaal is het niet. „Bij ons op de bouwplaats werken bij sommige onderaannemers nu meer buitenlandse werknemers dan Nederlanders”, zegt Bart Pigge. Hij is namens bouwer DuraVermeer projectleider van het Noordgebouw, dat begin volgend jaar naast Utrecht Centraal wordt opgeleverd. „Dit vereist veel meer controle. Ze spreken de taal niet en zijn het net wat anders gewend dan hoe wij het hier doen.”

Kan er dan niet meer werk worden verzet met de mensen die er nu wel zijn? „We kunnen meer gebruik maken van prefabricage en standaardisatie. Dan heb je minder mensen nodig”, zegt hoogleraar Boelhouwer. Toch gebeurt het nog weinig: volgens Linnemans zijn er in Nederland maar zeven robotarmen die in de bouw worden gebruikt, „waarvan drie bij ons”.

Bouwgroep Dijkstra Draisma laat zien hoe weinig personeel je nodig hebt om een huis neer te zetten. Twintig mensen kunnen in de fabriek per jaar gevels bouwen voor duizend huizen. Als de gevels klaar zijn, kan een man of vijf op locatie een huis in één dag afbouwen. „En dan hebben we het niet over 24 uur”, zegt Linnemans. „Gewoon van half zeven ’s ochtends tot half vier ’s middags.” Nog sneller gaat het als de huizen naast elkaar komen. Het record van het bedrijf is 45 huizen die in 60 dagen werden opgeleverd.

Die snelheid van bouwen wordt gehaald omdat elke gevel op dezelfde manier in elkaar is gezet. Leidingen en stroomkabels zijn in de fabriek in de vloeren verwerkt. Op locatie hoeven die alleen nog aan elkaar te worden geklikt. „Dat scheelt een elektricien op de bouwplaats”, zegt Linnemans. Hij werkt met zijn collega’s op dit moment aan ‘nivellerend behang’ – voor een gladde muur is stuccen dan niet meer nodig. Dat scheelt weer een stukadoor.

Vergelijk het met auto’s

Hoe simpel en logisch zulke oplossingen mogen zijn, in de bouw vormen ze een zeldzaamheid. Woningen worden naar wens van de opdrachtgever in elkaar gezet. Zo is elk huis of complex uniek, en ook elk bouwproces.

En dat is eigenlijk vreemd, zegt Linnemans. Hij trekt een vergelijking met auto’s: „Als je bij een dealer komt, kun je voor je nieuwe auto een kleur kiezen, en een sterkere motor, misschien wel het aantal stoelen op de achterbank. Maar je kunt niet zeggen dat je het dak vijf centimeter hoger wil, of de bumper twaalf centimeter naar achter. Dan krijg je een rare blik en wordt je weggestuurd. Toch is dat precies wat er gebeurt bij het bouwen van huizen.”

Het Friese bouwbedrijf draait de zaken om: het biedt standaardopties, waaruit de koper een keuze kan maken. Klinkt beperkt, zegt Linnemans, maar dat is het niet. „Onze fabriek kan honderden gevelconfiguraties aan.”

Zijn huizenkopers op zoek naar gestandaardiseerde huizen? Deels, zegt Linnemans. Voor de sociale sector zijn de woningen in ieder geval zeer geschikt. „We richten ons vooralsnog op complexen voor corporaties”, zegt hij. „Op termijn kunnen ook particuliere kopers een doelgroep worden.”

Uitontwikkeld is de fabriek daarom niet. Linnemans: „Dit is een tussenstation, noem het Fabriek 1.0. Wij zijn alweer bezig met Fabriek2.0 of zelfs 3.0.”

Pronkstuk van de productielijn is robot Robi-One. Drie robotarmen voorzien de gevels van steenstrips. Foto Kees van de Veen

Prijsreductie

De gestandaardiseerde huizen kosten nu nog net zo veel als normale. Kwestie van terugverdienen van de investeringen in de fabriek, die zo’n 5 miljoen euro heeft gekost. „Pas op grotere schaal kunnen we goedkoper worden, toch winst maken en een grote rol spelen in het aanpakken van de woningnood”, zegt Linnemans.

Daarvoor moet de hele bouw, inclusief toeleveranciers, standaardiseren, zegt Linnemans. „Dat is nog belangrijker dan dat we een fabriek vol robots bouwen. Als wij de enige zijn die dat doen, zijn wij hooguit wat efficiënter dan de rest. Alleen als iedereen meedoet, ontstaat de schaal waarmee prijsreductie mogelijk is.”

Tot banenverlies zal inzet van robots niet leiden, zegt hoogleraar Boelhouwer. „De meeste mensen willen toch in een bijzonder huis wonen, dus er zal altijd vraag blijven naar bouwvakkers die unieke projecten kunnen neerzetten.”

Het tekort aan personeel is momenteel zo groot, zegt Linnemans, „dat als de hele industrie nu zou overstappen op robots, we de huidige vraag naar nieuwbouwwoningen misschien net aankunnen”. Bovendien, zegt hij, wordt het werk van bouwvakkers door robotisering léúker. „Als robots sneller en goedkoper nieuwbouw produceren, kunnen we vakmensen vrijmaken voor bijvoorbeeld mooie restauratieprojecten.”

Sneller en geautomatiseerd bouwen zal het woningtekort overigens niet ineens oplossen. Want het is ook belangrijk wannéér je bouwt, zegt Boelhouwer. „Je moet de bouw van woningen niet pas ondersteunen als er vraag naar ontstaat, maar die bouw juist stimuleren als de vraag wegvalt.” Doorbouwen dus, zegt hij, ook als de volgende crisis zich aankondigt. En blijven investeren in innovatie.

Bij Bouwgroep Dijkstra Draisma deden ze dat, en daar profiteren ze nu van. De omzet is in twee jaar verdubbeld, het personeelsbestand met 25 procent toegenomen. Linnemans: „Onze directeur zegt altijd: je moet innoveren op het dieptepunt van je bedrijf, én je moet innoveren op het hoogtepunt. Doe je het als het slecht gaat, dan word je efficiënter. Doe je het als het goed gaat, dan blijf je vooroplopen.”

Twintig mensen kunnen in de fabriek van Dijkstra Draisma per jaar gevels bouwen voor duizend huizen. Als de gevels klaar zijn, kan een man of vijf op locatie een huis in één dag afbouwen. Foto Kees van de Veen