Grotduiker Ben Reymenants: ‘Het was wel buiten de comfortzone’

Eindejaarsinterviews Duiker Ben Reymenants (45) werkte mee aan de redding van twaalf Thaise jongens die met hun voetbalcoach zeventien dagen vastzaten in een grot in Thailand.

De Vlaamse duiker Ben Reymenants (45) werkte mee aan het opsporen van twaalf Thaise jongens die met hun voetbalcoach zeventien dagen vastzaten in een grot in het noorden van Thailand. Het duurde negen dagen voor een internationaal reddingsteam hen had gevonden, en daarna nog acht om hen allemaal veilig uit het labyrint van gangen te krijgen.

Reymenants neemt de telefoon op in Phuket, Thailand, waar hij een duikbedrijf heeft.

Doet u vaker reddingswerk?

„Niet met levende mensen. Wij worden meestal opgeroepen om lichamen te zoeken in wrakken op grote diepte. Dat zijn ook complexe operaties, maar niet zo complex als de grotten. Elke dag waren we tien uur bezig die grot in te kruipen met ten minste vijftig kilo aan materiaal – onder meer grote rijstzakken gevuld met klimtouw dat een levenslijn voor die jongens moest worden. Er gaan veel dingen fout: een gebroken duikcomputer, je pak scheurt tegen de rotsen, je komt vast te zitten in kabels die eerder zijn achtergelaten. Het was wel buiten de comfortzone.”

Het Britse duikteam vond de situatie in het begin te gevaarlijk, u ging toch de grotten in. Nam u zo een te groot risico?

„De Britten hadden het afgeblazen maar de Thaise Navy Seals moesten doorgaan met zoeken. Twintig van die Seals van 19, 20 jaar zouden met een normale uitrusting die grotten in gaan. Ik ben 45, ik heb geen kinderen en een betere uitrusting. Ik dacht: Als ik nu duik, duiken zij tenminste niet.”

Alleen het Britse team kreeg betaald, voor de rest waren wij allemaal vrijwilligers. Best een duur grapje, maar dat risico neem je.

Later is één duiker omgekomen. Heeft u gevaar gelopen?

„Vooral de eerste dag was het zicht slecht, ik zag geen hand voor ogen. Toen dacht ik wel: wat ben ik in godsnaam aan het doen? Een paar dagen later is een vriend van mij komen helpen, ook een grotduiker. Hij was erbij toen ik diep in de grotten ineens een vernauwing ingezogen werd. Ik had een verkeerde tunnel genomen, die stroomafwaarts ging richting Birma. Ik heb mezelf klemgezet en kon niets meer doen, er was te veel stroming. Mijn vriend heeft mij toen letterlijk bij mijn vinnen achteruitgetrokken. Toen hadden we er wel even genoeg van. Hij was ook door zijn lucht heen.

„Maar ik had nog één zak met touw. Ik heb hem achtergelaten in een luchtbel en heb nog 200 meter touw kunnen leggen. De laatste dag zijn wij tot op 150 meter van de kinderen gekomen – heeft de Thaise rescue later verteld. Toen was het touw op.”

Bent u betaald voor de klus?

„Alleen het Britse team kreeg betaald, voor de rest waren wij allemaal vrijwilligers. Iedereen betaalde zijn eigen vlucht naar Chiang Rai. Best een duur grapje, maar dat risico neem je. Toen de laatste jongen uit de grot was, is er een pomp gebroken en is de hele grot ondergelopen. Met tonnen aan duikmateriaal, ook van ons.”

Foto Royal Thai Army

Kregen de vrijwillige redders waardering van Thailand?

„Van een afgezant van de koning hebben we een geschenk gekregen, een soort zilveren box met soldaatjes. Een paar maanden later zijn we naar het paleis van de koning gevlogen, waar we medailles uitgereikt kregen. De Britten waren daar niet uitgenodigd. Wel de Amerikanen, en een Fin. We zijn ook verheven in een Thaise ridderorde.”

Laatste vraag: waar bent u met Kerst?

„In de bergen van Pakistan. We hebben een contract om in de Indusvallei op grote diepte een van de grootste stuwdammen ter wereld te inspecteren. Die dam voorziet de helft van Pakistan van goedkope stroom. Mijn – Nederlandse – echtgenote vindt het niet zo fijn dat ik er met Kerst en Nieuwjaar niet ben. Het is ook midden in Talibaan-gebied. Maar er is veel security.”