Opinie

    • Auke Kok

Eenakter vol stil leed voor zeven vrouwen

None

Soms weet je niet wat je ziet – en blijf je juist daarom staan kijken. Dat had ik op de Middenweg in de Watergraafsmeer. Ik kon gewoon niet verder gaan. Halt houden en observeren moest ik, want aan de overkant was iets gebeurd. Een politieauto knipperde op de stoep. Twee gestrekte benen lagen op de grond naast een gevallen fiets met een kinderzitje. De vrouw die bij de benen hoorde werd overeind geholpen: een Surinaamse met een mutsje, of misschien een doekje, op haar bezeerde hoofd. Een andere vrouw stond tegen een winkelpui te huilen achter haar bril. Uit schuld? Uit medelijden? Of alleen maar geschrokken van wat ze had gezien?

Dat zijn veel vraagtekens en dat zou zo blijven. Misschien omdat alle betrokkenen vrouwen waren. Het maakte mijn fascinatie alleen nog maar groter. Al kijkende kreeg ik geen vat op de toedracht. Intussen dacht ik van alles wat ik mogelijk niet hoorde te denken.

De vrouwen stonden op het door winkels omzoomde beginstuk van de Middenweg, dat afdaalt van de ringdijk naar de polder. Vanwege het niveauverschil was een van hen vermoedelijk te snel gegaan. Een botsing tussen fietsers, geen brommer te bekennen: een prelude op het komend jaar als de snorfietsen naar de rijbaan moeten. Ook zonder de snorfietsen zullen er op de fietspaden ongelukken gebeuren, zo bleek maar weer op de Middenweg. En ze vinden evengoed plaats als er uitsluitend vrouwen bij zijn betrokken. Ik bleef kijken.

Ook zonder de snorfietsen zullen er op de fietspaden ongelukken gebeuren, zo bleek maar weer op de Middenweg

De twee politieagentes, beiden gezegend met een knotje, hadden de taken verdeeld. De ene troostte de huilende vrouw terwijl de andere de Surinaamse, die nu weer stond, hielp haar balans te hervinden. De Surinaamse wankelde, de agente bood haar armen aan als een levende rollator: de Surinaamse zette voorzichtig een paar stapjes. Op enkele meters afstand keken twee volwassen vrouwen en een meisje toe: moesten zij getuigen? Waren zij deel van het probleem? Ik had geen idee en het leek ook niemand te interesseren. Oorzaak en gevolg waren bijzaak. Er was leed, er moest geholpen worden, getroost worden.

Is dat vrouwelijk? Is dat op een bepaalde manier seksistisch om te zeggen? Alles op de stoep ademde zorg; niks armpje drukken van, had je maar beter moeten uitkijken, of je reed veel te hard domme eikel. Het verkeer reed gewoon door terwijl de Surinaamse haar pijn verbeet en de gebrilde zachtjes weende en de blonde knotjes bijstand verleenden. In deze eenakter vol stil leed gesticuleerde niemand.

Een van de vrouwen die had staan te kijken raapte haar fiets op en reed weg; rieten mandje voorop, kinderzitje achterop, boodschappentas aan haar schouder. Een schijnbaar drukke Amsterdamse die nog meer te doen had. Gold ook voor de rest. Ieder ging ‘zijns’ weegs.

Uiteindelijk reed de politieauto stapvoets over het fietspad om elders de rijbaan weer op te gaan en zo zou je zweren dat er niets was gebeurd. Alles was – mag je dat zeggen? – op een vrouwelijke manier opgelost.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok