Een jaar extra zichtbaar in New York: mooi voor Nederland

Dat Nederland in de Veiligheidsraad zat, had nut, analyseert Michel Kerres.

Nederland zat het afgelopen jaar in de VN-Veiligheidsraad. U wist dat natuurlijk, maar veel mensen is het ontgaan.

Over de Haagse politiek wordt gezegd dat ze zich afspeelt onder een kaasstolp op het Binnenhof – ondoorgrondelijk en ver van de burger. Over Brussel wordt beweerd dat het een project is van de liberale elite, losgezongen van de doorsnee Europeanen. De V-raad is gevoelsmatig nog véél verder weg. De burger klaagt dan ook niet over de V-raad. Hij neemt die raad niet eens waar.

Nu maken de diplomaten het de burger ook niet makkelijk. De vergaderingen bestaan uit korte teksten waar elk leven uitgewrongen is, en worden voorgedragen door mensen die met twee woorden spreken. Verbaal vuurwerk is er soms, maar je moet goed opletten. De statische tv-registratie helpt niet. Zonder professioneel commentaar is het niet te doen. Als al een diplomatieke carambole wordt gemaakt, is de kans groot dat je hem niet waarneemt.

De raad is ook zelden van direct belang voor het leven in Nederland. Als je in een land woont waar in opdracht van de raad VN-blauwhelmen gestationeerd zijn (Mali) of VN-hulporganisaties hongersnood lenigen (Jemen), is de interesse mogelijk groter. Het laatste opzienbarende Nederlandse V-raad-moment is ruim vier jaar geleden: het emotionele optreden van de toenmalige minister Timmermans na het neerhalen van vlucht MH17.

En dan heeft de raad het ook nog eens moeilijk. Ze kan weinig doen als de vetomachten elkaar blokkeren. De raad kan het conflict in Syrië niet oplossen als Rusland en de VS elk aan een andere kant staan. Helaas staat de geopolitieke barometer tegenwoordig vaker op conflict dan op samenwerken. De VS, Rusland en China bestrijden elkaar op meerdere fronten.

Als Nederland zich dan toch inspant een tijdelijke zetel in die raad te bezetten, dringt de vraag zich op: waarom?

Om de wereld ietsje beter te maken? Zeker. Nederland hielp mee aan het opvijzelen van VN-vredesmissies, vond een creatieve manier om mensensmokkelaars en verkrachters aan te pakken en bleef aandringen op een oplossing voor Syrië en Jemen. Pièce de résistance werd een resolutie over conflict en honger, die hongersnood als wapen verbiedt en die het eenvoudiger maakt om honger aan te kaarten in de raad. De resolutie, in mei aangenomen, wordt al als ‘historisch’ aan de man gebracht, maar misschien moeten we de tijd zijn werk laten doen. Nederland brak ook een lans voor mensenrechten. Amnesty was tevreden, zei lobbyist Youssef Rahman deze week tijdens een debat in Amsterdam – ook al had Nederland de westerse wapenleveranties aan Jemen harder moeten veroordelen.

De mondiale machtsverhoudingen veranderden natuurlijk niet op slag toen Nederland in januari zijn opwachting maakte; de speelruimte was daarom bescheiden.

De winst zit elders. Nederland was een jaar extra zichtbaar in New York. Dat is mooi. Daarnaast is van belang dat Nederland actief het internationale stelsel van overleg en regels steunt. Met een assertieve opstelling van Rusland en China en een Amerikaanse president die geen regels wil maar deals, hebben de VN en alles waar de organisatie voor staat het moeilijk. Nederland, klein land in een grote wereld, heeft er alle belang bij dat het stelsel overeind blijft. Het kan dus geen kwaad om vaker naar New York te kijken – ook als Nederland niet in de V-raad zit.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde
    • Michel Kerres