Hoe Denemarken met ‘gettowetten’ wil afrekenen met probleemwijken

Probleemwijken Met brede steun in politiek en onder de bevolking zijn in Denemarken regels voor mensen die in probleemwijken wonen, aangescherpt: hardere straffen, verplichte scholing.

Wie straks in een wijk als Gellerup voor winkeldiefstal of vandalisme wordt opgepakt, kan twee keer zo hard bestraft worden als elders.
Wie straks in een wijk als Gellerup voor winkeldiefstal of vandalisme wordt opgepakt, kan twee keer zo hard bestraft worden als elders. Foto l’ Agence VU

Winter in de lucht, drukte op het schoolplein. Arm en rijk, wit en zwart joelt en krioelt door elkaar. „Ons eigen kleine stukje van de toekomst van Denemarken”, zegt directeur Karen Jessen, en haar ogen fonkelen achter de glazen van haar bril. Precies wat ze voor ogen had toen ze, iets meer dan een jaar geleden, haar baan op een school in een ingeslapen provinciestad opzegde en naar Aarhus verhuisde.

Integratie komt een land niet aanwaaien, had Jessen zich bedacht, je moet er iets aan dóén.

En dus zit ze vandaag hier, in de sobere directeurskamer van haar school buiten de ring, in het hart van twee werelden: de achterstandswijk Gellerup met zijn asgrauwe hoogbouw en het witte, welgestelde Brabrand met rijtjeshuizen. Arm of rijk, zegt Jessen, haar scholieren zijn gelijk. „Of je uit Brabrand of Gellerup komt, dat maakt hier niets uit.”

Behalve dan, sinds deze maand, voor de Deense wet.

Wie straks in een wijk als Gellerup voor een winkeldiefstal of vandalisme wordt opgepakt, kan dubbel zo hard bestraft worden als elders. Ouders riskeren er tot vier jaar cel als ze hun kinderen voor lange periodes naar het land van hun voorouders sturen. Peuters gaan er straks vanaf hun tweede levensjaar verplicht naar de crèche om bijgeschoold te worden in de Deense taal en cultuur. ‘gettowetten’ noemt de Deense overheid ze, bedoeld om voorgoed af te rekenen met de kwetsbaarste wijken.

Over de aankondiging van de plannen schreef NRC in maart: ‘Dit is een groot sociaal experiment’

Al sinds hun aankondiging stuiten de onorthodoxe maatregelen op weerstand. Critici vrezen voor een toename van intolerantie en segregatie, de mensenrechtencommissaris van de Verenigde Naties sprak van een „enorm verontrustend” plan. Maar bewondering is er ook, onder meer van VVD’er Klaas Dijkhoff, die delen van de Deense aanpak ook in Nederlandse probleemwijken wil toepassen.

Onder de Denen is van die verdeeldheid weinig te merken. Met brede steun, van links tot rechts, stemde het parlement in met de waslijst aan regels, die nu gaat gelden in 29 ‘getto’s’: stadsdelen waar de werkloosheidscijfers en misdaadstatistieken hoog uitslaan en een meerderheid van de bevolking van niet-Deense komaf is. Discriminatie? Geen sprake van, aldus premier Lars Løkke Rasmussen. „Deze specifieke aanpak is nodig, zodat we niet Denen in alle delen van Denemarken lastig vallen.”

‘Zwarte gaten op de kaart’

De ‘getto’s’, met een totaal van zestigduizend inwoners, beheersen het integratiedebat van 5,8 miljoen Denen. Volgens Rasmussen, die een centrumrechts kabinet leidt met gedoogsteun van de nationalistische Deense Volkspartij, vormen ze „zwarte gaten op de kaart van Denemarken” en voeden ze „parallelle samenlevingen”.

Die bewoording vindt antropoloog Tina Gudrun Jensen veelzeggend. „Als je politici zo hoort praten, klinkt in alles door dat ze deze gebieden helemaal niet als Deens beschouwen.”

Ironisch, vindt ze ook: het was juist de overheid zelf die jarenlang gastarbeiders en vluchtelingen huisvestte in buitenwijken aan de stadsrand. Precies die wijken worden nu als on-Deense exclaves weggezet.

Als onderzoeker aan de Universiteit van Kopenhagen trok Jensen vaak de wijken in. Ze leerde de bewoners kennen en zag hoe hetzelfde patroon zich voltrok: een wegtrekkende witte bevolking, opgedroogde baankansen, de nieuwkomers als laatste achterblijvers. „Ook zij waren maar wat graag verhuisd”, zegt Jensen. „Maar dat bleek voor de meesten onbetaalbaar.”

Zo ontstonden wijken als Gellerup, volgens de overheidsstatistieken een van de zwaarste gevallen onder de probleemwijken. Meer dan de helft van de inwoners werkt of studeert niet. Het aantal veroordeelden met een strafblad is nergens zo hoog. Vorig jaar vochten bendes, die prostitutie en de drugsmarkt beheersen, elkaar de tent uit. En als de schemer invalt, klinkt het op straat, wordt openlijk gedeald en kun je delen van de wijk maar beter mijden.

Acht van de tien inwoners van Gellerup hebben niet-Deense wortels, laten de minutieus bijgehouden cijfers op de lijst ook zien: zijzelf of beide ouders zijn buiten Denemarken geboren. Libanezen, Somaliërs en Turken zijn de grootste groepen. Zij bewonen de betonnen huizenblokken die het straatbeeld bepalen. Hun boodschappen doen ze het liefst bij de eigen gemeenschap in de lokale bazaar.

Strenge overheid

Immigranten maken een relatief klein deel uit van de Deense bevolking – 13 procent heeft een migratieachtergrond, versus 22 procent in Nederland. Maar hun integratie stokt en hapert. In geen enkel Europees land is het gat op de arbeidsmarkt tussen ingeborenen en nieuwkomers zo groot als in Denemarken. In het gelukkigste land ter wereld lopen opgroeiende immigranten vier keer zo veel risico in armoede te belanden als de rest van de bevolking.

Als er één groep is die van beter integratiebeleid zou profiteren, zegt Karen Jessen in haar directeurskamer, dan zijn het wel de migranten zelf. Om dat te zien, hoeft ze maar rond te kijken op haar eigen school, waar een op de vijf leerlingen – bijna zonder uitzondering uit Gellerup – moeite heeft mee te komen: ze kampen met taalachterstanden, groeien op in instabiele families, leven in een onveilige buurt.

De schooldirecteur – zwart haar, klein van stuk – is een tengere verschijning, maar als ze haar twijfels uit, vult ze de kamer. „Het is een enorm dilemma. Je wil niet over andermans levenskeuzes beslissen, maar het zou soms zó helpen.” De verplichte taallessen voor peuters kan ze nog wel begrijpen. „Maar aparte regels voor een aparte groep mensen in een apart gebied: helpt dat? Als straks een celstraf wordt opgelegd of de kinderbijslag wordt afgeknepen, wordt een gezin of gemeenschap daar echt sterker van?”

Veel Denen denken van wel. De vrees voor het voortbestaan van de verzorgingsstaat zit er goed in. Om die te beschermen, is het overheersende gevoel, zijn forse maatregelen noodzakelijk. En is een strenge en aanwezige overheid niet altijd de drijfveer geweest achter het Deense succesverhaal?

Internationale bewondering

Ook internationaal oogst het harde beleid bewondering, zij het in de luwte. Toen Angela Merkel in de hoogtijdagen van de vluchtelingencrisis lof oogstte met haar ruimhartigheid, vloog haar regering ondertussen één van de architecten van de Deense methode in, om het Duitse integratiebeleid te souffleren.

Lees terug: Dijkhoff krijgt harde kritiek op plan voor probleemwijken

Nu zoekt ook Nederland het noorden op voor inspiratie. Eerst was er Lodewijk Asscher (PvdA), die wel brood ziet in de harde lijn van zijn sociaaldemocratische collega’s. En toen volgde Klaas Dijkhoff, die zijn probleemwijkenplan op het Deense model baseerde. Vanzelfsprekend, aldus de de VVD-voorman. „Want wij zijn landen met gelijke waarden.”

De Deense aanpak lijkt soms ontworpen om te choqueren. Probleemwijken noem je getto’s, kantines die geen varkensvlees serveren zijn ‘on-Deens’. Boerka’s zijn verboden , handen schudden mogelijk binnenkort verplicht als onderdeel van elke inburgeringscursus.

Het nieuwste plan uit de koker van integratieminister Inger Støjberg (net als premier Rasmussen van het centrumrechtse Venstre), die eerder al de wereldpers haalde door haar laatste immigratiewet met een taartselfie te vieren, gaat weer een stap verder. Uitgeprocedeerde asielzoekers worden voortaan ondergebracht op een afgelegen eiland dat nu een onderzoekscentrum herbergt voor besmettelijke veeziekten en alleen sporadisch per veerboot bereikbaar is. „Ze zijn hier ongewenst”, schreef Støjberg op Facebook. „En dat moeten ze voelen!”

Verschuiving

Die uitschieters zijn geen toeval, zegt politicoloog Klaus Petersen op de universiteitscampus van Odense. Hij signaleert een verschuiving: de vraag wanneer iemand succesvol geïntegreerd is, blijkt steeds moeilijker te beantwoorden. „Vijftien of twintig jaar geleden draaide dat misschien nog om werk”, zegt Petersen, „maar cultuur is de afgelopen jaren een steeds grotere rol in het debat gaan spelen.”

Het is de keerzijde van de nationale eenheid die de Denen zo koesteren. Hygge – gezelligheid als nationale volkssport – is een wereldwijd exportproduct geworden, maar wie niet volgens de vastomlijnde regels meespeelt, ligt eruit.

„Kijk maar naar de relletjes rond het serveren van varkensvlees, naar de Mohammed-cartoons”, zegt Petersen. „Dat zijn in het debat symbolen geworden van iets veel groters: de vraag wie wel of niet Deens is.”

Anders dan in veel andere Europese landen, merkt antropoloog Jensen op, is de heersende verwachting in Denemarken dat migranten zich in alle opzichten aanpassen: meer assimilatie dan integratie. „Als je politici hier hoort praten over multiculturalisme, gaat het niet eens over de vraag of het mislukt is. Het ís er gewoonweg niet, in hun ogen.”

Over een half jaar zijn er nieuwe verkiezingen. Dat het debat voor die tijd verzacht, is onwaarschijnlijk. Een opiniepeiling in dagblad Berlingske liet deze herfst zien dat een kwart van de bevolking een voorstel zou steunen de Deense nationaliteit niet langer te verlenen aan gelovige moslims.

„We zeggen graag dat Deens-zijn draait om liberalisme, om vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen man en vrouw”, stelt Jensen. „Maar in de praktijk is het inmiddels veel meer dan dat. Eet je wel spek op roggebrood? Stuur je je kinderen naar de kinderopvang? Het is een ladder zonder eind. Elke keer dat je als nieuwkomer denkt dat je boven bent gekomen, wordt er weer een nieuwe trede toegevoegd.”

In haar scholieren, die worstelen met de geschreven en ongeschreven regels van de Deense maatschappij, herkent Karen Jessen wel iets. Ze werd zelf geadopteerd, en weet dat aanpassing tijd kost. „Het is net als lezen”, zegt ze. „Een kwestie van alsmaar blijven oefenen en proberen, en ineens heb je door hoe het werkt.”

Reden te meer, volgens Jessen, dat niet alleen de overheid maar ook de Denen zelf – in Gellerup en in de rest van het land – zich harder inspannen. „Wat wil je anders doen? Mensen die je niet aanstaan het land uit pesten?” Achter de brillenglazen zakken haar ogen neer. „Deze mensen zijn hier, ze zijn Deens en ze zijn één van ons. We zíjn nu eenmaal multicultureel – of je dat nu wil of niet.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.