De Holland Acht is niet meer heilig

Roeien Voor het eerst in twintig jaar heeft de roeibond een nieuw vlaggenschip: niet de ‘Holland Acht’, maar de dubbelvier moet in Tokio (2020) bij de mannen voor olympisch goud zorgen.

De dubbelvier moet voor het goud gaan zorgen.
De dubbelvier moet voor het goud gaan zorgen. Foto Merijn Soeters

Het is druk op een koude vrijdagochtend in november bij het olympisch trainingscentrum op de Bosbaan als Hessel Evertse op zijn laptop de uitkomsten laat zien van de uitgebreide analyse waar hij de afgelopen drie maanden vele uren aan heeft besteed. De technisch directeur van de roeibond heeft hetzelfde document een paar weken eerder gedeeld met Maurits Hendriks, zijn evenknie bij sportkoepel NOC*NSF.

Tijdens die bijeenkomst lichtten Evertse en hoofdcoach Mark Emke hun plannen toe richting Tokio. Hendriks zal daarbij wel even met de wenkbrauwen hebben gefronst. Anderhalf jaar voor de Olympische Spelen van Tokio (2020) kiest de roeibond voor een andere aanpak. Niet de acht, maar de dubbelvier moet in Japan voor het eerste goud in ruim twintig jaar gaan zorgen bij de mannen.

Evertse houdt van transparantie, ook naar buiten toe. Per roeinummer en atleet heeft hij alles in kaart gebracht. Waar liggen de kansen? In het document heeft iedere roeier een cijfer gekregen voor verschillende zaken, zoals techniek en fysiek. Daar kwam een zorgwekkende conclusie uit. Evertse: „We hebben vijf roeiers die momenteel echt podiumwaardig zijn.” De namen houdt hij voor zich, maar zijn niet moeilijk te raden. Het zijn de ervaren mannen die er in 2016 in Rio (brons in de acht) bij waren. Nieuwe talenten zijn nog niet zover, of studeren in de VS en zijn niet tijdig beschikbaar.

Na het goud van Atlanta (1996) was de Holland Acht vrijwel altijd de boot waarop blind werd gegokt. Maar lang niet altijd met succes. Geen eremetaal in Beijing (2008) en Londen (2012), wel in Athene (2004) en dus twee en een half jaar geleden in Rio. Slechts één keer werd tussendoor een uitstapje gemaakt, eveneens naar de dubbelvier. Vier jaar na het goud op Lake Lanier, was er in Sydney (2000) het zilver.

Bewuste aanpak

Toen was het min of meer een gedwongen keuze. De gouden generatie was afgezwaaid en alleen Michiel Bartman en Diederik Simon waren nog over. Nu is het een bewuste aanpak. Een breuk met het verleden toen het juist vaak andersom was en er op het laatste moment toch voor de acht werd gekozen. Van een consistent beleid bij de roeibond, met jaren investeren in een nummer, is zelden sprake geweest in Nederland. Anticiperen op de tegenstand, of afhankelijk van een bepaalde keuze van de roeiers zelf, was vaak het devies. Zo ook nu.

Toch is de keuze dit keer te billijken en gestoeld op realisme in plaats van hoop. De overheersing van de Duitsers is de laatste jaren groot in de acht, terwijl in de dubbelvier het veld dicht bij elkaar ligt. Emke hintte er na het teleurstellend verlopen WK in het Bulgaarse Plovdiv al op. De acht haalde slechts de B-finale, terwijl de dubbelvier vijfde werd op een fractie van eremetaal. Gevolg: er werd geen enkele WK-medaille gewonnen bij de mannen. En dus was het tijd voor een nazomers crisisberaad.

Lees ook dit artikel over de ‘Acht’, de Formule 1 van het roeien

Kleine verschillen

Evertse zoekt de pagina op waarop de dubbelvier staat beschreven. Het wemelt van de grafieken en cijfertjes. „Je ziet dat er afgelopen jaar iedere wedstrijd een andere ploeg heeft gewonnen. En dat de verschillen steeds miniem zijn. Maar ben je standaard een halve lengte sneller zit je heel dicht bij goud”, rekent hij voor.

Tone Wieten maakt daarom de overstap naar het ‘scullen’. De roeier die de grootste potentie wordt toegedicht, moet de dubbelvier het laatste zetje geven richting goud. De acht wordt de tweede boot die voor een medaille in aanmerking moet komen. Dat is nog altijd een reële gedachte, vindt Emke, die zelf de coaching van de acht op zich gaat nemen. „Tone heeft de fysieke en technische kwaliteiten om de dubbelvier echt harder te laten gaan. En anders kan hij terug in de acht.”

Emke kan bovendien weer beschikken over Robert Lücken, de slagroeier die in Rio leiding gaf aan de boot. De 33-jarige Amsterdammer is na een paar maanden rust terug van weggeweest. Lucken wordt alom geroemd om zijn technische kwaliteiten, maar staat ook te boek als iemand met een duidelijke mening. Zo liet hij al doorschemeren het niks te vinden dat de dubbelvier boven de acht is verkozen. „Toch heb ik hem er heel graag bij. Robert heeft iets wat anderen niet hebben.”

Met slechts vijf toproeiers wilden Emke en Evertse de acht zelfs helemaal laten sneuvelen, ten faveure van een vierzonder, maar daar staken de roeiers een stokje voor. Uit gesprekken kwam naar voren dat zij liever samen in de grootste boot zitten. Emke: „Het zit ook in onze cultuur, dus we hebben wel wat te verliezen. Dat weten de roeiers ook. Die vinden het ook het mooiste nummer.” Evertse verdedigt de beslissing. „De kans op goud is groter in de acht dan in de vier zonder, omdat we dichter bij de winnaar zitten. Ook dat heeft mijn analyse uitgewezen.”

Hij heeft inmiddels de roeiers op de hoogte gesteld van de te varen koers. De (voorlopige) selectie van de acht is inmiddels bekend, met daarin vier roeiers die er ook in Rio bij waren. Veel veranderingen worden er niet meer verwacht, verzekert Evertse. Het WK in Linz is komende zomer het grote examen, met als doelstelling zes medailles. „Als je een medaille op de Spelen wilt winnen, moet je nu minimaal al heel dichtbij zijn. In een jaar brei je niet veel meer recht.”

    • Tom van der Wilt