Opinie

De echte ondermijning zit in de algemene onvrede

Het gevoel dat we een rechtvaardige overheid hebben staat bij de burger onder grote druk. Ondermijning is een veel breder begrip, schrijft Marnix Eysink Smeets in de Veiligheidscolumn.

Foto Marcel van Hoorn/ANP

De afgelopen weken luidde niemand minder dan ‘oud-onderkoning’ Herman Tjeenk Willink nog eens de noodklok over de staat van de rechtsstaat. We laten de fundamenten onder de democratische rechtsorde langzaam maar zeker verrotten, zo stelde hij, terwijl zij het “enig overgebleven gemeenschappelijk fundament” onder onze samenleving zijn dat ons nog rest. Een fundament dat op dit moment meer nodig is dan ooit, om stabiliteit te bieden in onzekere en verwarrende tijden.

Versnelling

Het was niet de eerste keer dat Tjeenk Willink hierop wees, hij is ook zeker niet de enige.  De erosie van de rechtsstaat is dan ook al langer aan de gang. Maar in de afgelopen jaren lijkt daar nog een extra versnelling in te zijn gekomen. De combinatie van verregaande bezuinigingen, een technocratische sturingsfilosofie en door social media aangejaagd populisme bleek een dodelijke cocktail voor de publieke zaak. Een cocktail die onze uitvoeringsorganisaties systematisch uitholde en die belangrijke immateriële waarden en rechtsstatelijkheid het onderspit deed delven.

Dubbel hard

Die zorgelijke ontwikkeling laat zich bij onze veiligheidsorganisaties, bij de organisaties uit ons strafrechtelijk systeem nog eens dubbel zo hard voelen. Niet alleen omdat zij in de afgelopen jaren net zo hard zijn uitgehold, maar ook omdat zij de consequenties van de uitholling elders op hun bordje krijgen. Tjeenk Willink merkte al op dat “Gele hesjes ontstaan als we langdurig de democratische rechtsorde aan onze laars lappen.” En wie heeft vervolgens tot taak het gedrag van die gele hesjes in goede banen te leiden? Juist: die uitgeholde veiligheidsorganisaties.

Maar het gaat ook sluipender, minder zichtbaar. De bereidheid van burgers om zich aan regels te houden, om zich norm-conform te gedragen, wordt in hoge mate bepaald door de mate waarin de overheid en haar beleid als legitiem worden gezien. Door de mate ook waarin die overheid als rechtvaardig wordt ervaren. Dat gevoel staat echter in toenemende mate onder druk.

Elementair

Al meerdere jaren klonken bijvoorbeeld waarschuwingen dat de taakuitvoering van - voor het rechtvaardigheidsgevoel van burgers uitermate relevante - organisaties als het UWV of de Belastingdienst ernstig wordt bedreigd. Dus hoefde het niet te verbazen toen dit jaar naar buiten kwam dat de Belastingdienst niet meer in staat was zo’n 450 miljoen aan erfbelasting te innen. Of dat het UWV jarenlang signalen over systematische fraude van buitenlandse werknemers naast zich neer had gelegd, zodat deze fraude onbelemmerd voort kon blijven woekeren.

Of neem Defensie: ook dit jaar weer bleek iets elementairs als de veiligheid van het eigen personeel nog steeds onder druk te staan als gevolg van de jarenlange combinatie van ónderinvesteren en óvervragen. Om dan over de situatie in de zorg of het onderwijs nog maar te zwijgen. Onderwijs, dat niet alleen nodig is om de kenniseconomie op gang te houden, maar dat ook nog eens de belangrijkste integratie-machine is waarover we beschikken. Die alleen krakend tot stilstand komt als we geen onderwijzers of leraren meer voor de klas weten te krijgen.

Ondermijning

Op het terrein van veiligheid en justitie is het inmiddels bon ton om over ‘ondermijning’ te spreken, maar dit is de ondermijning zoals deze door het Nederlandse publiek wordt gezien en gevoeld. Die de legitimiteit van politiek en bestuur steeds meer ondergraaft en de bereidheid van burgers doet afnemen zich norm-conform te gedragen.

Wie nu verheugd constateert dat de minister van Justitie en Veiligheid de tijdsgeest dus perfect aanvoelt door onlangs ondermijning tot absolute topprioriteit van het veiligheidsbeleid te verheffen, komt helaas bedrogen uit. Want in de justitiële newspeak doelt hij met ondermijning op iets heel anders. Op de verborgen, intimiderende criminaliteit van criminele netwerken, vaak in het kader van (in het beleid zo lang verwaarloosde) drugshandel. Op de departementale burelen is het díé criminaliteit die als de ‘ondermijning non plus ultra’ wordt gezien.

Algemenere onvrede

Natuurlijk: dat deze criminaliteit moet worden aangepakt lijdt geen twijfel. Maar kijken we dan niet eng selectief naar wat het rechtsgevoel en onze rechtsstaat ondermijnt? Gaan we er dan niet wat al te gemakkelijk aan voorbij dat die criminaliteit juist een perfecte voedingsbodem vindt in de algemenere maatschappelijke onvrede? Al helemaal in de allerzwakste wijken van ons land, die we, zo laat recent onderzoek zien, na zoveel jaren van moeizaam bevochten verbetering, in enkele jaren tijd weer zo in achterstand hebben laten terugzakken? Terwijl we terecht belijden dat politie en justitie bij uitstek het goede voorbeeld moeten geven, sturen we de politie op die criminaliteit af in supersnelle Audi’s. Geproduceerd door een fabrikant die in menig land wordt vervolgd wegens grootschalige fraude en geleverd door een importeur die kortgeleden nog moest schikken wegens poging tot corruptie van diezelfde politie. Dat is niet ondermijnend voor rechtsstaat en rechtsgevoel?

Misschien dat we de rust onder de kerstboom moeten gebruiken om onze gedachten over wat werkelijk ondermijnend is voor onze rechtstaat nog eens aan een grondige heroverweging te onderwerpen. Want selectief shoppen in dat begrip maakt het alleen maar erger, vrees ik.

 

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door academici en experts uit de politiewereld.

Marnix Eysink Smeets is lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid aan Hogeschool Inholland en directeur van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties. Hij doet al langer onderzoek naar de verschuivingen in het veiligheidsveld en de effecten die dit heeft op burgers.

 

 

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.