Opinie

Ciao José

Hugo Camps

Een generatie toptrainers neemt stilaan afscheid van het actieve voetballeven, al dan niet onder dwang van een ontslag. Meestal ontbreekt enige elegantie. Er wordt met deuren gesmeten. Het is de ruige prijs van een verslaving. Voor coaches is de dug-out hun laatste veilige plek. De hoon van de tribunes horen ze niet, de grimassen van het ereterras zien ze niet, ze leven autistisch opgesloten onder hun baldakijn van golfplaten.

Eén keuzeheer staat buiten de tijd: onze nationale dondersteen Dick Advocaat. Hij swingt nog met dezelfde explosieve zwier langs de lijn. Springerig als een pingpongbal. De aimabele zeventiger kan niet stoppen en de voetbalwereld wil hem niet missen. Ik heb altijd gedacht dat het Louis van Gaal zou overkomen, maar juist hij heeft de sereniteit van de oude dag gevonden. Met Truus. Al houd ik er rekening mee dat hij voor het blauwe uur aanbreekt nog eens op een tribune zal staan te schreeuwen: „Wij zijn de besten van Europa.” Louis is niet opgetrokken uit voyeurisme, hij wil zelf de knikkers beroeren.

Er is geen peil te trekken op de duurzaamheid van trainers. Een half jaar geleden hing Ajax-coach Erik ten Hag nog te bungelen aan een koord over de Amstelbrug. Het wachten was op zijn laatste sprong. De Ajax-directie durfde zijn naam niet meer hardop uit te spreken. Ten Hag zelf was doodsbang van selfies. Je zag hem alleen en profil, zelden face to face. Poseren deed hij ook niet, de coach van Ajax gaat in Artis niet tussen de apen hangen. Hij is een bij de grondse sterveling. Zelfs in het spreken hanteert hij de salamitactiek: woorden als streepjes.

Maar ineens is hij de gevierde coach van Ajax. Hij wordt door diehards op het schild geheven en geen directeurtje durft hem nog denigrerend toe te blaffen. Zijn uitstraling van keuterboer wordt plotseling geïdealiseerd. De overwintering van Ajax in de Champions League heeft hem in de galerij der groten gedropt. Erik is een vakman, luidt het nu uit vele kelen. Nog even en hij kan een contract voor het leven tekenen.

Het ontslag van José Mourinho bij Manchester United is tekenend voor de wiebelige positie van trainers. De Portugese coach was het pronkjuweel van de directie. Hij zou United uit het dal van mislukkingen wegslepen. Weer terug onder de mensen brengen. Wishful thinking. De magiër van weleer maakte van Old Trafford een nog grotere puinhoop. ManU is stilaan het kneusje van de Premier League. Mourinho is afgeschreven als topcoach. Hij is ingehaald door de wetten van modern voetbal. Relict geworden.

Er was een tijd dat de spelers met José Mourinho wegliepen, of dat nu in de Premier League, de Serie A of La Liga was. Overal haalde hij prijzen, zij het vaak met defensief voetbal. Door de successen heen werd hij nukkig en hautain. Zelfs bij de beulen van Inter verkruimelde zijn charme. Vandaag is de gewezen modernist randverschijnsel geworden, vloekend en tierend de ondergang tegemoet. Het is een tragisch einde van een coach die parvenu was geworden. Liefdeloos ook.

Voor een nieuwe doorbraak van het Nederlandse trainersgilde is het wachten op Frank de Boer en Peter Bosz, die voor een comeback staan. Mark van Bommel heeft de grote poort al bereikt. Met de titel voor PSV kan hij Europa in.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.