Brieven

Brieven

De geesteswetenschappen verdwijnen van de universiteit, schreef ik in een opiniestuk (12/12), en dat bleef niet onopgemerkt. In de krant reageerde Herman Paul in een brief: Zitten managers op geesteswetenschappers te wachten? (18/12) – ja, was daarop zijn antwoord, alsof mijn stuk daarmee weerlegd was.

Nu kan de uitspraak ‘De samenleving kan niet zonder de geesteswetenschappen’ op twee manieren worden gelezen. Als uiting van een wens, en als beschrijving van de werkelijkheid. Natuurlijk ben ik een warm voorstander van de geesteswetenschappen. Iedereen zou boeken moeten lezen, en naar musea en theaters moeten gaan. Dus ik deel de wens. Maar ik ben echter bang, en alle tekenen wijzen daarop, dat de samenleving de facto wel zonder de geesteswetenschappen kan, omdat zij die cultuur, waar de geesteswetenschappen deel van uitmaken, niet meer economisch zo belangrijk vindt dat ze die uit publieke middelen blijft financieren. Een mogelijke oorzaak daarvan zou kunnen zijn dat men de intrinsieke waarde van de geesteswetenschappen niet meer inziet. Het is in dat opzicht illustratief dat Herman Paul met een instrumenteel argument komt voor het handhaven van de geesteswetenschappen: het bedrijfsleven zou om een bepaald type werknemers vragen, met specifieke vaardigheden. We kunnen deze ‘21st century skills’ wel ‘geesteswetenschappen’ gaan noemen, maar daarmee hebben we de letterkunde niet terug.

Moreel verontwaardigd wentelen zogenaamde voorstanders van de geesteswetenschap zich in hun eigen gelijk. Terwijl ze met hun exclusieve focus op meer geld precies binnen het instrumentele denkraam blijven dat de traditionele geesteswetenschappen om zeep helpt.


univ. docent theoretische filosofie (UU)
    • Menno Lievers