Recensie

Recensie

De verstoten bruid van Willem van Oranje eindigde ingemetseld in een kasteelkamer

Anna van Saksen Door haar overspel verloor de ongelukkig getrouwde echtgenote van Willem van Oranje uiteindelijk alles, zelfs haar vrijheid.

Anna van Saksen
Anna van Saksen
Lees ook: Nepnieuws over Willem van Oranje

Vorstelijke huwelijken draaien niet om liefde. Dynastieke belangen staan voorop. Toen Willem van Oranje zijn oog liet vallen op de 14-jarige Duitse prinses Anna van Saksen, was dat in de stellige overtuiging dat hij door met haar te trouwen zijn positie kon versterken. Hij besefte dat het voor een Nederlands edelman geen kwaad kon stevige banden te onderhouden met de Duitse vorsten.

Door in te trouwen in de dynastie van de keurvorst van Saksen verbond Oranje zich met de lutherse kwelgeest van Karel V en Filips II, die tot elke prijs in Europa de katholieke eenheid wilden bewaren. Filips ging met tegenzin akkoord. Oranje (1533-1584) moest hem beloven dat Anna (1544-1577) zich zou conformeren aan de katholieke rite. Intussen zegde hij Anna’s familie toe dat ze in haar lutherse geloofsbeleving vrij gelaten zou worden.

Oranje schaakte, zoals wel vaker, op twee borden, en zijn aanstaande echtgenote werd niet veel gevraagd. Het verdere verloop is in grote lijnen bekend. Het huwelijk kende enkele rustige jaren, er werden kinderen geboren, maar de verstandhouding tussen Anna en Willem werd steeds slechter. Juist in de tijd dat Oranje in de problemen belandde, strandde het huwelijk. Anna begon een relatie met de Antwerpse jurist Jan Rubens en kreeg van hem een kind. Ze werd daarmee een probleem voor Willem, maar ook voor haar eigen familie. Er dreigde een schandaal. Ze werd onder curatele geplaatst, eerst bij de Nassaus, later bij haar eigen familie. Ondertussen onderging ze een zware geestelijke aftakeling. Ze stierf in gevangenschap, in een dichtgemetseld vertrek van het ouderlijk kasteel, kort voor haar 33ste verjaardag.

Verstoten bruid

Het is verleidelijk om de ontluisterende geschiedenis van Anna te beschrijven als een zijtoneel van Oranjes strijd met Filips II. Zo gebeurde het tot nu toe. Historicus Femke Deen (1975) breekt radicaal met die benadering in haar biografie Anna van Saksen. Verstoten bruid van Willem van Oranje. Anna zelf is het handelende en denkende middelpunt.

Al in haar kinderjaren werd Anna zich bewust van het dynastieke krachtenveld waaraan ze onderworpen was. Ze was de dochter van de keurvorst van Saksen, en voorbestemd om in de hoogste kringen uitgehuwelijkt te worden. Ze verloor omstreeks haar tiende beide ouders, werd ondergebracht bij haar oom August, die haar opvoeding nuchter en zakelijk benaderde. Door hem weten we dat Anna bepaald ‘niet welgeschapen’ was en weinig elegantie toonde.

Nadat Oranje zich via via aandiende als huwelijkskandidaat, aarzelde August met het sturen van Anna’s portret. Toch sloeg er iets van een vonk over toen Anna en Willem elkaar voor het eerst ontmoetten. Het gebrek aan uiterlijke schoonheid compenseerde Anna met aandacht en passie. Ze kon geestig en verrassend uit de hoek komen.

Het huwelijksfeest in 1561 in Leipzig werd een meerdaags spektakel, met duizenden gasten. Een paar dagen later vertrok het echtpaar naar Breda, waar Anna zich moest aanpassen aan een veel lossere levensstijl.

Oranje was ruim elf jaar ouder en had de nodige levenservaring. Hij was rijk, maar leefde op veel te grote voet en was daardoor alsnog armlastig. De grote bruidsschat die Anna meekreeg kon hij goed gebruiken. Ondertussen bleef Oranje betrekkingen onderhouden met verschillende vrouwen.

Syfilis

De verhalen over Oranjes rokkenjagen bereikten ook Anna. Volgens Deen begon daarmee de ellende. Willem weigerde dit leven op te geven. Dat er over werd geroddeld, moet voor Anna vernederend zijn geweest. Toch werd nog lang de schijn opgehouden van een vruchtbare en nuttige verbintenis.

Deen laat mooi zien hoe Anna een steeds grotere afkeer ontwikkelde van haar man en het Nederlandse hofleven. De woedeaanvallen en scheldpartijen volgden elkaar snel op. Ook probeerde ze Oranje regelmatig publiekelijk te vernederen als een onaanzienlijk graafje dat haar niet waard was en verdacht ze hem ervan haar met syfilis te willen besmetten.

Al in 1566 was er geen redden meer aan. Terwijl Oranje zich politiek in de nesten werkte en zich gedwongen zag de Nederlanden te ontvluchten, groeide ook de afstand tot zijn vrouw. In 1567 werd nog hun zoon Maurits geboren, op het stamslot van de Nassaus in het Duitse Dillenburg. Kort daarna keerde Anna zich definitief af van de Oranjes. Ze vertrok naar Keulen, waar ze het aanlegde met Rubens, de vader van de schilder.

Intussen was al geruime tijd duidelijk dat Anna psychisch niet in orde was. Wat mankeerde haar? Het is de grote vraag die boven deze studie hangt. Meer dan de helft van de biografie is gewijd aan de laatste zeven jaar van haar leven, waarin ze gescheiden leeft van Oranje, en waarin ze uiteindelijk alles verliest, inclusief haar vrijheid.

Stemmingswisselingen en woedeaanvallen

Deen kiest niet voor de makkelijke weg door, zoals zoveel voorgangers, Anna zonder meer krankzinnig te verklaren. Integendeel, ze is geneigd haar tot op grote hoogte als vrij normaal te beschouwen. Ze gaat af op de feiten, ontleend aan, veelal onuitgegeven, correspondentie van Anna zelf en van familieleden en hovelingen die haar van nabij meemaakten. Ze laat Anna naar voren komen als een strijdbare en zelfstandig denkende vrouw.

De biografie is minutieus en overvloedig, met nogal wat zaken die twee keer worden verteld, maar ook met veel details over hoe Anna’s omgeving zich meer bekommerde om de eigen reputatie dan om haar welzijn. Deze aanpak is verfrissend, maar heeft ook iets naïefs. Terwijl de bewijzen van het overspel met Rubens zich opstapelen, houdt Deen er, naar aanleiding van het intrekken van een eerdere bekentenis door Anna, rekening mee dat alles toch een boos gerucht is. Hier neemt ze Anna iets te serieus. Die wordt zo te veel het slachtoffer van haar omgeving, vooral omdat ze als vrouw bepaalde grenzen overging die niet voor mannen zouden hebben gegolden, zoals het tonen van eerzucht en wellust.

Onhandelbaarheid, stemmingswisselingen en woedeaanvallen deden zich al voor in Anna’s jeugd. In haar verdere leven ging het van kwaad tot erger, tot zelfverminking aan toe. Kwam het door haar genen of door tragische omstandigheden? Deen neigt naar het laatste. Wanneer ze een man was geweest, was haar veel vergeven, zo lijkt de gedachte. Maar het wordt dan iets te veel het verhaal van Anna en de boze buitenwereld.