Recensie

Recensie Media

Zelfverzekerde, naïeve actrice infiltreert bij terroristen

Recensie In de serie ‘The Little Drummer Girl’ bouwt regisseur Park Chan-wook geduldig en spannend een spionageverhaal op.

Israëlische spionnen Gadi (Alexander Skarsgård) en Charlie (Florence Pugh) in The Little Drummer Girl
Israëlische spionnen Gadi (Alexander Skarsgård) en Charlie (Florence Pugh) in The Little Drummer Girl Jonathan Olley
    • Thijs Schrik

Na het succes van The Night Manager (2016) komt de BBC wederom met een spionageserie naar John le Carré. The Little Drummer Girl volgt een jonge actrice die voor de Israëlische geheime dienst infiltreert in een Palestijnse terreurcel.

Deze stijlvolle en geduldig uitgewerkte thriller is gebaseerd op de gelijknamige Carré-roman uit 1983 en speelt zich af in 1979. Het Israëlisch-Palestijnse conflict heeft ook een grote impact in Europa. Een bomaanslag in West-Duitsland brengt de spelers bij elkaar.

De Britse Charlie Ross (Florence Pugh) staat nog aan het begin van een acteercarrière. Een mix van zelfverzekerdheid en naïviteit maakt haar volgens de door de wol geverfde Israëlische spion Martin Kurtz (Michael Shannon) geschikt voor zijn missie: „Haar onwetendheid is essentieel”, zegt hij op een gegeven moment. Hij wil dat Charlie infiltreert in een Palestijns netwerk door zich voor te doen als de vriendin van een van de gepakte aanslagplegers. Aan agent Gadi Becker (Alexander Skarsgård) de taak om Charlie klaar te stomen voor haar undercovermissie.

Het ingewikkelde verhaal – de logica is soms ver weg – wordt door de makers op een smakelijke manier geserveerd. De gelauwerde Zuid-Koreaanse Park Chan-wook (Oldboy, The Handmaiden) regisseerde alle zes afleveringen en dat pakt goed uit. Hij leeft zich uit in prachtige shots. Park neemt zijn tijd en zeker in de eerste afleveringen maakt The Little Drummer Girl een slow burn. Maar zelfs scènes in lelijke trappenhuizen weet de regisseur met flair te presenteren. Af en toe krijgt hij ook de ruimte om zijn excentrieke kant te laten zien, met een enkele surrealistische scène. Vertrouwde spionage-elementen worden op een frisse manier gepresenteerd (denk aan twee koffertjes die in een lobby omgeruild moeten worden).

Het hopeloze conflict wordt vrij evenwichtig neergezet, al gaat het niet heel erg de diepte in. Het blijft uiteindelijk een strakke spionagethriller waarin het grotere politieke conflict vooral op de achtergrond speelt.

De echte gouden greep is de casting van aankomende ster Pugh. Zij draagt de serie. Zonder haar overtuigende acteerwerk zouden de zwakkere plotelementen een groter probleem zijn, nu weet ze alles overtuigend te verkopen. Zeker in de tweede helft van het seizoen is het essentieel dat je blijft geloven in Charlie, ook als ze de controle lijkt te verliezen.

Veteraan Shannon geeft de serie nog wat extra gewicht. Kurtz ziet zichzelf als regisseur en producer van ‘de fictie’ die zijn actrice uitvoert. Hij ziet zichzelf ook als iemand met een geweten, met deze missie verwacht hij minder onschuldige slachtoffers: „Laat ons deze keer geen slagers zijn, maar chirurgen.” Alleen Skarsgård lijkt een beetje te worstelen met zijn rol en met zijn accent. Een stoorfactor is hij niet, want iedereen om hem heen is in topvorm. De spannende climax zet alles uiteindelijk nog een keer op zijn kop en geeft de kijker in de laatste momenten toch nog wat stof tot nadenken.