Zeeasters en vogels keren terug in Hedwigepolder

Nieuwe natuur Een Zeeuwse en Vlaamse polder worden weer natuur. De angst dat ze veranderen in een modderpoel blijkt ongegrond.

Schapen in de Prosperpolder, met in de verte koeltorens van kerncentrale Doel.
Schapen in de Prosperpolder, met in de verte koeltorens van kerncentrale Doel. Foto Walter Herfst

Een open gebied van schorren en slikken – buitendijks gelegen platen die bij vloed onderlopen – dat aan de randen begroeid is met zeeasters en zeebies: zo zal de Zeeuwse Hedwigepolder er over pakweg tien jaar uitzien, verwachten onderzoekers van het Nederlandse Instituut voor Onderzoek der Zee en de Universiteit Antwerpen. Woensdag presenteerden ze op een symposium in Antwerpen de resultaten van een vier jaar durende modelstudie naar de toekomst van de Vlaamse Prosperpolder en de aangrenzende Zeeuwse Hedwigepolder.

Beide polders, samen zo’n 465 hectare groot, worden komende jaren teruggegeven aan de natuur, als compensatie voor het uitbaggeren van de vaargeul van de Westerschelde. Daartoe werd al in 2005 besloten door Nederland en Vlaanderen, maar de ontpolderingsplannen stuitten op weerstand. Begin dit jaar besloot de Hoge Raad dat de grondonteigening mag doorgaan, en dat het getijdegebied er dus ook daadwerkelijk zal komen. Vanaf 2022 staat het gebied via twee geulen in verbinding met de Schelde.

Saai rietveld

Hoe de nieuwe natuur er precies uit zal zien, was nog onduidelijk: tegenstanders vreesden dat de ontpolderde zone in een modderpoel of saai rietveld zou veranderden. Maar op basis van computersimulaties, veldwerk en laboratoriumexperimenten schetsen de onderzoekers nu een ander beeld: de eerste tien jaar zal het gebied door de lage ligging nog weinig begroeiing hebben en vooral bestaan uit door geulen doorsneden slikken. In die tijd zullen er al wel veel vogels op af komen, vanwege het rijke bodemleven. Na tien jaar vestigt zich de eerste vegetatie in het gebied, langs de randen en in kleine eilandjes op het slik. Na dertig jaar zullen er steeds meer hoger gelegen delen komen – de schorren – waarop de vegetatie zich zal uitbreiden. En uiteindelijk zal zo, een halve eeuw na de ontpoldering, naar verwachting een divers natuurgebied ontstaan dat doet denken aan het nabijgelegen Verdronken Land van Saeftinghe, het grootste brakwaterschorrengebied van Europa.