Wie gaat Congo bevrijden van wanhoop en terreur?

Verkiezingen Congo

Opnieuw heeft Congo de verkiezingen die zondag zouden plaatsvinden voor onbepaalde tijd uitgesteld. Een nieuwe klap voor een volk dat zucht onder rovende en moordende milities.

Boven: Aanhangers van oppositieleider Martin Fayulu tijdens een demonstratie in Kinshasa. Onder: een kruispunt in Kinshasa.
Boven: Aanhangers van oppositieleider Martin Fayulu tijdens een demonstratie in Kinshasa. Onder: een kruispunt in Kinshasa. Foto’s John Wessels /AFP

Pater Aurélien Kambala bereidt zich in de noordoost-Congolese stad Butembo voor op zijn rol als waarnemer bij de verkiezingen - die zondag zouden plaatsvinden. Na een brand waarbij veel stemcomputers werden verwoest, werden de verkiezingen voor onbepaalde tijd uitgesteld.

De pater legt zijn werk terzijde als Moise Paluki langskomt en zijn verhaal vertelt. Hij wil Moise omarmen, maar een ebola-epidemie in de regio verbiedt aanrakingen. Fysiek troosten mag niet meer. Zijn bezoeker vertelt hoe militiestrijders vorige week zijn oudste zoon doodden en zijn vrachtwagen vol pinda’s in brand staken. „Ik heb niets meer, hoe moet ik verder”, jammert Paluki, „en ik weet niet eens wie de daders zijn”.

De bewoners in de noordoostelijke regio zijn radeloos. Al jaren lijden ze onder de terreur van talrijke gewapende groepen. Daar bovenop kwam onlangs ebola. Het geweld in deze beboste landbouwstreek begon in 2014 en leidde al tot 2.000 burgerdoden en 200.000 ontheemden. Wie de daders zijn en wat hen motiveert is onduidelijk. Ook de VN-soldaten die de vrede moeten bewaren, tasten in het duister over wie hun vijand is, maar ze nemen wel de connecties waar van de milities. Gebruikmakend van de wanorde zetten Congolese politici, smokkelaars, stamhoofden en buurlanden die milities in voor eigenbelang. In het vruchtbare Congo met zijn talrijke delfstoffen levert een oorlog economisch nu eenmaal meer winst dan vrede – althans voor een kleine groep profiteurs.

„Dood me, het kan me niet meer schelen”, wijst MoisePaluki jammerend, zijn handen geheven naar een denkbeeldige aanvaller, „maar vertel me wie je bent, en waarom je me wilt vermoorden!”

De chaos woedt in heel Oost-Congo, evenals in de centrale regio Kasai. Nergens in Afrika is de kloof tussen burgers en heersers zo groot. De verkiezingscampagnes waren een competitie tussen politici die zich verrijkten in de kleptocratie.

Nijlpaarden en gorilla’s

De extreme schoonheid van Oost-Congo betovert. De reeks meren, van het Albertmeer bij Zuid-Soedan tot het Mwerumeer bij Zambia, heeft een zelfs in Afrika onovertroffen weelderige natuur, met mistige valleien, dreigende vulkanen en woedende rivieren. De rivier de Congo ontspringt er, de krachtigste ter wereld. In de bergen zijn gorilla’s en in de meren nijlpaarden. Maar de terreur trekt bloedsporen in het fraaie landschap. Ruim 4 miljoen Congolezen raakten de laatste jaren ontheemd. Al een kwart eeuw verkrachten, onthoofden en beroven gewapende mannen, alsof er een vloek ligt op dit land. „Overlevenden van de aanval op mijn vrachtwagen herkenden onder de daders enkele regeringssoldaten”, legt Moise Paluki uit aan de pater. „Aha”, mompelt deze, „dat komt overeen met mijn veldonderzoek”.

In Oost-Congo opereren volgens een telling van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch 140 milities. De afgelopen kwart eeuw ontbrak het de overheid aan wil en kracht om hen te verslaan. Soms gooien legerleiders het op een akkoordje met de milities om grondstoffen te ontginnen. Soms lijft het regeringsleger de strijders in, waarbij de milities hun gevechtseenheden in stand mogen houden. Zo kregen leden van door Rwanda, Oeganda en Burundi gesteunde milities een stevige vinger in de pap van de regeringsstrijdkrachten. In hun nieuwe regeringsuniformen gaan ze door met hun strijd om Congo’s rijkdommen. Oost-Congo was al instabiel onder de dictator Mobutu Sese Seko (1965 -1997) maar de omvang van de mensenrechtenschendingen nu heeft een oorsprong in de hooglanden van de buurlanden.

Lees ook: Doden omarmen kan nu niet meer in Oost-Congo

Na de machtsovername door Yoweri Museveni in buurland Oeganda in 1986 daalden eerst zijn islamitische tegenstanders naar de noordoostelijke regio van Congo af. Vervolgens kwamen er verder zuidwaarts, na de genocide in 1994, honderdduizenden Rwandezen het land in.

Hierna gebruikten de legers van Rwanda en Oeganda in 1997 het oosten als springplank voor hun invasie in Congo, om Mobutu omver te gooien en om er de goud-, diamant- en kobaltwinning te kunnen controleren. Een geschatte vier miljoen Congolezen stierven als gevolg van die inmenging van Oeganda en Rwanda. In het machtsvacuüm ontstond een systeem van roofbouw met op afstand gecontroleerde milities.

Middenin dit spinnenweb van intriges geeft de falende overheid de schuld aan moslimextremisten, en vergelijkt die met Al-Shabaab in Somalië. Maar Omar Aboud, hoofd van het veldkantoor van de VN in het iets noordelijker gelegen Beni, ondergraaft dit argument: „Dit zijn geen militante moslimstrijders. Het gaat hier niet om sterke islamitische groepen die gebieden controleren”.

Pater Aurélien legt de nadruk op een conflict tussen de Nande, de grootste autochtone bevolkingsgroep in de regio en de Banyarwanda: Rwandezen die al eerder naar de regio migreerden. „Het gros van de slachtoffers is Nande. De aanvallers spreken vaak Rwandees. Ze stelen varkens en zijn vaak dronken. Ze willen ons van ons land verdrijven.”

Luipaardvel

Sommigen in Congo zoeken een antwoord in hun geschiedenis. Honderd jaar geleden velden stamoudsten doodvonnissen door net geïnitieerde jongeren, gekleed in luipaardvel, te laten moorden. Volgens de traditie bleven deze ‘menselijke luipaarden’ onherkenbaar. Omdat ze handelden in opdracht van het tribale gezag durfde niemand zelfs maar naar hun identiteit te raden.

Pater Aurélien wijst op wereldlijker zaken. „We leven onder Kabila in een dictatuur en kunnen daarom de oorzaak van het geweld niet onder ogen zien”.

De meerderheid van de Congolezen wil af van de kleptocratische kliek rond president Joseph Kabila en diens kroonprins bij de verkiezingen, Emmanuel Ramazani Shadary. Maar de al even arrogante oppositiepolitici kunnen geen vuist maken. En de regering manipuleert met intimidatie en geweld het verkiezingsproces.

Toch leeft er ook hoop in Congo. Pater Aurélien blijft hopen dat hij kan optreden als verkiezingswaarnemer, wanneer de verkiezingen dan écht gehouden zullen worden. „De oppositiekandidaat Martin Fayulu inspireert de Congolezen, hij is de minst gecorrumpeerde van de middelmatige politieke klasse”, zegt hij.

Bij de campagnes van de afgelopen weken werkten de autoriteiten „de soldaat van het volk” tegen, zoals Fayulu zich noemt. Ze barricadeerden een landingsbaan zodat zijn vliegtuig niet kon landen. Ze stuurden getrainde herrieschoppers naar zijn bijeenkomsten of verboden die. Soms schoot de politie met scherp op zijn aanhangers. Regeringskandidaat Shadary daarentegen krijgt alle vrijheid en steun.

Dat er überhaupt verkiezingen zouden plaatsvinden - na twee jaar tegenwerking door Kabila – ervoeren Congolezen als overwinning op hun impopulaire president. Het leidde tot vreugde en muziek in het land – Congolese rumbamuziek zet iedereen van jong tot oud aan het dansen.

Zingend begeven jongeren zich begin december door de zuidelijker gelegen, overvolle plaats Goma naar een rally van de oppositiekandidaat. Tegen de achtergrond van een majestueuze vulkaan op een met lavagruis bedekt veld, beklimt hij het podium terwijl de menigte met de heupen draait en schouders schudt. „Het is symbolisch dat ik hier campagne voer”, roept Fayulu, „want jullie in het oosten hebben een hoge prijs betaald voor het regime van Kabila. Jullie kennen geen rechtsstaat. Hoe kan ons land zo rijk zijn en de bevolking zo arm? Congo moet herrijzen”.

Burgergroepen nemen het heft in eigen handen tegen de gecorrumpeerde politici. Fayulu won hun sympathie toen hij meedeed aan door de Katholieke Kerk georganiseerde betogingen tegen het uitstel van verkiezingen door Kabila.

Na het gejoel „Kabila flikker op” maant Fayulu het publiek tot een minuut stilte ter gedachtenis van Luc Nkulula van de burgerbeweging Lucha, die strijdt tegen de kleptocratie. Eerder dit jaar gooiden onbekenden een brandbom in zijn huis in Goma, waarbij hij om het leven kwam.

Onafhankelijk van politieke partijen, tegen de wanorde probeert Lucha bewoners bewust te maken van hun rechten en om actie te voeren voor sociale verbetering. Waar een politicus in Goma campagne voerde door een week lang gratis vervoer aan te bieden aan forenzen, maken Lucha-activisten iedere zaterdag buurten schoon. De jeugdige Espoir Ngalukiye was een boezemvriend van de vermoorde Luc Nkulula. „Onze familieleden vrezen na zijn moord voor hun veiligheid. Maar we gaan door”, vertelt de activist.

De beweging onttrekt zich aan het patronagesysteem van bescherming door de elite – en vormt daarom een gevaar voor de overheid. Als antwoord infiltreert de regering de beweging en intimideert ze door omkoping, moord en ontvoeringen. Daarom is het al een wonder dat in het gecorrumpeerde Congo Lucha nog bestaat. Espoir - wiens naam ‘hoop’ betekent – symboliseert een nieuwe, digitale generatie. Vastberaden zegt hij: „Wij gaan Congo bevrijden van de wanhoop.”

    • Koert Lindijer