Opinie

Wat gevangen?

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 10: Afkickverschijnselen.

Sinds een week of wat sjok ik licht verweesd door het leven. Ging ik tot voor kort de deur niet uit zonder langwerpig aanhangsel (een verlengstuk van mijn lichaam), zo sta ik nu half geamputeerd naar sloten en rivieren te staren. Natuurlijk, ik weet dat ik een beter mens ben geworden, de vissen zijn dolblij met mij, maar de kille leegte. Als je jarenlang naar bed ging met een oranje dobber op je netvlies en er met diezelfde dobber uitstapte...

Bij elke poel doe ik mijn stinkende best de kalmte te bewaren. Maar het valt niet mee, de amputatie doet pijn, daar ben ik eerlijk in; ook al lust ik dat slootbeestje niet, het jachtinstinct heeft zich diep in m’n Berber-dna geworteld.

Maar o wonder! Het hart van de mens kent zovele lagen en geheimen! Dit weekend ontdekte ik een verrukkelijke pijnstiller! Echt waar, een fantastisch antidotum. Het is heel simpel: ik speur nu niet meer naar baars maar naar hengelaars! Waar ik jarenlang de oevers afstruinde, snuffelend naar belletjes en beweging in het water, speur ik nu naar leven op de oevers zélf. Vissen hebben plaats gemaakt voor vissers. Niet één langwerpig object dat vanuit een stoel, brug of krib over het water hangt, ontsnapt m’n aandacht. Van veilige afstand bespied ik de hengelaar, om hem vervolgens stilletjes van achteren te besluipen, tot ik plots pal naast hem sta. Het leukste is als-ie schrikt. Ik kan het niet helpen, het zullen wel afkickverschijnselen zijn, maar het voelt sensationeel. Eenmaal naast de visser, ontspint zich telkens opnieuw hetzelfde intellectuele gesprek:

„Goedemiddag.”

„Middag...”

„...”

„Wat gevangen?”

„Mwah…”

„Niks?”

„Twee kleintjes...”

„Nou ja, het is wat…”

„Mwah...”

We staren ’n poos zwijgend naar de dobber.

„En succes hé!”

„Dankje...”

En ik spring weer op de fiets. Volkomen gelukkig. Dit was m’n shotje van vandaag. Dit gesprek, verzeker ik u, is het gesprek der gesprekken. Het vindt dagelijks honderdduizend keer plaats, bij elke plas, in elke uithoek. Vissers, ex-vissers, vissers in ruste, aspirant-vissers, afkickvissers, gluurvissers, we kunnen niet zonder elkaar. We zoeken elkaar altijd op. Ons klein, intiem momentje. Het pluimpje, de zachte aanmoediging. Knuffelen zonder aanraking. Meestal dient het de visser, de ploeteraar, de slover, de koulijder, maar in dit geval dient het mij, de afkicker. De korte woordenwisseling verloopt standaard economisch, zonder poespas, soms zelfs woordeloos. Ademhaling en zacht gebrom volstaan. Broederschap behoeft geen stem. De volmaakte tegenwoordigheid van twee verwante zielen.