Trump drijft de Koerden tot wanhoop

Terugtrekking troepen VS uit Syrië Ondanks hun geringe omvang is de terugtrekking van de Amerikaanse troepen wel degelijk van politiek belang voor de regio. Zes vragen.

Een Amerikaans militair konvooi in het noorden van Syrië in 2017.
Een Amerikaans militair konvooi in het noorden van Syrië in 2017. Foto Delil Souleiman/AFP

    De Amerikaanse militaire aanwezigheid in Syrië was bescheiden – zo’n 2.000 man. Desondanks leidt de aankondiging van president Trump dat hij deze troepenmacht terugtrekt tot veel opwinding, in het Midden-Oosten, de VS en daarbuiten. Zes vragen over de mogelijke consequenties van dit besluit.

  1. Hoe zeker is het dat de VS zich helemaal terugtrekken?

    Het is niet de eerste keer dat Trump de terugtrekking aankondigt van de Amerikaanse troepen uit Noordoost-Syrië. Hij deed dat al in april van dit jaar, maar zijn militaire raadgevers overreedden hem toen dat besluit uit te stellen zolang Islamitische Staat niet volledig was uitgeschakeld.

    Ook dit keer verraste Trump zijn adviseurs met zijn besluit. Maar het lijkt nu menens. Volgens het Witte Huis is de terugkeeroperatie al ingezet. Maar het zal zeker nog weken duren voor die voltooid is.

    Voor Trump was de terugtrekking een verkiezingsbelofte. „Wij hebben IS in Syrië verslagen”, schreef hij woensdag op Twitter. En dat was volgens hem de enige reden voor de aanwezigheid van de VS daar.

  2. Is IS in Syrië echt volledig verslagen, zoals Trump beweert?

    Tijdens de verkiezingscampagne van 2016 beschuldigde Trump president Obama er vaak van de ‘stichter’ van IS te zijn geweest. Obama werd verweten dat hij met de terugtrekking van de Amerikaanse soldaten uit Irak – ook een verkiezingsbelofte – een vacuüm had gecreëerd waarin IS kon gedijen. Critici stellen dat Trump nu dezelfde fout dreigt te maken.

    Het offensief tegen IS in Irak en Syrië begon eind 2016. Na een bloedige strijd werden de jihadisten verdreven uit hun belangrijkste bolwerken Mosul (juli 2017) en Raqqa (oktober 2017). Het grondgebied dat IS controleerde kromp daardoor tot een piepklein gebied van zo’n dertig vierkante kilometer rond het Syrische stadje Hajin, vlakbij de grens met Irak.

    Waarom het zo lang duurt om de jihadisten in hun laatste bolwerkje te verslaan? Anders dan in Mosul en Raqqa kunnen de IS-strijders in en rond Hajin geen kant meer op: ze vechten dus tot de laatste snik.

    Maar ook de dreiging van de Turkse president Erdogan om Koerdisch gebied in Noordoost-Syrië in te palmen speelt een rol bij de trage voortgang van de strijd tegen IS. Toen Turkse troepen en door Turkije gecontroleerde Syrische rebellen in januari 2018 het stadje Afrin onder de voet liepen, trokken de Syrische Koerden een groot deel van hun manschappen weg van de strijd tegen IS om tegen Turkije te vechten. Erdogan dreigt nu weer met een offensief tegen de Syrische Koerden, door Ankara als terroristen beschouwd omwille van hun associatie met de Turks-Koerdische afscheidingsbeweging PKK.

    Nog belangrijker is dat er in Washington een consensus was ontstaan over de bestrijding van IS. „Als wij de laatste jaren iets hebben geleerd, is het wel dat je zo’n groep niet zomaar fysiek kan verslaan en dan vertrekken”, zei Trumps speciale gezant voor de strijd tegen IS Brett McGurk vorige week nog. Trumps Defensieminister Jim Mattis zei het in september zo: „Je kan niet zeggen, we hebben het kalifaat verslagen, vertrekken, en je dan later afvragen hoe ze hebben kunnen terugkeren.”

    Update 22-12 17.32: Brett McGurk heeft vrijdag zijn ontslag ingediend als speciale Amerikaanse gezant voor de strijd tegen IS, uit onvrede tegen het terugtrekkingsbesluit. McGurk’s termijn zou in februari aflopen.

  3. In hoeverre verzwakt dit besluit de Amerikaanse positie in Syrië en daarbuiten?

    De VS controleren nu ruwweg eenderde van het Syrisch grondgebied met slechts enkele duizenden manschappen. Zij doen dat door samen te werken met de SDF, een alliantie van voornamelijk Syrisch-Koerdische strijders van de YPG, aangevuld met Syrisch-Arabische rebellen.

    Washington heeft die aanwezigheid in Syrië altijd gezien als een buffer tegen de Iraanse invloed in de regio. De laatste tijd was er een consensus gegroeid dat de Amerikaanse soldaten in Syrië zouden blijven tot de laatste Iraanse soldaten en raadgevers waren vertrokken. Het bestrijden van Irans invloed was zowat het enige consistente punt van Trumps buitenlandbeleid – tot deze week.

    Wat ook meespeelt is dat nu vertrekken neerkomt op het verraad van de Syrisch-Koerdische bondgenoten. Die worden een gemakkelijke prooi voor een offensief van Turkije of van de Syrische regering. Los van Syrië is er de vraag welke boodschap de VS hiermee afgeven aan bondgenoten overal ter wereld, ook in de toekomst. Wie wil er straks nog met de Amerikanen in zee in de strijd tegen het terrorisme als Washington zijn bondgenoten zomaar laat vallen?

  4. Wat zijn de gevolgen voor Syrië, Rusland en Iran?

    Nog niet lang geleden streefden de VS openlijk naar omverwerping van het bewind van president Assad en steunden zij groepen die hem bestreden. Weliswaar hadden de VS die ambitie inmiddels laten varen, maar Assad zal de VS met blijdschap zien vertrekken. De Amerikaanse samenwerking met de SDF vormde ook een obstakel voor Assads pogingen het hele Syrische territorium weer onder zijn gezag te brengen. Mocht hij nu willen optreden tegen de Koerden in het noorden van zijn land, dan kan hij vrijer zijn gang gaan.

    President Poetin, die al heel lang betoogde dat de VS niets hadden te zoeken in Syrië, verwelkomde donderdag het nieuws uit Washington. „Donald heeft gelijk. Ik ben het met hem eens.” Na een terugtrekking van de Amerikanen zullen ook de Russen militair en economisch meer speelruimte hebben dan tot nu toe.

    De Iraanse president Rohani, donderdag op bezoek in Ankara, onthield zich van commentaar. Maar in Teheran zal opgelucht adem zijn gehaald dat de ‘Grote Satan’ in Syrië zo weinig uithoudingsvermogen toonde.

  5. Bekijk ook deze bijzondere NRC-productie: Raqqa: van ‘hoofdstad’ naar spookstad
  6. Is dit in het voordeel van Turkije en wat wil Erdogan nu?

    De terugtrekking van de VS zou een grote overwinning zijn voor Erdogan. De Turkse president was vanaf het begin fel tegen de samenwerking tussen Amerikaanse militairen en de Syrisch-Koerdische militie YPG. Erdogan zag het gebied dat de YPG met Amerikaanse steun veroverde in het noordoosten van Syrië als een ‘terreurcorridor’ aan zijn zuidgrens. Het Turkse leger viel twee keer Syrië binnen om de YPG te dwarsbomen: in 2016 in de regio Jarablus, en in 2018 in de regio Afrin.

    Vorige week dreigde Erdogan met een nieuw offensief tegen de YPG in Syrië. Als het zo ver komt, ligt de machtsstrijd in Noordoost-Syrië weer helemaal open. Turkije zal zeker proberen de YPG een zware slag toe te brengen. „Ze kunnen zo veel loopgraven aanleggen als ze willen”, zei de Turkse minister van Defensie Hulusi Akar. „Wanneer de tijd komt, zullen we hen begraven in de loopgraven die ze zelf gegraven hebben.”

  7. Dreigen de Koerden weer het kind van de rekening te worden?

    De Koerden, die nu eenmaal niet kunnen terugvallen op betrouwbare bondgenoten, waren daar al langere tijd bevreesd voor. Het overkwam hen vaker. In 1991 riepen de Amerikanen de Iraakse Koerden op in opstand te komen tegen het bewind van Saddam Hussein. Toen die daaraan gehoor gaven, lieten de Amerikanen hen in de steek. Daarna rekende Saddam Hussein meedogenloos met hen af. Nu de VS zich wederom terugtrekken dreigen ditmaal de Syrische Koerden alleen te komen staan tegenover hun vijanden. Hun eerste zorg geldt Turkije. President Erdogan heeft al gezinspeeld op een nieuw offensief. Daarom hebben de Koerden in het noordoosten van Syrië de laatste weken koortsachtig loopgraven en tunnels gegraven. Een Turks offensief kan hen ook in de armen drijven van Assad.

    Omdat de Koerden dit zagen aankomen, hebben zij de laatste maanden al contacten gelegd met het regime in Damascus. Dat heeft voor zover bekend nog niets opgeleverd. In ruil voor steun tegen de Turken zal Assad pogen de feitelijke autonomie, die de Koerden sinds het begin van het Syrische conflict in 2011 genoten, te reduceren. „We hebben het volste recht om bang te zijn”, aldus de Koerdische commentator Arin Sheikmos tegen persbureau AP.