Nieuw: een opvang die daklozen hélpt

Daklozen Na een vernietigend rapport over de daklozenopvang gooit de gemeente Den Haag het roer om. Met hulp van de daklozen.

Daklozen in Den Haag krijgen voortaan kleinere opvangplekken, meer begeleiding en zorg, en meer 24-uursopvang.
Daklozen in Den Haag krijgen voortaan kleinere opvangplekken, meer begeleiding en zorg, en meer 24-uursopvang. Foto Lex van Lieshout/ANP

De karakterloze vergaderzaal in het Haagse stadhuis is omgetoverd. Het ruikt er naar soep en koffie. Op tafel ligt een papieren kerstkleed en staan schalen met muffins en schoteltjes met kerstkransjes. „Voor de feestvreugde”, zegt de wethouder. Hij houdt een stapel papieren omhoog: zijn plan om de daklozenopvang in Den Haag te verbeteren. Met het nieuws dat er vanaf 1 januari jaarlijks structureel 4,5 miljoen euro beschikbaar is voor onder meer kleinere opvangplekken, meer begeleiding en zorg, en meer 24-uursopvang.

Aan tafel de mensen om wie het gaat: zo’n twintig dak- en thuislozen, mensen die in de opvang zitten of net weer zelfstandig wonen, vrijwilligers van daklozenorganisaties en de straatpastor. Ze geven wethouder Bert van Alphen (maatschappelijke opvang, GroenLinks) een applaus. En hij hen: deze groep dacht mee.

Sinds de zomer vergaderden de daklozen om de zes weken op het stadhuis, om Van Alphen van ideeën te voorzien. Hij zegt: „Niemand heeft iets aan papieren oplossingen. Het gaat erom dat plannen aansluiten bij de werkelijkheid op straat.” Elly Burgering van belangenorganisatie het Straat Consulaat, zegt: „De problemen van daklozen worden vaak gebagatelliseerd. Ik ben blij met het besef van urgentie.” Al is „iedere dag één te veel als je op straat bent”. Rond de tafel wordt instemmend gemompeld.

Van Alphen vertelt dat „as we speak” een nieuwe opvanglocatie opengaat. Eerder op de dag heeft hij al verteld dat in Den Haag de nachtopvang helemaal verdwijnt: daklozen kunnen voortaan de hele dag bij de opvang terecht en worden niet meer ’s ochtends buitengezet.

Opvang schoot tekort

De gemeente moest ook wel met iets komen. Begin dit jaar kwam de Haagse Rekenkamer met een vernietigend rapport over de daklozenopvang – net zoals, tegelijkertijd, de rekenkamers van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht concludeerden dat ook daar de opvang ernstig tekortschoot. Terwijl het geschat aantal daklozen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek tussen 2009 en 2016 steeg met 70 procent: van 17.800 naar 30.500. Bijna de helft woont in één van de vier grote steden: in Den Haag klopten vorig jaar 4.028 daklozen aan bij een hulploket van de gemeente.

Het stadhuis was „het zicht en de grip” op de hulp kwijtgeraakt, stelde de Rekenkamer. „Daklozen [gaan] er in de nachtopvang gemiddeld op achteruit.” De hulp was „onvoldoende toegespitst op de uiteenlopende vaak complexe problemen” van daklozen, er werd te weinig nagedacht over definitieve oplossingen, en de manier waarop de hulp werd gefinancierd had „een negatieve invloed op de doeltreffendheid”.

Ook was er een tekort aan plaatsen en een tekort aan mogelijkheden om uit de opvang te komen en zelfstandig te gaan wonen. Dat laatste, erkent Van Alphen, blijft een probleem: „Den Haag heeft een schreeuwende behoefte aan sociale woningen.”

Aan de vergadertafel wordt snel gerekend: hoeveel meer mensen zou het geld betekenen? Cees (61, en „tien dagen binnen”) steekt zijn hand op en zegt tegen Van Alphen: „De werkdruk is heel hoog in de opvang. Ze hebben geen tijd om even met je te gaan zitten, om met iemand die mentaal niet goed is te praten. Dan maken we de situatie alleen maar erger.”

Winteropvang

De vergadering is een gewone vergadering – op misschien de soep en de broodjes na. De (ex-)daklozen zijn ook net zo kritisch als ieder gezelschap dat een plan krijgt gepresenteerd. Van Alphen wil het zo: „De benadering van mensen is belangrijk. Dakloosheid is geen identiteit. Het kan ieder van ons overkomen.”

Belangrijkste punt van kritiek is de permanente winteropvang, die tussen 1 december en 1 april open is. Daarvoor moeten daklozen twee euro betalen én zich legitimeren én meewerken aan wat aan tafel bijna in hoofdletters „het traject” heet, een ondersteuningsplan dat uiteindelijk moet leiden tot een dak boven het hoofd. Alleen als het vriest, is de opvang gratis.

Op straat, zeggen de daklozen, worden die voorwaarden gezien als een extra drempel. De straatpastor knikt, de vrijwilligers ook. Juist „de buitenslapers” hebben vaak geen legitimatie of willen die niet tonen. En ze willen al helemaal niet ‘het traject’ in.

Van Alphen legt uit: „In Amsterdam werd het een beetje chaotisch toen het gratis was. Alles en iedereen kwam: ook toeristen en seizoensarbeiders die goedkoop wilden slapen. De mensen om wie het ging, konden er in de opvang nauwelijks meer bij.”

Hij begint over een grootschalige opvang in het zuiden van Den Haag, waar soms wel 200 man op zaal lagen, en alles door elkaar: uitgeprocedeerde asielzoekers, geestelijk verwarde mensen, verslaafden, jong en oud, vrouwen met kinderen en mannen. „Onverantwoord”, zegt hij. „Dat niet meer.”

Rond de tafel is iedereen het daarover eens. Michel (40, zes maanden dakloos) zegt: „Dat was een puinhoop.”

De drempels zijn „echt uit voorzichtigheid”, zegt Van Alphen. Maar hij belooft te zullen opletten of „de mensen uit de tenten en de bosjes” wel komen.

Hij kijkt de tafel rond: „Zijn er nog andere punten?” Iemand begint over de openingstijden van een van de opvanglocaties, moeten die niet uitgebreider? Iemand anders heeft gehoord dat van buitenslapers die weigeren mee te werken aan ‘het traject’ bij een andere locatie de toegangspas wordt ingenomen, zodat ze ook niet meer kunnen douchen. „Wie is daarvoor verantwoordelijk?”, wil ze weten. En een derde hoorde dat er „meer sanitair” zou komen.

„Ja”, zegt Van Alphen: „Er is een wc-app voor je telefoon.” Maar die blijkt vooral te zijn voor wc’s in restaurants en cafés.

Zes jaar lang was straatpastor Luc Tanja het luisterend oor voor dak- en thuisloze Amsterdammers. Dit heeft hij geleerd
    • Titia Ketelaar