Andreas Terlaak

Björn Kuipers: ‘Neymar! STOP IT. Wanna play or not?’

Eindejaarsinterviews

Scheidsrechter Björn Kuipers draaide op het WK voetbal voor het oog van de wereld een strafschop terug. Hij had die ten onrechte gegeven, bleek uit videoarbitrage. Over lof, kritiek en bedorven filet americain.

Twee minuten lang was Björn Kuipers er „niet meer helemaal bij”. Hij had het groepsduel Brazilië – Costa Rica hervat, maar was een beetje van slag. ‘Einde WK’ spookte door zijn hoofd. In zijn oortje hoorde hij videoscheidsrechter Danny Makkelie: „Kom op Björn, focus.”

Even daarvoor had hij voetbalgeschiedenis geschreven, in zekere zin. Iemand moest de eerste zijn die een strafschop op een WK zou herroepen op aanwijzing van de videoscheids. En hij was het, de internationaal toparbiter en supermarkteigenaar uit Oldenzaal. Hij móest ook wel. In de herhaling blijkt dat de Braziliaanse vedette Neymar zelf naar de grond ging. Niks overtreding.

„Wil je dat ik ga kijken?”, riep Kuipers in zijn headset nadat hij voor een penalty had gefloten. Ja, zei Makkelie. „Ik denk niet dat je hier support voor krijgt.”

Na zeven seconden staren naar het scherm langs de zijlijn wist ook Kuipers genoeg: geen strafschop voor Brazilië, wel een vrije trap voor Costa Rica. De bijval op Twitter was meteen massaal, voormalig Manchester United-keeper Peter Schmeichel schreef: „Geef hem de finale!”

Het nut van de Video Assistant Referee, de VAR, was ineens zonneklaar. Maar dat is niet wat Kuipers dacht. „Potverdikke, dacht ik. Je wil geen correctie. Je wil gewoon geen correctie. Dat is inherent aan 29 jaar scheidsrechter zijn en altijd de persoonlijkheid gehad hebben om in het veld beslissingen te nemen die niet gecorrigeerd werden.”

Het is vijf maanden na de VAR-ingreep die, zo beaamt Kuipers, zijn WK redde. „Vroeger was je dan klaar geweest.” Maar hij kreeg nog een achtste finale, een kwartfinale. Hij was vierde official bij een halve finale en de finale. Hij vergelijkt de VAR met een parachute; zonder was hij te pletter gestort.

Vetpercentage 12,2

Björn Kuipers is 45, tot voor kort de maximumleeftijd in de top. Het WK over vier jaar zit er niet meer in voor hem, maar de Europese bond UEFA heeft laten weten dat hij het EK 2020 nog kan halen. Mits hij op topniveau blijft. Zijn vetpercentage is rond de 12,2 procent, zegt hij. Boven de 14 procent tref je amper nog aan in het korps. In een intervaltest moeten scheidsrechters veertig keer 75 meter lopen binnen vijftien seconden, met tussendoor steeds vijftien seconden rust. Kuipers: „Je mag twee keer te laat zijn, de derde keer is het klaar.”

Hij spreekt met Twentse tongval. Aan de wanden in zijn kantoor hangen zijn outfits van belangrijke duels, zoals de Champions League-finale in 2014 tussen Real en Atlético Madrid. Even verderop zit zijn vader te werken, de man die hem ooit aanspoorde tot arbitrage omdat puber Björn het als amateurvoetballer al beter wist.

Na de lof op het WK kwam de hoon. Kuipers’ ego zou Nederland ontgroeid zijn, stelden commentatoren toen hij vasthield aan een controversiële beslissing over een penalty. En er waren bedreigingen na de Klassieker, waarin hij Feyenoorder Jeremiah St. Juste rood gaf op aanraden van videoarbiter Makkelie. „Hebben we mee te dealen”, zegt Kuipers een aantal keer. Zijn telefoonnummer zwierf over een Feyenoord-forum online, de politie onderzoekt nog wie daarachter zat. „Meteen na de wedstrijd werd ik gebeld, gefacetimed en in allerlei appgroepen toegevoegd met beledigingen en bedreigingen”, zegt hij. Zijn zoontje zat naast hem in de auto. Kuipers heeft inmiddels een ander nummer.

Andreas Terlaak

Terug naar woensdag 16 juli. Team Kuipers keert terug op Schiphol na de WK-finale. Hij sluit zijn familie weer in de armen. Tien van de dertien verjaardagen van zijn dochter heeft hij door toernooien gemist. Bij het afscheid is er een stevige knuffel voor Erwin Zeinstra en Sander van Roekel, zijn assistenten aan de zijlijn. Zij zijn samen Team Kuipers, met Makkelie achter de knoppen.

Dat hij de finale niet zou krijgen werd hem duidelijk toen hij in de halve finale al ‘vierde man’ was. „Dan kun je het vergeten.” Hij ligt er niet wakker van. „Niet zoals vier jaar geleden.” Toen zat Oranje hem dwars. ‘FIFA is not sending you home’, sprak scheidsrechtersbaas Massimo Busacca. ‘But Louis van Gaal is sending you home.’ Althans zo gaat Kuipers’ imitatie van het meest wrange moment in zijn loopbaan.

Nu was er een niet-Europeaan aan de beurt. De Argentijn Nestor Pitana kreeg ‘wedstrijd 64’, de heilige graal: Frankrijk-Kroatië. Kuipers was wel vierde official, de man die langs de lijn de blessuretijd en de wissels aangeeft. Dus ja: toch een hand gekregen van Poetin, toch een medaille. Een lullige rol? Het is de enige keer in een aantal ontmoetingen dat hij wat kribbig wordt. „Is wat jij nu doet lullig dan? Je doet toch gewoon je werk? Ik ook. Nee, vierde man voel ik me echt niet te groot voor.”

„Vergeet niet”, zegt Danny Makkelie, „daar staat geen lulletje lampenkatoen. Vierde official zijn is ook stand-by staan als eerste invaller. Dan moeten ze er wel heel zeker van zijn dat hij zo’n wedstrijd aankan.”

Kuipers’ dochter appte nog tips om Pitana te vellen. Rauwe kaas laten eten die in de zon heeft gestaan, of bedorven filet americain. Kuipers: „Niet gedaan.”

Makkelie noemt Kuipers de beste ter wereld. „Het kenmerkt Björn dat hij als grote persoonlijkheid een fout zo snel durft toe te geven”, zegt hij over Brazilië – Costa Rica. „We hebben ook scheidsrechters gezien die komen naar het scherm, hoor je ze denken: ‘godver’. Die gaan zoeken hoe ze hun beslissingen kunnen verdedigen.”

Kuipers: „Ja. Dat is het grote punt met een topscheidsrechter die een groot ego heeft.”

Tai chi-meester

In het najaar duikt Björn Kuipers het theater in met een serie ‘colleges’. Als een tai chi-meester beweegt hij nu en dan over het podium, bijvoorbeeld als hij uitbeeldt hoe je langs speler een zichtlijn trekt om een situatie goed te zien.

Zijn dochter is chronisch ziek, haar darmen functioneren niet. De opbrengst van zijn boek, te koop na de show, gaat naar de stichting die onderzoek doet naar de aandoening.

De pareltjes in de show zijn de audiofragmenten van communicatie uit wedstrijden. Zoals toen hij het op het WK gehad had met Neymars voortdurende beklag. „Neymar! COME TO ME. Stop it. STOP IT. Wanna play or not?” Op beeld zie je Kuipers een kwebbelgebaar maken naar de Braziliaan. „STOP THAT.

Na het WK was er weer de alledaage eredivisie. Tuurlijk, de Klassieker, mooi. Maar er is ook FC Utrecht – NAC, een doorsneeduel. Na een lichte aanraking van Menno Koch (NAC) valt FC Utrecht-aanvaller Simon Gustafson om. Penalty, vindt Kuipers. De videoarbiter , niet Makkelie dit keer, wil dat hij er nog eens naar kijkt. Kuipers spurt naar het scherm. Vraagt andere beelden, zoekt bevestiging van wat hij gezien had – en blijft bij zijn besluit.

„Maar achteraf,” zegt hij, „gezien alle commotie was het beter geweest niet te fluiten.”

Het gevoel was: meneer is terug in Nederland en laat zich niet meer corrigeren.

„Onzin ten top. Het maakt mij niet uit of jij op de knop drukt, of mijn zoon van negen of de buurman. Als ik fout zit, laat ik me door iedereen corrigeren. Without any problem. Maar je hebt er mee te dealen dat dit het verhaaltje wordt. Het betreft dan ook nog eens NAC, waarbij je twee… Nou, je snapt het wel.”

Hij doelt op twee invloedrijke mediafiguren die NAC een warm hart toedragen. Pierre van Hooijdonk, oud-international en analist bij de NOS, die Kuipers’ gedrag „heel arrogant” noemde. En Sjoerd Mossou van Algemeen Dagblad, die een column schreef getiteld: ‘Superster Kuipers, veel groter dan de VAR’.

Maar de reacties zijn vrijwel eensluidend afkeurend. Arno Vermeulen, chef voetbal van Studio Sport, zegt in het praatprogramma Studio Voetbal dat Kuipers ‘in de war’ is. „Dat betekent eigenlijk dat ik van het padje af zou zijn”, zegt Kuipers. „Dan gaat het over mijn mentale fitheid.” Ook in zijn theatercollege maakt hij een punt van die opmerking.

Een journalist die zegt dat u ‘in de war’ bent lijkt u meer dwars te zitten dan bedreigingen.

„Zeker. Als zo’n boze supporter mij belt… Kijk dat zijn mensen die de controle niet meer hebben, misschien wat gebruikt hebben. Dat pakt mij veel minder dan iemand van wie ik ook nog eens denk: goeie vent. Dat je mijn beslissing niet goed vindt, oké. Maar je moet wel oppassen wat je zegt. Juist de suggestiviteit van vakmensen werkt ondermijnend.”

Raakt dit u zo erg dat het uw jaar verpest?

„Ha, nee zeg. Ik ben er al weer voorbij. Het mooie is, ik heb afleiding.” Zijn familie, zijn zaak. „Kijk, in relatie tot voetbal word ik niet emotioneel. Je moet de goeie momenten meenemen, foutieve moet je van leren. Dat is nodig als je wil blijven presteren. Je moet mentaal fit zijn als je belangrijke beslissingen neemt op momenten die voor veel mensen belangrijk zijn in hun leven, want dat is voetbal.”

    • Bart Hinke