Foto Andreas Terlaak

Lilian Marijnissen: ‘Ik wíl helemaal niet schreeuwen’

Eindejaarsinterviews

Als SP-leider wil ze „hartelijk” zijn, maar ze houdt ook Kamerleden kort. Lilian Marijnissen over haar eerste jaar, haar vader en oma, en over vrouwen in de politiek.

Lilian Marijnissen heeft net haar eerste congresspeech gehouden als politiek leider van de SP, in januari van dit jaar in Hilversum, en stapt met haar hoge hakken het podium af. Daar staat haar vader Jan Marijnissen – die de SP twintig jaar leidde. Hij geeft haar drie zoenen. „Dat vond ik pas eng”, zegt hij, „of het wel goed zou gaan met die hakken.”

Daarna zegt Jan Marijnissen publiekelijk niks meer over zijn dochter. Die moet zich eerst nog verdedigen. Had ze het leiderschap wel helemaal aan zichzelf te danken? „Ik heb een achternaam”, zegt ze in die tijd. „Daar kun je niks aan doen. En ik heb een vader en een moeder, daar kun je ook niks aan doen.”

Het helpt, zegt ze nu, dat ze geen interviews geeft samen met haar vader. Het helpt ook, denkt ze, dat ze geen grote fouten maakte. „Als je niet presteert, gaan mensen zeggen: ‘Kan ze het wel? Is deze baan haar niet te veel komen aanwaaien?’ Het maakte voor mij de druk groter.”

De vorige SP-leider, Emile Roemer, wist zich in de Tweede Kamer lang niet altijd raad met scherpe vragen of kritiek van andere fractievoorzitters. Lilian Marijnissen blijft lachen om commentaar van collega’s, al is het soms ongemakkelijk, en praat altijd terug. Op televisie en in interviews kon Roemer krampachtig overkomen, Lilian Marijnissen ziet er ontspannen en zelfverzekerd uit.

En dat ze in het voorjaar een hersenschudding opliep had niks te maken met haar hakken. Die avond, in een restaurant met een gladde vloer, droeg ze sneakers.

In haar eerste jaar valt Lilian Marijnissen verder niet erg op. De SP, met veertien zetels in de Tweede Kamer, steeg in de peilingen na de leiderschapswissel. Maar dat virtuele electorale effect duurde niet lang en in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart bleek dat ze op straat nog bijna niet bekend was. Vier jaar eerder was het bij die verkiezingen juist heel goed gegaan, nu verloor de SP.

Voor Lilian Marijnissen had 2018 net zo goed een oogstjaar kunnen zijn, als je alleen al denkt aan de failliete ziekenhuizen die volgens de SP bewijzen hoe slecht marktwerking in de zorg is, of misschien ook aan het scherpere standpunt van de partij over migratie. Toch staat de SP in de peilingen net als vorig jaar december op twaalf tot veertien zetels.

Lilian Marijnissen zegt wat politici in zo’n geval vaak zeggen: dat ze peilingen niet interessant vindt. En: „Ik heb mezelf tijd gegeven, de SP moet groeien in politieke relevantie. Dat is niet iets van vandaag of morgen, daar moet je aan bouwen.”

Ze noemt Tweede Kamerleden als Sandra Beckerman en Peter Kwint die „aan de weg timmeren”, de beweging ‘Tijd voor Rechtvaardigheid’ waar de SP na de zomer mee kwam als protest tegen het kabinet en die nu zo’n zevenduizend ‘vrienden’ heeft.

En wat de SP onder haar leiding heeft bereikt in de oppositie? „Het beste voorbeeld: dat de afschaffing van de dividendbelasting niet doorgaat.”

Komt dat door de SP?

„Ja, zo onbescheiden wil ik wel zijn.”

Het komt toch omdat Unilever had besloten zijn hoofdkantoor niet naar Rotterdam te verhuizen?

„Het komt niet alléén door ons. Wij zijn wel in het verzet vooropgegaan en we kwamen steeds met nieuwe dingen. Eerst ging het over de memo’s in de kabinetsformatie waar Rutte niets van wist en daarna toch wel. Toen bleek dat Shell voor miljarden aan dividendbelasting ontweek. En het enige onderzoek dat vóór afschaffing pleitte bleek door Shell te zijn betaald. We hebben de druk effectief opgevoerd. Het was voor Rutte niet meer te verdedigen.”

Lees ook: Wie profiteren er van het overeind houden van de dividendbelasting?

Uw partij vierde ook het dichtdraaien van de gaskraan als een overwinning…

Lilian Marijnissen knikt.

…net als het niet doorgaan van de maatregel om gehandicapte werknemers onder het minimumloon te betalen. Trekt u niet te veel successen naar u toe?

„Wij zijn vooropgegaan in dat werken onder het minimumloon. Wij hebben op dag 1 van dit kabinet gezegd: daar gaan we voor liggen. Wij hebben geprobeerd om iedereen die ertegen in opstand kwam een stem te geven in het parlement en ook daarbuiten zijn we actief geweest. We haalden iedereen bij elkaar en het resultaat is dat ze hun knopen hebben geteld.”

Lilian Marijnissen zegt dit in het tweede gesprek voor dit verhaal, in haar werkkamer in de Tweede Kamer. Het kabinet-Rutte III, zegt ze ook, hoeft bij geen enkel onderwerp te rekenen op steun van de SP. „Wij zetten alles op alles om een andere politieke werkelijkheid te creëren.”

In het eerste gesprek, in een café buiten het Binnenhof, gaat het over haarzelf, over het soort leider dat ze wil zijn, over haar vader, haar oma. En over een van haar eerste optredens als SP-leider, in de gemeenteraadscampagne in maart. Lilian Marijnissen zat in het Libelle Nieuwscafé in Den Haag aan tafel met Thierry Baudet van Forum voor Democratie, VVD’er Klaas Dijkhoff en GroenLinks-leider Jesse Klaver. Ze waren aangekondigd als ‘vier jonge, talentvolle fractievoorzitters’. De drie mannen praatten veel, Marijnissen liet haar beurt een paar keer voorbijgaan met opmerkingen als: „Ik sluit me aan bij wat Klaas zei.” of: „Ik ben het eens met Jesse.”

Waarom deed u dat?

„Als het zo is gegaan, moet ik ervan leren. Weet je, op zo’n moment denk ik: zitten die Libelle-lezeressen erop te wachten dat ik per se ook nog wat zeg, als Klaver iets zegt en ik ben het daarmee eens?”

Het is aan de orde van de dag dat vrouwen het te horen krijgen als ze emotie tonen

Die lezers lopen het café uit met ideeën over die drie en niet over u.

„Ja, dat kan. Diezelfde week deed ik mee aan een debat in de Balie in Amsterdam. Er waren allemaal mannelijke collega’s en iedereen was aan het schreeuwen tegen elkaar. Daar had ik van tevoren over nagedacht. Als vrouw ga je daar niet overheen komen. En als je mee schreeuwt komt dat niet sympathiek over. Ik heb ervoor gekozen om me wat op de achtergrond te houden. Maar dan zei ik soms wel iets als: ik sta hier tussen een stel kakelende stropdassen bij elkaar.”

Hoe is dat in de Tweede Kamer? De Partij voor de Dieren is de enige andere fractie met een vrouw als voorzitter.

„Daar is het net zo. Je wilt dan je sympathieke uitstraling bewaren, maar je ook niet de kaas van het brood laten eten. Het is voor mij nooit moeilijk geweest om als vrouw in de positie te komen die ik nu heb. Maar in zulke debatten, met al die mannelijke fractievoorzitters, is het lastig als vrouw. Dat moet ik wel erkennen. Het is aan de orde van de dag dat vrouwen het te horen krijgen als ze emotie tonen.”

En u vindt: als dat zo is, moet ik maar niet mee schreeuwen?

„Ik wíl ook helemaal niet schreeuwen. Dat zou ten koste gaan van mijn effectiviteit. Het is oneerlijk en zo voelt het ook, dat je meer kritiek krijgt als je als vrouw je stem verheft. Maar dan moet je dus slimmer zijn en het anders doen.”

Vindt u zelf dat vrouwen minder sympathiek overkomen als ze hun stem verheffen?

„Nee, dat heb ik niet zo. Ik doorzie wel redelijk goed wanneer stemverheffing een spel is. Het is de rode draad in mijn leven, ik weet niet beter dan dat ik tussen mannen zit. Ik heb geleerd hoe je stevig kunt zijn zonder iedereen tegen je in het harnas te jagen.”

Mensen zeggen wel over u dat u vaak verontwaardigd en boos overkomt. Pas nog in de debatten over de failliete ziekenhuizen. En op de radio.

„Ik heb dan net voor zo’n uitzending gesproken met mensen uit die ziekenhuizen en ik vind het mijn taak om hun boodschap over te brengen. Dan vertolk ik de woede en machteloosheid van die mensen.”

Wat voor leider wilt u zijn?

„Ik probeer zoveel mogelijk ruimte te laten. Toen ik begon heb ik gezegd: jongens, ik sta voor open leiderschap. Elk idee mag op tafel komen en elk idee mag ook weer van tafel. Maar we moeten wel tot besluiten komen, dus af en toe moet je mensen kort houden.”

Uw vader stond als SP-leider bekend als dominant. Hij kon in de fractie hard uitvallen naar mensen. U doet het anders?

„Ik schiet niet snel uit mijn slof. En wat de verhalen over mijn vader betreft: ik was er niet bij en ik heb nooit met hem samengewerkt, maar zo ken ik hem niet. Wat ik hoor van mensen is dat ze tegen hem opkijken om zijn intellectuele bagage, zijn retorische gaven en de manier waarop hij het debat kon domineren en de partij groot heeft gemaakt.”

Lijkt u op hem?

„We lijken op elkaar in onze overtuiging en discipline. En politiek inhoudelijk, in onze stijl en manier van denken. Ik vind dat hij er altijd goed in slaagde, en dat probeer ik ook, om in gewonemensentaal te vertellen wat er aan de hand is. Maar dan hoeft je analyse niet simpel te zijn. We lijken ook op elkaar in onze nieuwsgierigheid: ergens binnenkomen en vragen stellen. Dan kom je nog eens op een idee, je hoort een mooi woord, een voorbeeld.”

Ik heb in mijn leven geleerd om mijn positie te bevechten, maar ik wil mijn hartelijkheid behouden

Lilian Marijnissen is het enige kind van Jan en Mari-Anne Marijnissen. Haar vader was druk met de SP in Den Haag, haar moeder met de afdeling in Oss. Ze was vaak bij haar oma, de moeder van haar vader, of alleen thuis. Heel vaak ging de telefoon. „Ik maakte briefjes, wie er had gebeld. Ik hoorde over asielzoekers die het land uit werden gezet. Over mensen die boos waren, verdrietig, zich in de steek gelaten voelden. Er is een keer een man uit Drenthe naar ons toe komen fietsen omdat hij uit zijn woning moest. Dan denk je als kind van een jaar of tien: dat doet hij omdat hij denkt dat mijn vader iets voor hem kan doen.”

U dacht ook: mijn vader lost die problemen wel op?

„Dat denk ik, ja. Hij was de hele dag op pad om dat te doen. Ik ging mee toen hij stakende postbodes een hart onder de riem ging steken. Ze stonden buiten de poort in een tentje, ze mochten er niet in. Maar dan moet je net mijn vader hebben, die zei: ‘Kom, we gaan verhaal halen bij de directie. Die zitten toch binnen? Daar moeten we zijn.’ Je zag die postbodes opleven, eindelijk was er iemand die vooropging in hun strijd.”

Zo wilt u het ook doen?

„Dat ik niet schroom om tegen heilige huisjes te trappen en mensen wil inspireren, dat heb ik van hem ja. In de tijd dat ik bij de vakbond werkte, was ik een keer bij het verpleeghuis Slotervaart in Amsterdam. Daar was veel mis, maar toen de inspectie kwam was alles koek en ei. Geen twee mensen per afdeling maar zeven, er lag nieuw tapijt, de glazenwasser was geweest. Dus wij hadden buiten een rode loper uitgerold en een grote poppenkast bij de ingang gezet: kom maar binnen, inspectie. Maar die ging via de achterdeur. Ik dacht: dat moeten we niet hebben, dus ik ben met al het personeel dat aan het protesteren was het verpleeghuis ingestormd. Ik klopte op de deur van de kamer waar ze zaten. Niks. Toen wilde ik naar binnen, maar aan de binnenkant stond iemand de klink omhoog te houden. Voor mij was dat zo tekenend. De inspectie wilde niet met de mensen praten, alleen met de directie.”

Foto Andreas Terlaak

U had het afgekeken.

„Ik heb het in elk geval nergens anders geleerd. Het was niet zo dat mijn vakbondscollega’s het ook zo deden.”

In september hield u een ‘rede voor rechtvaardigheid’, tegen het kabinetsbeleid, en begon met uw oma. Wat keek u van haar af?

„Zij was zachtaardig, een lieve vrouw en erg geïnteresseerd in anderen. Maar ze liet niet met zich sollen. Dat vond ik mooi en ik hoop dat ik dat ook heb. Ze was sterk. Haar man was overleden toen mijn vader tien was. Ze stond er alleen voor en werkte, wat in die tijd niet zo normaal was.”

Vindt u zichzelf zachtaardig?

„In elk geval niet het tegenovergestelde. Wat is dat?”

Hard?

„Nee, dat ben ik niet denk ik. Ik kan oprecht geraakt zijn als ik een meningsverschil heb met iemand. Ik kan op het scherpst van de snede debatteren, maar dat is wat anders dan gedoe hebben met mensen. Ik vind het ook heel belangrijk dat het goed gaat met de mensen om me heen. Op de eerste dag van mijn fractievoorzitterschap heb ik gezegd dat ik van alle medewerkers wil weten wanneer ze jarig zijn. Ik stuur ze allemaal een kaart.”

Wat vindt de Tweede Kamerfractie tot nu toe van u?

„Ik hoor positieve geluiden. Je hebt wel de verantwoordelijkheid dat het goed loopt, in discussies kan ik stevig zijn. Ik heb in mijn leven geleerd om mijn positie te bevechten, maar ik wil mijn hartelijkheid behouden. Ook in de fractie. Toen ik begon heb ik gezegd: ik heb het uit de overlevering, maar ik accepteer het niet.”

Wat bedoelt u? Wat accepteert u niet?

„Dat er tegen elkaar wordt geschreeuwd. We gaan normaal met elkaar om, dat is echt niet te veel gevraagd.”

Dat was in de periode vóór de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.

„Ik was er niet bij. Ik heb alleen gezegd: onder mijn leiding gaat dat niet gebeuren.”

Wij moeten aan de kant staan van de mensen die terecht zeggen: er komt nu wel heel veel druk te staan op mijn wijk. En die mensen zijn geen racisten. Allerminst

In de vorige SP-fractie was er diepe verdeeldheid over migratie: moest de partij vooral opkomen voor vluchtelingen of voor de mensen in wijken met veel migranten? Op een partijraad in juni bleek dat de SP er nog lang niet uit is. Er zijn SP’ers die vinden dat iedereen op zoek naar een beter leven welkom is, en dat Nederland niet moet meedoen aan migratiedeals met landen in Afrika. Maar onder leiding van Marijnissen en partijvoorzitter Ron Meyer wijst de SP zulke deals niet meer af en wil de partij meer aandacht voor wie zich bedreigd en onzeker voelt door migratie en globalisering.

Lees ook: Achter de leiderschapswissel bij de SP lijkt ook een richtingenstrijd te zitten: de partijtop wil weer een ‘volkser’ imago krijgen. Lees: Met Marijnissen als leider wint de ‘gewone’ SP

In haar werkkamer op het Binnenhof zegt Lilian Marijnissen dat de SP „alles in zich heeft” om een „echte volkspartij” te zijn. „Dan moet je duidelijk zijn over thema’s als klimaat en migratie. Het hoeft geen speerpunt te zijn, helemaal niet, maar mensen moeten weten hoe je daar in staat.”

De SP kwam dit jaar, al vóór CDA-leider Sybrand Buma, met woorden als ‘klimaatrechtvaardigheid’ en ‘eco-elite’: er moest niet van mensen in arme buurten worden gevraagd dat ze meebetalen aan klimaatbeleid. „De SP is groot geworden”, zegt Lilian Marijnissen, „door goed te luisteren en een spreekbuis te zijn voor mensen die zorgen hebben.”

De SP wil nu migratie beperken en opkomen voor buurten die het zwaar hebben door migratie?

„Ik denk dat de SP juist op dat punt een historie heeft. We blijven voor humane opvang voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Tegelijk moet je bedenken: wat is realistisch? Wij moeten aan de kant staan van de mensen die terecht zeggen: er komt nu wel heel veel druk te staan op mijn wijk. En die mensen zijn geen racisten. Allerminst.”

Lilian Marijnissen vindt: in haar partij moet er veel over worden gepraat. „Ook als het moeilijk is, we lopen er niet omheen.”

De medewerkers van de SP krijgen in het voorjaar een ‘familiedag’ – háár idee. „Het is voor naasten leuk om het hier eens te zien. En het geeft mij de kans om dankjewel te zeggen. Er wordt hier zo hard gewerkt, thuis zal er vast weleens worden gevloekt.”

    • Petra de Koning