Femke Halsema, de eerste vrouwelijke burgemeester van de gemeente Amsterdam. Eerder was zij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en fractievoorzitter en politiek leider van GroenLinks.

Andreas Terlaak

Femke Halsema: ‘Ik geloof niet dat terugmeppen altijd helpt’

Eindejaarsinterviews

Femke Halsema wil als burgemeester van Amsterdam graag boven de partijen staan. Soms lukt dat, ziet Thijs Niemantsverdriet die haar de eerste zes maanden volgde. Soms wint haar scherpe tong.

„Jongens”, zegt Femke Halsema, „ik blijf hier niet een kwartier staan. Ik wil nú naar binnen.”

Het is vrijdag 28 september en een groep studenten heeft het P.C. Hoofthuis van de Universiteit van Amsterdam bezet. Ze protesteren tegen bezuinigingen en „uitholling van het onderwijs”. Om de hoek staat de Mobiele Eenheid klaar om te ontruimen. Halsema is naar het pand gekomen om de studenten te overtuigen uit eigen wil te vertrekken. En daar staat ze dan, voor een dichte deur.

„Femke wil naar binnen”, roept een woordvoerster van de studenten van buiten door de geblokkeerde deur. Tegen Halsema: „Ze zeggen dat u niet naar binnen kan, er staat te veel politie buiten.”

Halsema: „Ik kom zonder politie.”

De actievoerster door de deur: „Het is zonder politie.”

Om Halsema heen hebben een stuk of dertig sympathisanten zittend op de grond een menselijke keten gevormd. Ze roepen leuzen over solidariteit. „Waarom steunt u dit neoliberale onderwijsbeleid?”, vraagt een meisje aan de burgemeester.

Halsema richt zich weer tot de actievoerster bij de deur. „Als jullie het echt belangrijker vinden om te vergaderen dan om de burgemeester binnen te laten, dan ga ik.”

De deur blijft dicht.

„Jongens, ik geef jullie nog twee minuten, dan is het klaar.”

De actievoerster begint opnieuw door de deur te praten. Ze werpt een hulpeloze blik op Halsema.

„Jullie hebben een gebouw bezet”, zegt de burgemeester. „Dat kán niet. Jullie kunnen hier vannacht niet blijven.”

De deur blijft dicht.

Lees ook: Namens hoeveel studenten spreken de bezetters van het P.C. Hoofthuis van de Universiteit van Amsterdam eigenlijk?

Eerste bestuurlijke dilemma

Sinds juli dit jaar is Femke Halsema (GroenLinks) burgemeester van Amsterdam. Ze wist dat het niet makkelijk zou worden, als opvolger van de aanbeden Eberhard van der Laan. Ze wist ook dat er vanaf dag één heel veel op haar af zou komen. En dat gebeurde ook. Liquidaties in de stad. Handgranaten in winkels en woningen. Heftige debatten over salafisme en het boerkaverbod. Een steekincident met islamitisch-terroristisch motief op Amsterdam Centraal.

Maar het spannendste moment, zegt Halsema, was toch die bezetting van het P.C. Hoofthuis. Dit was haar eerste échte bestuurlijke dilemma: de ME erop af of niet? „Er zaten van die achttienjarige meiden met een open blik, ze keken me aan. Die willen iets van het leven, hebben idealen. Het zijn geen criminelen – en toch moet je ingrijpen.”

Halsema is in Amsterdam in meerdere opzichten een noviteit. Ze is de eerste vrouw in het ambt. De eerste niet-PvdA’er sinds 1946. En de eerste burgemeester die bij aantreden hoegenaamd geen ervaring had in het openbaar bestuur.

Hoe vergaat het haar? Ik volgde de burgemeester in haar eerste zes maanden, tijdens werkbezoeken, publieke optredens en raadsdebatten. Ik sprak met mensen uit haar omgeving en twee keer met haarzelf. Het beeld: een geprononceerde politica die graag wil veranderen in een verbindende bestuurder boven de partijen. Soms lukt dat wonderwel, soms ook niet. Dan wordt ze overmand door haar scherpe tong – of geconfronteerd met uitspraken uit haar Haagse verleden.

Andreas Terlaak

Voorwaarts!

„Toedeloe! Verder ben ik helemaal niet zenuwachtig :-)”

Zaterdagochtend 23 juni stuurt Femke Halsema een berichtje naar de WhatsAppgroep ‘Voorwaarts!’. Bijgevoegd: een foto van zichzelf in de trein, op weg naar Groningen, waar ze in het diepste geheim haar sollicitatiegesprek heeft met de vertrouwenscommissie van de Amsterdamse gemeenteraad.

Het ad hoc-gezelschap ‘Voorwaarts!’ speelt een cruciale rol in haar sollicitatie. Tussen eind april en midden juni stomen de leden haar in drie sessies klaar voor de gesprekken met de raadsleden. Ze krijgt huiswerk en er is een appgroep voor nieuwtjes, feedback en het afblazen van stoom.

De leden van ‘Voorwaarts!’ vormen samen een opmerkelijk groepje. Ze zijn allemaal man – en geen van allen lid van Halsema’s partij GroenLinks. Campagneman Erik van Bruggen en kunsthistoricus Lennart Booij zijn al vijfentwintig jaar actief in de PvdA. Hetzelfde geldt voor strateeg Hans Anker. Dan is er Alexander Rinnooy Kan, voormalig SER-voorzitter en senator voor D66. De club heeft zelfs een VVD’er in de gelederen: Patrick Mikkelsen, ooit politiek assistent van minister Rita Verdonk en tegenwoordig directeur van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland. Het enige lid dat niet politiek geaffilieerd is, is onderzoeksjournalist Jeroen Smit.

De sessies van ‘Voorwaarts!’ zijn ’s avonds, met tussenpozen van een maand. Plaats van samenkomst is het souterrain van het Amsterdamse grachtenpand waar Mikkelsen woont samen met zijn echtgenoot, oud-CDA-minister Joop Wijn. De gordijntjes gaan dicht: je weet nooit wie er zomaar langsloopt.

De sfeer is amicaal. Er wordt wijn geschonken en flink gelachen. Maar het gezelschap is ook streng voor Halsema. Waarom wil ze eigenlijk de nieuwe burgemeester van Amsterdam worden? Wat zijn haar zwakke kanten? En mocht ze het worden: hoe gaat ze invulling geven aan het ambt?

Ze bespreken de mogelijke concurrenten en nemen de sollicitatieprocedure tot in de kleinste details door. De mannen hebben bestuurlijke dilemma’s bedacht die ze ‘burgemeester Halsema’ voorleggen. Bijvoorbeeld: twee wethouders zijn in innige omstrengeling aangetroffen in de parkeergarage van het stadhuis – wat doe je? Of: je zit bij de diploma-uitreiking van je kinderen, en je hoort dat enkele straten verderop een aanslag is gepleegd – blijf je of ga je erheen?

In de loop van de tijd groeit het vertrouwen dat Halsema voorgedragen zal worden als burgemeester. Met name bij vragen over openbare orde en veiligheid komt ze sterk en beslist over. „En ze hebben me ook enorm geholpen om kalm te blijven toen De Telegraaf aan de lopende band akelige dingen over me schreef.”

Wel gaan de wenkbrauwen omhoog als Halsema bekent dat ze in haar twaalf jaar als Tweede Kamerlid nooit mediatraining gehad heeft – en daar stiekem nog trots op is ook. De mannen halen haar over met iemand te gaan praten. „Daar had ik naderhand een beetje spijt van. Die meneer ging me vertellen waar ik allemaal op moest letten: houding, ademhaling, enzovoort. Had hij waarschijnlijk groot gelijk in, maar het maakte me nerveus.”

Het vertrouwen van ‘Voorwaarts!’ blijkt terecht. Op woensdag 27 juni, de Amsterdamse raad is al een paar uur achter gesloten deuren bijeen, meldt Halsema zich om 17:49 in de appgroep: „Yes!!! Later meer”.

„!!!!!”

„WoW”

„Yes!!!”

„Burgemeester Halsema, leg dat maar eens op de tong.”

Andreas Terlaak

Ollie B. Bommel-moment

Tweeënhalve maand later staat Femke Halsema in een straatje achter het Leidseplein. Ze heeft haar ambtsketen om. De aanleiding is feestelijk: Fokke en Sukke, de cartoonvogels uit NRC, krijgen een gevelplaquette. Voor het huis waar ze vijfentwintig jaar geleden bedacht werden door het trio Reid, Geleijnse en Van Tol, heeft zich een man of zeventig verzameld. Terwijl er bladen bier rondgaan, vertelt John Reid de aanwezigen met enige bravoure over de lobby voor de plaquette. „Dit is mijn eerste onthulling als burgemeester”, zegt Halsema tegen Van Tol. „Wel even een Ollie B. Bommel-moment.”

„Er zijn in Amsterdam andere plaquettes op geboortehuizen”, zegt Halsema als ze de microfoon in handen krijgt. „Bredero, Cruijff, Rembrandt…”

„Óók een heel grote tekenaar”, roept Bastiaan Geleijnse. „…maar er zijn twee verschillen met Fokke en Sukke”, vervolgt Halsema. „Eén: ze zijn al een tijdje dood. En twee,” – vilein lachje richting Reid – „de plaquette werd ze aangeboden”.

De publieke kant van haar ambt gaat Halsema meteen goed af. Of ze nou te midden van de culture elite is of in de Bijlmer, op een basisschool of bij een herdenking – ze is benaderbaar en hartelijk, en kan behoorlijk grappig uit de hoek komen. Het burgemeesterschap voelt „alsof je een jas aandoet”, zegt ze. „Je bent meteen een wandelend instituutje geworden.”

Wel is er een duidelijk verschil in stijl met haar voorganger. Eberhard van der Laan was volks en direct, zonder aanzien des persoons. Halsema wil haar gesprekspartners graag op hun gemak stellen. Ze legt snel een hand op de rug of schouders van mensen. Haar introductie stemt ze af op de leeftijdsgroep. „Femke Halsema”, zegt ze als ze ouderen de hand schudt. Tegen jongeren: „Hoi, Femke!”

Je bent meteen een wandelend instituutje geworden

De burgemeester is op haar hoede voor ongemakkelijke situaties. Zoals begin oktober, als ze aanwezig is bij de jaarlijkse herdenking van de Bijlmerramp. Bij de kranslegging noemt de spreekstalmeester de verkeerde namen op, het geluid valt weg als een zangeres een lied wil aanheffen. „Volgens mij ligt het aan de microfoon”, zegt de zangeres.

Halsema knikt heftig. Als een meneer de microfoon weer aan de praat probeert te krijgen, roept ze: „We hebben een nieuwe batterij nodig!”

Een andere manier die Halsema gebruikt om haar gesprekspartners op hun gemak te stellen, is door te beginnen over haar eigen leven. „Hebben jullie daar ook last van?”, vraagt ze bij een voorleeslunch met ouderen in Amsterdam-Noord. „Dat jullie steeds minder lezen en steeds meer films en series kijken?”

Tegen een klas zes- en zevenjarigen op een basisschool in Amsterdam-Zuidoost, aan wie ze het boek Brand in de chocoladefabriek uitdeelt, zegt Halsema: „Toen ik zo oud was als jullie, moest ik ook wel eens heel erg huilen als ik iets verdrietigs las. Hebben jullie dat ook?”

Geen reactie.

„Of ben ik soms een aansteller?”

„Ja!” roept een brutaal jongetje.

Andreas Terlaak

Protocollen en procedures

Het meest waardevolle advies, zegt Femke Halsema, kreeg ze na een week of twee – van premier Rutte. „Mark zei: je moet nooit suggereren dat je alles al weet, want dan geeft niemand je meer advies. Dus vanaf het begin heb ik tegen iedereen om me heen gezegd: ik weet het niet, leg het me alsjeblieft uit.”

Het Amsterdamse stadhuis staat bekend als een taai bolwerk, waar eigenwijze, verpolitiekte ambtenaren hun eigen koninkrijkjes bestieren. Halsema heeft inmiddels haar „eerste ronde van ergernissen over het ambtelijk apparaat” achter de rug, zegt ze tijdens ons eerste gesprek, eind oktober. „Eberhard van der Laan stond wel bekend als kort aangebonden. Laatst dacht ik: ja, nu begrijp ik dat wel.” Halsema ziet „ontzettend veel mensen die hun werk goed doen”, maar ook „heel veel protocollen en procedures”. Op de Stopera heerst een „verantwoordingscultus”, zegt ze. „En dat is niet hetzelfde als verantwoordelijkheid nemen voor de missers die je maakt.”

Halsema maakt dagen van tien tot twaalf uur – plus minimaal één dag in het weekend. In een aantal taaie dossiers krijgt ze beweging, die eerste zes maanden. Ze maakt een begin met het beteugelen van de ranzigheid en chaos op de Wallen en vraagt generaal b.d. Peter van Uhm om bij de brandweer de vertrouwenscrisis tussen de korpsleiding en de uitrukdienst te onderzoeken.

Het debatteren is ze niet verleerd, zo blijkt in de gemeenteraad. Met de nieuwe populisten gaat ze behendig om. De identiteitspolitici van Denk en Bij1 (van Sylvana Simons) krijgen zo nu en dan een corrigerende tik, Annabel Nanninga van Forum voor Democratie wordt juist met charme en complimenten overladen: „Wat fijn dat u zo positief bent over de rechtsstatelijkheid van mijn plannen.”

Desondanks slaagt ze er nog niet in een belangrijk doel dat ze zich gesteld heeft te realiseren: het „depolitiseren” van de discussie over islamitische radicalisering in Amsterdam. Ze lijkt zelfs het tegendeel te bereiken: iedere keer als er tumult ontstaat rondom Halsema, heeft het te maken met moskeeën en boerka’s.

Het begint met een brief die ze in augustus, krap zes weken in het ambt, naar de gemeenteraad stuurt. Het is een eerste aanzet tot nieuw beleid om radicalisering onder islamitische Amsterdammers tegen te gaan. Halsema heeft vaart gezet achter de brief omdat ze op een belangrijk punt afstand wil nemen van interim-burgemeester Jozias van Aartsen (VVD): de gemeente gaat niet samenwerken met organisaties van salafistische moslims, een fundamentalistische stroming die een terugkeer naar de ‘originele islam’ nastreeft. „Mensen die de gelijkwaardigheid van man en vrouw en van homoseksuelen niet serieus nemen, die anti-democratisch zijn, die nodig ik niet uit aan de bestuurstafels van onze stad”, zegt ze tegen de lokale nieuwszender AT5.

Mark zei: je moet nooit suggereren dat je alles al weet, want dan geeft niemand je meer advies

Halsema’s koerswijziging leidt tot een ongemakkelijke situatie. Ze krijgt lof van rechtse partijen als CDA en Forum voor Democratie, terwijl de linkse partijen – waaronder die van haarzelf – kritiek hebben. Het salafisme is „veelzijdiger dan in de brief van Halsema geschetst”, zegt GroenLinks-fractievoorzitter Femke Roosma in de raad. Ze vreest dat „onzorgvuldigheid in woorden kan leiden tot onterechte verdachtmakingen en aanwakkeren van moslimhaat”.

Halsema, kauwend op de pootjes van haar leesbril, legt uit dat ze verkeerd is begrepen: ze maakt geen onderscheid tussen of binnen religies, ze trekt alleen een grens tussen wie wel de democratische rechtsstaat accepteert en wie niet. „Alle vormen van geloof worden in Amsterdam beschermd, ook de orthodoxie.” Ze belooft niet meer te spreken over ‘salafistische’ maar over ‘fundamentalistische’ organisaties.

Maar het beeld is gezet: Halsema moet niets hebben van orthodoxe moslims. Zeker als ze een paar dagen later tegen AT5 zegt dat ze „in het uiterste geval” gebedshuizen waar geronseld wordt voor de jihad, wil kunnen sluiten. In de gemeenteraad spreekt Annabel Nanninga verheugd over „de wind of change van burgemeester Halsema”.

Hoe hardnekkig het beeld is, blijkt twee maanden later in Amsterdam-Slotervaart. Tijdens een bijeenkomst in debatcentrum Argan spreekt Halsema met mensen uit de buurt – veelal jong en veelal moslim.

Alle vormen van geloof worden in Amsterdam beschermd, ook de orthodoxie

Na een uur neemt broeder Omar uit Amsterdam-Oost het woord. Hij draagt een baard en een witte djellaba. „U zet een deel van de moslims aan de kant met uw besluit over salafisten”, zegt hij.

„Met alle respect”, zegt Halsema, „maar wat heb ik u misdaan? Wat staat er in mijn brief dat u niet zint?”

Broeder Omar trilt van woede.

De gespreksleider, die tot dan toe vooral woorden als „fijn” en „verbindend” heeft gebruikt, weet even niet meer wat ze moet zeggen.

„Volgens mij”, vervolgt Halsema, „zeg ik iets wat een bestuurder in Nederland niet eerder zo nadrukkelijk heeft gezegd, namelijk dat ik de orthodoxie verdedig. Alleen: dat houdt op als de grens van de rechtsstaat wordt overschreden.”

„U duwt moslims weg!”, zegt Omar.

„Dan wil ik wel weten wáár ik moslims wegduw. Het enige onderscheid dat ik maak, is tussen wie de democratische rechtsstaat accepteert en wie niet. Als u in mijn brief iets anders vindt, dan corrigeer ik dat. Maar u zult het niet vinden!”

Dit soort confrontaties hoort erbij, zegt Halsema later in haar werkkamer – dat wist ze van tevoren. „Het gaat over mensen hun diepste geloofsovertuigingen. Bij dingen die je raken, luister je soms iets minder goed – of selectief.” Ze wil „een zekere hygiëne in het debat brengen. Ik zeg heel duidelijk: orthodoxie hoort erbij, fundamentalisme niet. De keerzijde daarvan is dat je grensgevechten krijgt”.

Lees ook: De eerste drie maanden van burgemeester Femke Halsema

Boerka-rel

In de acht jaar dat ze politicus-af was, zegt Femke Halsema, heeft ze erg haar best gedaan om geen politiek profiel te hebben. „Dat was heel moeilijk. Als ik een stukje schreef, werd het toch in een sjabloon geplaatst: kijk, GroenLinks!” Toen werd ze burgemeester. „De volgende dag is je politieke profiel weg.”

Dat is misschien iets te optimistisch gedacht. Want Halsema mag dan geen ‘GroenLinks-burgemeester’ willen zijn, haar meningen uit twaalf jaar Haagse politiek zijn niet uitgewist. In haar nieuwe ambt wordt ze ermee geconfronteerd – en het lukt haar niet altijd een scherpe reactie te onderdrukken.

Als Sylvana Simons (Bij1) in de gemeenteraad zegt dat Halsema als Tweede Kamerlid wel de vrijheid van meningsuiting van extreem-rechts verdedigde, maar nu bij salafistische moslims „op zoek gaat naar de mogelijkheden om die grenzen te beperken”, reageert de burgemeester getergd. Ze spreekt van „debatbederf waarvan ik hoop dat we bevrijd blijven”.

Ook bij het gesprek in Slotervaart komt Halsema’s Haagse verleden bij verschillende sprekers om de hoek kijken. Zoals bij Soumaya, een gesluierde moslima die haar confronteert met een interview uit 2009, waarin Halsema de hoop uitspreekt dat „vrouwen in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren”. Soumaya: „Ik heb het daar nog steeds moeilijk mee.”

„Weet je”, zegt Halsema, „ik vind het heel erg als ik jou daarmee heb gekwetst.” Ze heeft er moeite mee als jonge vrouwen gedwongen een hoofddoek dragen, zegt ze. „Maar ik zal altijd het recht verdedigen om er eentje te dragen. Je verdient alle respect met je sluier.”

En dan begint Halsema uit zichzelf over het boerkaverbod, dat volgend jaar moet ingaan. „Je kan ervan op aan dat ik niet zal toestaan dat Amsterdam daar gevolg aan geeft”, zegt ze. „Het past niet bij Amsterdam dat we vrouwen uit de tram halen omdat ze een nikab dragen. Dat is toch onbespreekbaar?”

Het past niet bij Amsterdam dat we vrouwen uit de tram halen omdat ze een nikab dragen

Halsema’s eerste rel als burgemeester is een feit. In de dagen daarop zullen landelijke politici, tot premier Rutte aan toe, haar de les lezen: het boerkaverbod is een nationale wet, en die geldt ook in Amsterdam.

„In z’n heftigheid overviel het me”, zegt Halsema een paar weken later over de boerka-rel. „Vooral omdat ik mezelf diezelfde avond al gecorrigeerd had voor de camera van AT5: vanzelfsprekend geldt de wet in Amsterdam.” In de Haagse reacties „werd die correctie bewust weggelaten”.

Ze heeft de affaire „een beetje ervaren als een ontgroeningsritueel”, zegt Halsema. „Het had iets campagne-achtigs. De Telegraaf heeft er in vier dagen tijd wel twintig stukken aan gewijd. En de reacties kwamen ook bijna allemaal uit de VVD.”

Lees ook: Burgemeester Halsema kreeg kritiek op de uitspraak het boerkaverbod niet te handhaven. Wat betekent dat voor haar positie?

Ferm en een beetje zachtaardig

„Als burgemeester heb je geen macht, je hebt gezag”, hoor ik Halsema een aantal keer tegen Amsterdammers zeggen. Ze wil vooral besturen op overtuigingskracht, maakt ze vanaf het begin duidelijk. „Ferm en een beetje zachtaardig. Ik geloof niet dat terugmeppen altijd helpt.”

Maar juist met overtuigingskracht wil het niet lukken, die septembermiddag bij de gesloten deur van het P.C. Hoofthuis.

„Jongens, we zijn voorbij alle ultimata!”, zegt Halsema tegen de woordvoerster, die nog steeds overlegt via de deur. „Ik wil met jullie praten… wat wil je nog meer?”

De deur blijft dicht.

Er zijn tien minuten verstreken als de bezetters met een nieuwe eis komen: alleen praten als de politie vertrekt. Dan draait Halsema zich om en baant zich een weg naar haar dienstauto. „Hoe ver gaat de so-li-da-ri-teit!”, scanderen de actievoerders.

Vlak voordat Halsema het portier van haar auto sluit, slaakt ze een diepe zucht.

Een kwartier later begint de ME met ontruimen.

    • Thijs Niemantsverdriet