Recensie

IJzige zelfspot in Donald Duck Winterboek: ‘bonkus tonkus op de konkus’

Recensie Rebelse slapstick zet Donalds stripwereld op zijn kop in het Donald Duck Winterboek. En dan is er ook nog een verwijzing naar de gruwelijke ijs-stripklassieker ‘Der Eispeter’ van Wilhelm Busch uit 1864.

Donald Duck met schaatsen op het ijs: een harde klap met opmerkelijke gevolgen.
Donald Duck met schaatsen op het ijs: een harde klap met opmerkelijke gevolgen. Disney/ tekening Bas Heymans

Het Donald Duck Winterboek van dit jaar bevat een pareltje. Het staat, zoals ieder jaar (sinds 1980) vol strips in winterse omgeving, kort en lang, vooral over de Duck-familie. Uitgekauwde kost, zou je denken, met veel sneeuwballengevechten tussen de neefjes Kwik, Kwek en Kwak. Maar dat valt mee. Er staan aardige verhalen in.

Hoogtepunt is het tien pagina’s lange Donald Duck-verhaal Van de wijs op het ijs, waarin de onfortuinlijke Disney-eend met zijn neefjes aan het schaatsen is. Al in de eerste bladzijde heeft Donald een woedeaanval op het ijs, als hij door een norse ijshockeyer weggeduwd wordt: „Ik zei, aan de kant, krielkip”.

Donald wordt ondersteboven gereden en valt op pagina twee al hard met zijn hoofd op het ijs: ‘Klonk!’. Zoals bekend zijn Disney-stripfiguren die een harde klap op hun kop krijgen meteen hun geheugen kwijt. Zo ook hier.

Donald Duck, normaal een kortaangebonden sikkeneur, wordt op slag goedgemutst. En zo rebels, dat hij het hele stripuniversum van de Duck-familie belachelijk maakt.

Dat begint al als hij vraagt wie zijn neefjes zijn. Die stellen zich keurig voor als Kwik, Kwek en Kwak. Waarop Donald tegen de drie ijshockeyers die beteuterd naar de gehersenschudde eend op het ijs staan te kijken zegt: „En dan zijn jullie zeker Kwuk, Kwok en Kwoek.” Een giller, vindt Donald zelf.

De neefjes brengen hem snel naar Oma Duck. Maar Donald beledigt ook haar: „Zeg opoe, draagt u die bril ook ’s nachts?”

De dokter ontdekt Donalds concussie. Disney/ tekening Bas Heymans

Een tweede klap op de kop

Dan maar naar de dokter, een klassieke, verwarde Freud-achtige professor, die een briljante diagnose stelt: „Hm. Een typisch geval van bonkus tonkus op de konkus!”. De dokter geeft een aardige omschrijving van de basiskennis die een normaal functionerend persoon nodig heeft: „Als je niet weet hoeveel twee keer twee is, of waar Broek op Langeduck ligt, krijg je vroeg of laat problemen.”

Een remedie heeft hij niet.

Maar de neefjes denken: nog een klap op het hoofd helpt vast. Terug naar het ijs voor een herhaling, dus.

Andere vaste Duck-figuren komen langs, Guus Geluk en Dagobert, die allemaal door de verwarde Donald te kakken worden gezet. Zelfs zijn grote liefde Katrien wordt diep door hem beledigd: „Wie is dat malle wicht met die strik?”

Afijn, als Donald uiteindelijk van een stapel stoelen naar beneden springt, zakt hij door het ijs – en is hij weer zijn normale chagrijnige zelf.

Scenarioschrijver Leendert-Jan Vis en tekenaar Bas Heymans gaan in dit verhaal (oorspronkelijk uit 2003) verder dan gebruikelijk: ze nemen het eigen genre speels en anarchistisch op de hak.

Er is meer aardigs te beleven in dit Donald Duck Winterboek. Zo is er het verhaal De Duckstadse IJstijd („Komt dat door de klimaatverandering?”) waarin de heks Zwarte Magica (per abuis toverknol in plaats van toverkol genoemd) geheel bevroren in een blok ijs te zien is.

Dat is een klassiek stripbeeld, dat verwijst naar de zwartgallige strip Der Eispeter uit 1864 van Wilhelm Busch, een van de oervaders van de stripkunst. In Der Eispeter gaat de eigenwijze Peter tegen alle waarschuwingen in schaatsen en verandert in de ijzige kou in een ijsblok. De ontdooide held eindigt uiteindelijk gesmolten, vloeibaar, in een weckpot met het opschrift ‘Peter’ tussen de potten augurken. In de kelder.

Slapstickgeweld in strips is in de eeuwen milder geworden, want zo’n einde zal je niet snel aantreffen in een Disney-Winterboek.

    • Paul Steenhuis