Pete Hoekstra in zijn werkkamer op de Amerikaanse ambassade in Wassenaar.

Foto Andreas Terlaak

Pete Hoekstra: ‘Nederlanders zijn bij lange na niet zo progressief als ze graag denken’

Eindejaarsinterviews

De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra leek te denken dat in Nederland politici worden verbrand. Een jaar in het voetspoor van Trumps man in Nederland.

Pete Hoekstra staat naast de schoenenkast in de Blauwe Moskee, Amsterdam-Nieuw-West. Het is begin november, het vrijdagmiddaggebed is net voorbij. Hoekstra, handen in zijn zakken, lacht ongemakkelijk en zegt tegen ons: „You now have enough material to totally destroy me.”

Het is het negende optreden van de Amerikaanse ambassadeur in Nederland dat we dit jaar meemaken. In de moskee had hij kennisgemaakt met een imam uit Baltimore. Hij at Turkse en Marokkaanse hapjes – baklava, börek, fruitsalades – met de imam van de moskee en met vrouwen van goededoelen-organisaties. Er waren buurtbewoners bij, lokale politici. Hij kreeg ook een rondleiding.

En daar gaat het mis. Pete Hoekstra trekt zijn schoenen uit, ziet het gat in zijn linkersok en snapt meteen hoe erg dat is. In de gebedsruimte moet hij op de foto. Hij schuift zijn rechtervoet over de linker en probeert zo lang mogelijk op die manier te blijven staan. Veel mensen nemen foto’s. „Nu nog een met de vrouwen erbij”, zegt de Amerikaanse imam.

In een gesprek op de ambassade in Wassenaar, een paar dagen later, zegt Hoekstra: „Ik weet dat ik zulke sokken heb. Toen ze zeiden ‘we gaan rondlopen’ dacht ik: o nee.”

We moeten het maar zo zien, vindt hij: hij is een „zuinige Hollander”. Tot zijn derde woonde Hoekstra in Winsum, een dorp in Groningen. „Mijn moeder zou ze hebben gestopt. Mijn vrouw zegt: gooi ze toch weg. Maar ik draag ze.”

We moeten ook niet denken dat hij voor het eerst in een moskee was. Als voorzitter van de inlichtingencommissie in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden reisde hij naar meer dan tachtig landen, de meeste islamitisch. „Dat je je schoenen uittrekt heeft een hygiënische reden, het is niet religieus. En ik weet zeker dat de mensen in de Blauwe Moskee iedereen accepteren. Mensen met mooie sokken, gekleurde sokken en sokken met een gat erin.”

Niet eerder werd een ambassadeur zo bekend in Nederland als Pete Hoekstra (65). Een jaar geleden toonde Nieuwsuur wat hij in 2015 had gezegd over Nederland, op een congres van het conservatieve, anti-islamitische David Horowitz Freedom Center. In Nederland veroorzaakt „de islamitische beweging” chaos, zei hij. Er waren „no go zones”, auto’s en politici werden in brand gestoken. Hoekstra zei in Nieuwsuur dat hij dat niet had gezegd, het was fake news.

Wie het zag, dacht: wat voor man is dit?

Een fragment uit het interview met Nieuwsuur.

In zijn eerste week als ambassadeur maakte Pete Hoekstra het alleen nog maar erger. Op een persconferentie in zijn huis in Den Haag wilde hij geen vragen beantwoorden over wat hij had gezegd. Hij draaide zich om en stond secondenlang met zijn rug naar de journalisten die wilden weten hoe hij kwam aan die ideeën over Nederland. Denkt Hoekstra echt dat hier politici worden verbrand?

Cornelis Piet is het derde kind in het streng gereformeerde bakkersgezin Hoekstra. Zijn ouders zijn rond de Kerst zo druk met de bakkerij dat hij als baby, nog geen twee maanden oud, een tijdje logeert bij zijn oom en tante in Bedum. Zijn vader, die in de Groningse familie van zijn moeder bekendstaat als een stijfkoppige Fries, klaagt veel over PvdA-minister van Financiën Piet Lieftinck. Hij vindt dat hij te hard moet werken en te weinig verdient.

In 1956 emigreert het gezin naar een stad in de Amerikaanse staat Michigan: Holland, halverwege de negentiende eeuw gesticht door Nederlandse calvinisten. Piet verandert in Pete, zijn broer Andries wordt Andrew, zus Gettie heet in de VS Grace.

Het fragment van de persconferentie van Pete Hoekstra, via RTL Nieuws.

Als Hoekstra de imam uit Baltimore, Mohamad Bashar Arafat, een hand heeft gegeven, in de moskee in Slotervaart, zegt hij: „Ik ben op mijn derde geëmigreerd naar Holland.” Het is een grap die we dan al een paar keer hebben gehoord. De imam kijkt verbaasd op, net als alle anderen vóór hem: „Holland?”

Hoekstra lacht. „Ja, Holland. Holland, Michigan.”

De Amerikaanse ambassade heeft de reis van de imam uit Baltimore georganiseerd en betaald. De ambassade regelt ook dat Hoekstra de imam ontmoet, na het gebed en de preek. Ze zitten met twintig mensen om hen heen op blauw-grijze banken en drinken muntthee met suiker. Hoekstra zegt: „Jullie mogen alles vragen.”

Die middag is er één die begint over de no-go-zones, het is de eerste vraag. Khalid Kasem, mede-eigenaar van het advocaten- en onderzoekskantoor van Peter R. de Vries: „De buurt van deze moskee zou zo’n buurt kunnen zijn die u bedoelde. Fijn dat u er bent. Dan kunt u zien en meemaken hoe het hier echt is.”

Hoekstra’s gezicht verstrakt. Hij zegt dat hij het daar niet meer over wil hebben, hij noemt „de journalisten” die graag een beeld van hem bevestigen. En hij praat over de islamitische landen die hij kent. Moslims, zegt hij, zijn het grootste slachtoffer van islamitische terreur. Hij maakte mee hoe open ze staan voor het christendom. „Ik was een keer met Kerst in een islamitisch land. In mijn hotel kwamen mensen kerstliedjes zingend de trap af. Ik dacht: waar ben ik?”

In het vraaggesprek op de ambassade zegt Hoekstra daarna: „Het spijt me, maar ik ga niet elke keer tegen iedereen zeggen dat het me spijt.”

Waarom zegt u niet gewoon: het was niet correct wat ik toen heb gezegd over Nederland?

„Maar dat héb ik gezegd. In januari, in een krant na de persconferentie. En als ik iemand tegenkom die wil dat de Amerikaanse ambassadeur in Nederland het nog een keer zegt, zeg ik: dat gaan ze niet te horen krijgen, oké? Want dan hoor ik bij elk werkbezoek: wilt u tegen deze mensen ook nog even sorry zeggen?”

Het kan voor mensen onduidelijk zijn waar uw sorry op slaat: op uw woorden of de ophef daarover.

„Ik heb ook gezegd dat ik fout zat, oké.”

Waarom begon u in de moskee dan over journalisten?

„Nee. Ik heb helemaal… ik heb de verantwoordelijkheid op me genomen. Ik heb een fout gemaakt. Oké? En heb ik ook een mening over journalisten? Absoluut. Maar ik ga het daar niet over hebben. We hebben er nu wel voor gekozen om NRC mee te laten kijken.”

Niet dat Hoekstra daar helemaal gerust op is. Hij zegt een paar keer: „Na jullie verhaal kan ik mijn spullen wel pakken.” Toch zijn Hoekstra en zijn medewerkers op de ambassade niet terughoudend, we krijgen een lijst met optredens waar we uit kiezen. We spreken hem drie keer.

Vanaf het voorjaar zien we Pete Hoekstra studenten toespreken in Leiden en Rotterdam, we zijn bij de 4 juli-receptie op de ambassade, bij een diploma-uitreiking op een school, een boekpresentatie, een bezoek aan een zonweringsbedrijf in Overijssel. We zijn bij de opening van een trainingsweekend van American football-spelers in Leiden, bij een diner van een genootschap van ondernemers, de Amstel Club in Amsterdam. En in de moskee.

We zien een diplomaat die voor zijn regering op pad is met duidelijke opdrachten: de Amerikanen moeten zelf paspoortcontroles kunnen uitvoeren op Schiphol, Nederlandse bedrijven moeten stoppen met hun werk voor de gaspijplijn vanuit Rusland, Nederland moet beseffen dat China de wereldhandel ondermijnt. En Nederland moet meer geld uitgeven aan defensie, zoals beloofd in de NAVO.

Hij verdedigt Trumps verhaal over het klimaat – „De president ziet de klimaatverandering ook, we weten alleen niet hoe het komt” – en zegt steeds maar weer dat Trump met ‘America First’ echt niet bedoelt ‘America Alone’.

We zien ook een man die op mensen bijna altijd een vriendelijke indruk maakt, maar die ook direct is – op het onbeleefde af – en dat niet altijd door lijkt te hebben. In het zonweringsbedrijf brengt hij het gesprek een paar keer op de trui en spijkerbroek van een van de bestuurders, die geen tijd had gehad om zich om te kleden omdat Hoekstra te vroeg was gekomen. De man moet er eerst nog om lachen.

Na onhandige grappen begint Hoekstra soms wel, in het Nederlands, over „de lange tenen” van de Nederlanders. Of hij zegt, in het Engels: „Ik hoop dat u tegen mijn Nederlandse humor kan.”

Wat bedoelt u met die Nederlandse humor?

„Ik weet niet zeker of ik dat onder woorden kan brengen. Het is de humor van mijn vader en moeder. Soms denken de Nederlanders dat ze grappig zijn en zien anderen dat helemaal niet zo. Ik bedoel, humor is ingewikkeld.”

U kunt op een vrij directe manier dingen zeggen die…

„…grappig zijn.”

Waarvan u zelf meteen denkt: misschien komt het verkeerd over.”

„Ja.”

Ziet u die directheid als typisch Nederlands?

„Nederlanders zijn bij lange na niet zo bot of direct als ze zichzelf wijsmaken.”

Hoe zit het met de lange tenen? Vindt u Nederlanders overgevoelig?

„De Nederlanders zijn perfect! Ik bedoel… Als ik over lange tenen begin, weten mensen precies wat ik bedoel. Dat betekent dat ze echt wel gevoelig zijn.”

Pete Hoekstra spreekt nooit van papier. Hij staat ook nooit op een podium, maar loopt rond als hij een zaal toespreekt. Bij vragen die hij moeilijk vindt, draait hij soms zijn rug naar het publiek, loopt weg en keert zich weer om voor het antwoord – zo heeft hij dat geleerd in de tijd dat hij marketingdirecteur was. Daarna kijkt hij de vragensteller meestal niet meer aan.

Op een woensdagochtend in oktober is Hoekstra op de Erasmus Universiteit in Rotterdam, als gastdocent in een collegereeks over internationale economie. Er zijn zo’n vierhonderd studenten. Op een groot scherm wordt hij aangekondigd als ‘Peter Hoekstra’. De vragen uit de zaal gaan over werkgelegenheid in de VS, de handelsrelatie met Nederland, importtarieven, belastingen. Net als in de moskee is er maar één scherpe, persoonlijke vraag.

„Hallo”, zegt Leonardo Ayala (19). „Ik wil u wat vragen over wat u in het verleden heeft gezegd.”

Hoekstra zucht.

„In een toespraak in Kairo in 2006”, zegt de student, „zei u dat in Irak honderden massavernietigingswapens waren gevonden. In 2016 zei u dat een medewerker van Hillary Clinton banden had met de Moslimbroederschap. In 2018 zei u dat er no-go-zones zijn in Nederland. Dat ontkende u later en daarna ontkende u dat weer. Moeten we nu waarde hechten aan uw antwoorden of moeten we ze met een korreltje zout nemen?”

„Wat je wilt”, zegt Hoekstra. „Er is al meer dan genoeg gezegd en geschreven over mijn geweldige eerste week in Nederland. Ik heb er zelf ook meer dan genoeg over gezegd en ik heb veel geleerd over journalisten in Nederland.”

De student: „Wat u in 2006 zei over Irak, is dat ook de schuld van de Nederlandse journalisten?”

Hoekstra: „Nee. Maar als je het wilt hebben over massavernietingswapens: die zijn gevonden. Er was discussie over de vraag of dat de reden was voor de oorlog in 2003. Maar er was geen twijfel over dat ze er waren.”

De student: „Zelfs Donald Trump zei in de verkiezingscampagne dat ze niet zijn gevonden. Clinton zei het ook. De belangrijkste kandidaten in de presidentsverkiezingen zijn het oneens met u, dus…”

Hoekstra, afgemeten: „Dat is geen probleem.”

De student: „Geen probleem?”

Hoekstra: „Dat is het mooie van het Nederlandse en Amerikaanse systeem. We kunnen op basis van dezelfde informatie andere conclusies trekken en daarover in debat gaan. Oké?”

Ik ga niet definiëren wie een goede moslim is of een slechte

In het tweede vraaggesprek voor dit verhaal, na de gastles in Rotterdam, zegt Hoekstra: „Ik had niet zo op die jongen moeten reageren. Ik had moeten zeggen: het gaat niet om mij. Het gaat om de boodschap van de Amerikaanse regering die ik overbreng aan Nederland. Als je een biertje met mij wilt drinken kunnen we het over Pete Hoekstra hebben. Het was de politicus in mij die dacht: dit neem ik niet.”

Hij had op de ambassade laten uitzoeken hoe het zat met die wapens. „Die jongen had het over een persconferentie van mij met senator Rick Santorum. Er waren honderden granaten met chemicaliën gevonden. Het punt is, die waren oud. Dus als je dan in zo’n discussie terechtkomt… Ik had daar beter niet op in kunnen gaan.”

Klompendans in Amerika

Twijfel achteraf heeft hij ook na een lezing op de universiteit van Leiden, half september. Er komen zo veel studenten dat lang niet iedereen in de zaal past. Binnen zitten er vijfhonderd, in een andere zaal kijken zo’n tweehonderd studenten mee op een scherm.

„Toen ik thuiskwam”, zegt hij later, „dacht ik: misschien heb ik het verknald. Ik liep rond, maar ik weet niet of de camera meebewoog. Misschien hebben ze me in die andere zaal niet gezien.”

Niemand zei dat tegen u?

„Nee, maar ik had het moeten vragen. Ik heb dit vaak genoeg gedaan.”

Op woensdagmiddag 3 oktober staat Hoekstra in Kulturhus Irene, in de Twentse gemeente Wierden, voor een groep kinderen van de basisschool. Hij heeft net een boek in ontvangst genomen over een man uit Wierden die in 1851 net als Hoekstra naar Michigan is geëmigreerd. De kinderen hebben op het podium gedanst en gezongen: „Waar is het feest? Hier is het feest.”

Hoekstra probeert Nederlands te praten tegen de kinderen. „Het was heel mooi, dansen. In Michigan doen ze ook Nederlands dansen. Dan hebben we allemaal klompen. Althans toen. De oude klompendans. Heel romantisch.”

De kinderen luisteren, een enkele keer lachen ze om zijn manier van praten. Op het podium pakt de burgemeester van Wierden het boek dat Hoekstra heeft gekregen en zegt: „Die Amerikanen pakken het helemaal niet uit als je ze een cadeau geeft.”

Hoekstra staat erbij.

Een dag later is hij in het Brabantse dorp Schijndel voor een diploma-uitreiking aan vwo-scholieren die tweetalig onderwijs hebben gevolgd. Zijn boodschap: als je dezelfde taal spreekt, wil dat lang niet altijd zeggen dat je elkaar begrijpt. Naast hem staat een verkreukelde Amerikaanse vlag. De scholieren zijn onder de indruk van Hoekstra. Als ze hun diploma van hem aannemen vergeten ze soms om ook hun docent een hand te geven. Dan roept Hoekstra hen terug: „Hey, hey…”

Familieleden van Hoekstra in Nederland en ook anderen die hem goed kennen, weten dat het al heel lang zijn droom is: terugkeren naar zijn geboortegrond als vertegenwoordiger van het machtigste land ter wereld. Hij heeft er hoge verwachtingen van, de Nederlanders vinden het zelf vast en zeker ook een mooi idee.

Hoekstra is Republikein, hij was achttien jaar lid van het Huis van Afgevaardigden. In 2016 hielp hij Donald Trump met zijn campagne. Trumps laatste speech voor de verkiezingen was in Michigan, Hoekstra was ceremoniemeester.

Op de werkkamer van Hoekstra in Wassenaar staat een foto van hemzelf met Trump, midden in de campagne in een vliegtuig. Ze staan op het punt om te gaan eten: visburger, frietjes, een Big Mac. Trump heeft zijn das over zijn schouder gelegd, dan kan hij er niet op knoeien. Hoekstra durfde dat niet aan, zijn das zit keurig. Op die vlucht – van Michigan naar Detroit, 29 minuten – vraagt Trump aan Hoekstra: „Ga ik winnen in Michigan?” Hoekstra zegt ja. Al twijfelt hij. De peilingen wijzen er niet op.

Foto op de werkkamer van ambassadeur Pete Hoekstra: op campagne met Donald Trump in 2016. Als beloning voor zijn inspanningen in de presidentscampagne werd Hoekstra ambassadeur.Foto Andreas Terlaak

Trump wint in Michigan, met 0,2 procent verschil. Voor het eerst in twintig jaar wint daar een Republikein, Trump zelf vindt het een van zijn allergrootste successen.

Als beloning voor zijn inspanningen in de campagne wordt Pete Hoekstra ambassadeur.

Dat vak kent hij helemaal niet. Op het Haagse Binnenhof en ook daarbuiten hoor je daar mensen over. Ze vinden Hoekstra onbescheiden, niet diplomatiek. Er zijn er ook die zeggen: Nederland zou er juist z’n voordeel mee moeten doen en doet dat te weinig. Hoekstra heeft belangrijke vrienden: de Amerikaanse vicepresident Mike Pence, minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, Trumps veiligheidsadviseur John Bolton. Als de Nederlandse regering iets van hen wil – Hoekstra kan ze bellen.

Blind als een vleermuis

Op de universiteit van Leiden zegt Hoekstra dat hij piloot had willen worden. Totdat bleek dat hij „zo blind was als een vleermuis”. Hij studeerde politieke wetenschappen – „filosofie is te moeilijk” – en volgde een MBA. Voordat hij politicus werd was hij marketingdirecteur van een kantoormeubelbedrijf.

Hoekstra is gelovig, hij bidt voor het eten en gaat ook in Den Haag elke week naar de gereformeerde kerk. Hij is pro life. Als politicus had hij nauwe contacten met de anti-islamactivist David Horowitz, die met een stichting anti-islamitische websites steunt en debatten organiseert. De gematigde islam ziet Horowitz als onderdeel van een complot van radicale moslims. Hij was jarenlang een grote geldschieter van de PVV van Geert Wilders.

Gelooft Pete Hoekstra dat moslims ook niet-radicaal kunnen zijn?

„Ik heb het zelf meegemaakt”, zegt hij in zijn werkkamer. „Ik ben mensen tegengekomen die ik… die sommigen zouden omschrijven als gematigde moslims. Het is moeilijk voor mij als christen om te bepalen wie een gematigde moslim is of een extremist. Als ik dat ga doen, kom ik in de problemen. Ik werd in islamitische landen beveiligd door moslims met wapens en ik heb me altijd veilig gevoeld.”

De gematigde islam bestaat, in uw ogen?

„Ik heb het gezien. Maar ik ben geen islamexpert. Ik ga niet definiëren wie een goede moslim is of een slechte en wat de juiste islam is en wat niet. Er zijn islamitische universiteiten en geleerden die dat uitzoeken. De islam moet dat voor zichzelf beslissen. Ze hebben geen christen nodig die zegt: dit is hoe je de islam moet praktiseren.”

Bij de stichting van David Horowitz werd u omringd door mensen die fel anti-islam zijn.

„Je hebt mensen die geloven dat de islam onverenigbaar is met… Dat het alleen maar slecht is. Dat is niet het kamp waar ik in zit. Je kunt niet met één kwast een hele groep mensen schilderen. Veel van de mensen die IS bestrijden zijn zelf moslim. Meer dan 80, misschien wel 90 procent van de slachtoffers van IS zijn moslims.”

Heeft u nog weleens contact met Horowitz?

„Sinds ik hier ben? Ik denk het niet. Ik ben weg uit die wereld. Maar ik wil niet de indruk wekken dat dat een bewuste beslissing is. Als David mij belt, zou ik zijn telefoontje waarschijnlijk accepteren. Ik ga niet doen alsof ik nu een reden heb om mijn contact met sommige organisaties te stoppen. Maar nu ik deze baan heb, hebben zij geen reden om mij te bellen.”

Het was in een panel van het David Horowitz Freedom Center, in december 2015, dat Hoekstra met de verbrande auto’s en politici komt. Hij zegt daar: „Ik ben van geboorte Nederlander. Dus ik ben erg bezorgd, ik heb veel gepraat met Nederlandse veiligheidsmensen over wat er gebeurt in hun land.” Hij noemt het polderoverleg, de strijd tegen het water. „Daarom is er altijd consensus. Maar met de komst van de islamitische gemeenschap… Ja, er zijn no-go- zones in Nederland. Er zijn no-go-zones in Frankrijk. Ook in het Verenigd Koninkrijk, maar politiek raken de Nederlanders verscheurd.”

Drie dagen na de persconferentie waarop Hoekstra met zijn rug naar journalisten staat, zegt hij in De Telegraaf: „Ik heb landen door elkaar gehaald. Ik had het fout en ik weet niet meer hoe dat heeft kunnen gebeuren.”

Lees meer over de roots van Pete Hoekstra: ‘We waren ons voortdurend bewust van onze afkomst’

In het tweede gesprek voor dit verhaal vragen we: hoe komt het dat hij landen door elkaar had gehaald. En welke?

„Nee”, zegt Hoekstra. „Ik ben er niet zeker van dat ik landen door elkaar heb gehaald. Het kan. Maar ik ga geen namen noemen van andere landen. Dan heb ik met díe landen een probleem.”

Er is wel een land waarvan u nu denkt: daar had ik het eigenlijk over toen?

„Misschien, oké? Soms weet je het gewoon niet. Ik was verbaasd over het citaat, omdat het niet de indruk is die ik had van Nederland. Ik weet niet hoe het is gebeurd. Het is niet zo dat ik denk dat Nederland de hotspot is van de radicale islam.”

U herinnerde zich niets van die uitspraken, toen u de beelden te zien kreeg?

„Ze zijn niet aan mij getoond. Er werd mij verteld wat ik had gezegd. Ik kon me dat niet voorstellen omdat ik niet zo over Nederland denk.”

Maar toen zag u de beelden van het panel bij David Horowitz later…

„Ik heb ze nooit gezien. Mijn woordvoerder heeft ze bekeken en zei: je hebt het echt gezegd.”

U praat er verwarrend over. U zegt in De Telegraaf dat u landen door elkaar haalde. Tegen ons zegt u dat u dat niet zeker weet. Dat helpt niet in hoe het overkomt. Ook bij Nieuwsuur was het verwarrend.

„Ik ben open tegen jullie. Ik had ook kunnen zeggen: sorry, ik ga die vraag niet beantwoorden. Je moet wel bedenken dat de interviews met Nieuwsuur een paar dagen in beslag hebben genomen. Alles wat je daar ziet, gebeurde niet in dat ene uur.”

Hoe kijkt u nu terug op die bijeenkomst in 2015, waarop u over Nederland praatte?

„Ik weet niet meer wat ik toen zei. Ik ga het ook niet verder uitleggen.”

Was er in die tijd iets gebeurd in Europa wat u op die uitspraken bracht?

„Ik weet het niet. Het kan na de aanslag op Charlie Hebdo zijn geweest, na rellen in de voorsteden…”

U bedoelde dus Frankrijk?

Hoekstra klinkt geïrriteerd, hij praat hard. „Ik weet niet of het Frankrijk was. Ik – weet – het – niet.”

Het is moeilijk voor te stellen dat u er niets meer van weet, als je bedenkt wat u heeft gezegd.

„Ik ga er niet meer over in discussie.”

In het najaar begint Pete Hoekstra met Nederlandse les. Hij wil, legt hij uit op werkbezoeken, vooral graag zelf kranten kunnen lezen. „Dan weet je pas echt goed wat er speelt in een land.”

In de Blauwe Moskee zegt hij dat hij voorzichtig is met oordelen over Nederland. „Al was het maar omdat ik anders in de problemen kom.”

Maar na tien maanden heeft hij ze wel, ideeën over ‘de Nederlanders’.

Hij krijgt, zegt hij bij de thee en de Marokkaanse koekjes, vaak te horen: hoe is het om als religieuze, conservatieve Republikein in zo’n progressief en liberaal land te zijn als Nederland? „Dan zeg ik: één, in mijn contacten met de Nederlandse regering en met bedrijven gaat het nooit over mijn eigen opvattingen. En twee: Nederlanders zijn bij lange na niet zo progressief als ze graag willen denken dat ze zijn.”

Als hij naar bedrijven gaat, ziet iedereen aan tafel er precies zo uit als hij. „Misschien wat jonger of ouder. Maar allemaal wit. En allemaal man. In de VS is dat heel anders.”

De imam uit Baltimore knikt. Hoekstra lijkt ondertussen al een beetje spijt te hebben, hij zegt: „Maar al blijf ik hier drie, vier, vijf jaar. Dan ben ik nog steeds geen expert over Nederland.”

    • Lamyae Aharouay
    • Petra de Koning