In beeld

De laatste steenkolenmijn van Duitsland sluit

De laatste kompel zal het licht uitdoen. Deze vrijdag sluit de laatste Duitse steenkoolmijn, Prosper-Haniel in Bottrop, in het Ruhrgebied, op vijftig kilometer van de Nederlandse grens. Daar en in de mijn in Ibbenbüren, die begin deze maand dichtging, werkten de laatste duizenden arbeiders in de zwaar gesubsidieerde Duitse steenkoolwinning. Miljarden euro’s per jaar legde de staat erop toe om Duitse mijnen in bedrijf te houden, tot – al meer dan tien jaar geleden – werd besloten dat het eind 2018 afgelopen zou zijn. En nu is het zover. De laatste Duitse steenkolen zijn gewonnen op 1.200 meter diepte.
De schacht Prosper II van de mijn Prosper-Haniel. De steenkoolwinning in de mijn begon in 1863, toen de industriestad Bottrop nog een dorp was. De mijn en de fabrieken zorgden voor een snelle groei van Bottrop. In de jaren twintig waren er vijftienduizend kompels in dienst.
Foto Patrik Stollarz/AFP
De lege zesde mijngang van Prosper-Haniel ligt één kilometer onder de grond. De mijn is eigendom van RAG – het voormalige Ruhrkohle AG –, net als alle eerder gesloten mijnen in het Ruhrgebied, de Duitse regio waar alle overgebleven steenkolenmijnen lagen.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Een kompel trekt zijn schone kleren uit de garderobe in het omkleed- en waslokaal van de mijn Prosper-Haniel. De werkgelegenheid was het belangrijkste argument om de Duitse steenkolenmijnen open te houden. In de jaren zeventig waren in het Ruhrgebied nog zestig mijnen, waar meer dan 200.000 mensen werkten. Sindsdien ging het bergafwaarts.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Schone kleren hangen aan het plafond van het omkleed- en waslokaal. Een NRC-verslaggever die de mijn Prosper-Haniel vorig jaar bezocht, zag in de mijngangen “stof in de lucht, stof op de huid, stof in dikke, zwarte lagen op de kabels en kettingen en buizen”.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Een machinist stuurt de personeelstrein door mijngang 6. Prosper-Haniel telt 120 kilometer aan gangen. De mijn is zo groot dat het vanuit de verste uithoeken anderhalf uur kost om boven te komen.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Werknemers verlaten de lift bij mijngang 6. De Duitse mijnen konden door hun grote diepte niet concurreren met andere steenkoollanden. Duitsland is nog wel de grootste producent van bruinkool ter wereld. Deze fossiele brandstof wordt op negen locaties verspreid over het land via dagbouw (aan de oppervlakte) gewonnen wordt. In de Duitse bruinkoolwinning werken nu nog circa 14.000 mensen.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Een lege lorrie staat in mijngang 6. Duitsland De steenkool- en met name de bruinkoolindustrie in Duitsland krijgen veel kritiek. De tien bruinkoolcentrales en meer dan dertig kolencentrales (die op geïmporteerde steenkool draaien) hebben een hoge CO₂-uitstoot. De bruinkoolmijnen – grote open gaten – beschadigen ook het landschap.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Een man loopt langs een beeld van Sint-Barbara, de beschermheilige van mijnwerkers. In de mijn Ibbenbüren, die begin deze maand sloot, kwam maandag nog een mijnwerker om die afsluitende werkzaamheden verrichte. Hij raakte beklemd door een zware deur. Volgens RAG was er sinds 2012 niemand meer gestorven in een Duitse kolenmijn.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Historische mijnlampen hangen in een vitrine in de mijn Prosper-Haniel. De mijn ontstond in de negentiende eeuw door een fusie van de drie mijnen Prosper, Jacobi en Haniel. De eerste was genoemd naar hertog Prosper Ludwig von Arenberg, de edelman die destijds het recht bezat op de ertswinning in de regio. Lokale notabelen Franz Haniel en Hugo Jacobi waren de naamgevers van de andere twee mijnen.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
De lege rookruimte van Prosper-Haniel. Terwijl de laatste mijn sluit, is Duitsland nog sterk afhankelijk van steen- en bruinkool. 42 procent van de elektriciteit wordt ermee geproduceerd. In juni werd een staatscommissie ingesteld die een plan moet maken voor het einde van de kolencentrales, maar een besluit is nog niet gevallen.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
De zon komt op boven een wooncomplex voor mijnwerkers in Bottrop, vlak bij de ingang van de mijn. Bij het bedrijf RAG, dat in de jaren zeventig bij de invoering van de ‘Kohlepfennig’ (subsidie voor kolenmijnen) nog circa 150.000 mensen in dienst had. Van hen blijven straks alleen nog medewerkers over die zich onder meer bezighouden met pompwerkzaamheden en grondbeheer.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Medewerkers verlaten mijngang 7 van de mijn Prosper-Haniel, op 1.200 meter diepte. Sinds de jaren tachtig zijn er kolenmijnen dieper dan een kilometer in meerdere Europese landen. Naast Duitsland gaat het onder andere om Frankrijk en Polen. In China zijn er intussen al 47 kolenmijnen dieper dan 1.500 meter.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Twee mijnwerkers. Tegen NRC zeiden mijnwerkers van Prosper-Haniel in 2017 dat veel mannen in het begin last hebben van claustrofobie: „Er is geen deur, geen venster, je kunt nergens heen.”
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Een kompel maakt zijn schoenen schoon met de poetsmachine. Het werk in een kolenmijn is ongezond. Mijnwerkers lopen een groot risico op stoflongen. Vooral ouderen, die al twintig jaar of meer in een kolenmijn werken, krijgen last van allerlei longklachten.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
De schachtbok van de mijn Prosper-Haniel. Terwijl in de Europese Unie de vraag naar steenkool afneemt, stijgt die juist in vooral India en Zuidoost-Azië. Het Internationaal Energieagentschap verwacht tot 2040 geen daling van het gebruik van de meest vervuilende fossiele brandstof.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters
Afgelopen woensdag werd in de Schalke Arena in Gelsenkirchen een eerbetoon gehouden aan de mijnwerkers, voorafgaand aan de wedstrijd Schalke 04 - Bayer Leverkusen. Het stadion ligt hemelsbreed tien kilometer van de mijn in Bottrop.
Foto Sascha Steinbach/EPA
Tientallen mijnwerkers kwamen het veld op voor de ceremonie voorafgaand aan de voetbalwedstrijd. Schalke 04 verloor van Bayer Leverkusen met 1-2.
Foto Sascha Steinbach/EPA
Bedankt, mijnwerkers. Het hek van de mijn Prosper-Haniel sluit vrijdag voor de laatste maal.
Foto Wolfgang Rattay/Reuters