Opinie

Wees niet zo naïef over Kremlintrollen

Trollen Hoewel steeds meer uitkomt over Russische manipulatie van de verkiezingen in de VS, negeren we de dreiging, schrijft .

Foto iStock, beeldbewerking NRC

De inlichtingencommissie van de Amerikaanse Senaat heeft twee rapporten gepubliceerd waaruit bleek hoe effectief Russische beïnvloedingsoperaties sociale media als wapen hebben gebruikt om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Doelwit waren Afro-Amerikanen, evangelische christenen en de vuurwapenlobby. De opzet was om verdeeldheid te zaaien, kiezers te verwarren en de kandidatuur van Donald Trump te ondersteunen. Uit de rapporten blijkt overtuigend dat de Russische ‘trollenfabriek’ Internet Research Agency (IRA) daarvoor elk beschikbaar platform gebruikte – van Facebook en Instagram, waar miljoenen op hun berichten reageerden, tot kleinere netwerken als Vine en LiveJournal, of zelfs netwerkgames als Pokémon Go.

Eén les is misschien dat die beïnvloedingscampagne een uitzonderlijke gebeurtenis was, dankzij een volmaakte combinatie van kwetsbaarheden: sociale-mediabedrijven die alleen aan groei denken, argeloze inlichtingendiensten en een verkiezing met twee ultra-polariserende kandidaten van wie er één een blinde vlek voor Rusland had, plus een leger aanhangers die bereid waren geloof te hechten aan leugens en halve waarheden.

Maar je kunt ook zeggen dat verkiezingen van 2016 het Pearl Harbor voor de sociale media waren: een buitensporige daad van agressie die een periode van langdurige strijd inluidde.

Informatiewereldoorlog

Renee DiResta – die onderzoek deed voor de Senaatscommissie – spreekt over ‘informatiewereldoorlog’. „Het decor wisselt afhankelijk van de geopolitieke gebeurtenissen en culturele momenten, maar er is geen teken van afnemende strijd – er is slechts een tactische evolutie gaande doordat de platforms die het slagveld vormen met meer beveiliging en technische aanpassingen voor niet meer dan lichte wrijving zorgen.”

We zien dan ook dat de Russische aanvallen niet ophielden na Trumps verkiezing. De Russen lijken hun aandacht te hebben verlegd van Facebook, waar specialisten nu naar beïnvloedingsoperaties speuren, naar Instagram, een Facebook-app die ook onder de radar vloog. De trollenfabriek lijkt zich bij de tussentijdse verkiezingen van 2018 grotendeels afzijdig te hebben gehouden, maar probeert vermoedelijk nu al om invloed op de presidentsverkiezingen van 2020 te krijgen, langs wegen waarop de sociale-mediabedrijven nog niet voorbereid zijn.

En Rusland is nog maar het begin. Andere landen, waaronder Iran en China, hebben ook al aangetoond over geavanceerde cyber-mogelijkheden te beschikken voor beïnvloedingsoperaties.

Sinds 2016 proberen tech-bedrijven te laten zien dat ze deze uitdaging aankunnen, door hun beveiliging uit te breiden en transparanter te worden. Soms met succes, , maar soms ook leken hun inspanningen vooral cosmetisch, zoals de war room die Facebook voor de tussentijdse verkiezingen van 2018 inrichtte op zijn hoofdkwartier, een veredelde vergaderzaal die werd aangekondigd alsof het om een tweede NAVO-hoofdkwartier ging. De kritiek richt zich op deze bedrijven omdat ze onvolledige of slecht toegankelijke data hadden aangeleverd en omdat ze het Congres leken te misleiden over de omvang van de Russische operaties.

Amerika-centrisch

Het heeft ook iets ongemakkelijks dat al dit onderzoek zich zo rond Amerika centreert. De sociale-mediabedrijven hebben pas erg laat en met tegenzin details vrijgegeven over de omvang van het misbruik in 2016. Maar niet in Italië, Frankrijk,of Brazilië waar desinformatie op de sociale media ook een belangrijke rol in de politieke aardverschuivingen speelde.

Lees ook: Nederlandse twitteraars dankbaar doorgeefluik voor Russische trollen

Als dit inderdaad een oorlog is, dan is het geen eenvoudige, bilaterale oorlog met aan de ene kant de technologiebedrijven en de Amerikaanse inlichtingendiensten en aan de andere kant vijandige hackers en trollen. Sociale netwerken zijn immers geen verlengstuk van de Amerikaanse overheid. Ze zijn eigendom van bedrijven die streven naar een maximalisering van hun groei en rendement, en vele ervan opereren vooral buiten de VS; minder dan tien procent van de Facebook-gebruikers is Amerikaan. Het sociale media-apparaat waarvan Rusland in 2016 gebruikmaakte – speciale feeds om gebruikers inhoud te tonen waardoor ze emotioneel werden geraakt, in combinatie met digitale sharing-mechanismen en advertentieplatforms – was voor deze bedrijven enorm winstgevend en is nog altijd grotendeels intact.

Lees ook: De strijd tegen de trollen verhardt

Als de sociale-mediareuzen zich al voegen naar de nationale veiligheidsbelangen van de VS, is dat uit vrees voor de toorn van wet- en regelgevers en omdat de reputatieschade van ‘2016’ hun beurswaarde heeft verminderd en ze moeilijker aan medewerkers kunnen komen. Op zelfregulering hoeven we niet te rekenen.

Ten eerste moeten niet alleen deze bedrijven onder druk worden gezet om de informatie-oorlogsvoering serieus te nemen. Maar publiek en media moeten ook helpen om de kwetsbaarheid te verminderen – door ons beter inzicht te geven in desinformatie en mediamanipulatie. Zolang er middelen zijn om mensen gericht en massaal digitaal te overreden, zullen we met beïnvloedingsoperaties te maken hebben. En elk nieuw sociaal netwerk dat de concurrentie aangaat met Facebook, Instagram en Twitter zal er vanaf dag één bij moeten stilstaan hoe het propaganda op afstand kan houden. Je kunt niet volstaan met een platform bouwen, miljoenen of miljarden gebruikers aantrekken en je dan pas met de gevolgen bezighouden.

Sancties en wetgeving

Ten tweede zal het Congres in actie moeten komen. Sinds 2016 hebben we ongelooflijk gedetailleerde informatie over de Russische campagnes gekregen, maar de wetgever heeft vrijwel niets gedaan om toekomstige beïnvloedingsoperaties te voorkomen. Rusland heeft zich niet laten afschrikken door de gebruikelijke economische sancties. De pogingen om de dreiging aan te pakken via wetgeving – zoals de Honest Ads Act, een wetsvoorstel dat vorig jaar door beide partijen in de Senaat is ingediend en dat extra transparantie bij online politieke reclame verlangde – zijn op niets uitgelopen.

Lees ook: VS vaardigen sancties uit tegen Russische trollen

Twee jaar later is nog steeds geen enkele federale dienst belast met de beveiliging van Amerikaanse verkiezingen tegen cyberaanvallen en beïnvloedingscampagnes uit het buitenland. Trump en vooraanstaande Republikeinen hebben de omvang van de Russische campagne nooit formeel erkend. Weliswaar schijnen de relaties tussen Silicon Valley en de inlichtingendiensten te zijn verbeterd, er is nog altijd werk aan de winkel.

Als er sinds 2016 iets is veranderd, is het dat de sociale media niet alleen meer worden gezien als een nuttig instrument om verkiezingen te beïnvloeden. Ze vormen het landschap van onze politieke cultuur, waarvan de pieken en dalen ons dagelijks debat bepalen en waarvan de mogelijkheden tot misbruik nagenoeg oneindig zijn. Zolang we dat terrein niet beveiligen, of vervangen, moeten we nog meer aanvallen verwachten, telkens in net iets andere vorm, en met steeds meer twijfel over de vraag of dat wat we online zien, wel de werkelijkheid weergeeft.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.