Opinie

    • Maarten Schinkel

De beurs voorspelt 12 van de 7 recessies

Maarten Schinkel

Beurzen zijn zó goed in het voorspellen van recessies, schreef de beroemde econoom Paul Samuelson in 1966, dat ze het negen van de vijf keer bij het juiste eind hadden. Die ironische gedachte komt van pas, nu de aandelenkoersen maar niet willen herstellen. Deze week bereikte de AEX-index een dieptepunt van nog maar iets meer dan 493 punten. De koersen in Amsterdam weerspiegelen het beursklimaat in vrijwel alle gevestigde industrielanden. Na een hoogtepunt in juli volgde een nogal bange oktobermaand. En de huidige maand is tot nu toe, zo werd in de VS berekend, de slechtste december sinds de Grote Depressie.

Dat is zuur voor iedereen die naar de beurs is gelokt door de radioreclames van tal van banken, die ironisch genoeg juist de tweede helft van dit jaar over de consument werden uitgestort. Ga toch vooral beleggen!

De trooststrategie: buy on the dips, waarbij beleggers elke beurszwakte benutten om extra in te slaan, is sindsdien een nogal linke aanpak gebleken. Want na elke dip volgde vaak een lagere, nieuwe.

Los van het lot van de individuele belegger, die waarschijnlijk wist waar hij of zij aan begon, geven de koersen ook een signaal dat voor de rest van de bevolking relevant is. Lopen de koersen vooruit op de economie en kan er dus maar beter goed naar ze worden geluisterd? Ofwel: heeft Samuelson sinds 1966 ongelijk gekregen?

CNBC, de Amerikaanse financiële nieuwszender, testte twee jaar geleden Samuelsons bewering met een update. De econoom deed zijn uitspraak tenslotte in 1966, dus het was de vraag of hij nog stand hield. En inderdaad: van de dertienmaal sinds de oorlog dat de beurskoersen 20 procent of meer kelderden (een zogenoemde ‘bear market’), liep het maar zevenmaal uit op een recessie. 13 op 7, vergeleken met Samuelsons 9 op 5. Dat is een soortgelijke score. De beroemde econoom had dus gelijk. Niet elke grote beursdip is de voorbode van een economische neergang. Dat geldt maar in ruwweg voor iets meer dan de helft van de gevallen.

Maar een bear market is ook maar een definitie. Begin deze week stond de AEX even 14,4 procent onder zijn piek van juli. Woensdag, vlak voor het einde van een cruciale vergadering van de Amerikaanse centrale bank, was dat nog steeds 13,9 procent. Dat voelde op de beurzen al dramatisch genoeg.

Bovendien kun je het ook omdraaien. Ruchir Sharma, een econoom bij zakenbank Morgan Stanley, ontdekte twee jaar geleden dat de beurzen in 12 van de 7 gevallen ‘goed zaten’. Dat komt dus goeddeels overeen met Samuelson en CNBC. Maar, zei Sharma, bekijk het eens van de andere kant: de beurzen zaten slechts in vijf gevallen fout en hadden het zevenmaal goed. En dat terwijl volgens hem macro-economen sinds 1970 niet één recessie hebben zien aankomen. Dan is de score van al die beleggers samen opeens zo slecht nog niet.

Het Internationaal Monetair Fonds wijst intussen dalingen van de prijzen van activa (aandelen, vastgoed) wel degelijk aan als een voorbode voor een economische neergang. Het blijft alleen de vraag of de markten enkel een signaal geven, of dat zij zo’n neergang zelf mede veroorzaken of versterken. Vermogenseffecten, waarbij beleggende of huizenbezittende consumenten minder gaan uitgeven als de waarde van hun bezit daalt, kunnen zorgen voor een selffulfilling prophecy.

Dat maakt de bewegingen op de financiële markten hoe dan ook relevant. De Nederlandsche Bank noemde deze week, bij haar prognoses voor de economie, onrust op de financiële markten als een van de risicofactoren voor 2019. Alle reden om Samuelsons fles toch liever halfvol te zien, dan halfleeg.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.