Andreas Terlaak

Fuse heeft dat geheimzinnige ‘meer’ dat je niet kunt zien

Eindejaarsinterviews

Fuse is de ‘huisband’ van Podium Witteman, een muziekprogramma op zondag. Zes musici die één geheel worden als ze samenspelen. Hoe werkt dat?

Een paar jaar geleden ontwikkelde menigeen deze gewoonte: zondag eind van de middag, gezellig voor de televisie, Podium Witteman kijken. De studio baadt in warm licht, de beroemdste musici komen, keurige barokspelers, speelse operazangers, iemand uit het lichtere genre. En dan dat groepje van zes jonge mensen dat totaal andere muziek maakt – hoewel, totaal? nee je herkent iets en iets niet – en dat zo animerend samenspeelt. Twee stralende jonge vrouwen met violen die voortdurend op elkaar lijken te reageren (vrienden bellen: zag je ze? leuk zijn ze hè? En die muziek!) en na een poosje zien we dat hé die celliste ook wel enorm in dit gesprek verwikkeld is en die mannen mogen er ook zijn! Wat een muzikanten!

Als je tegen iemand ‘Fuse’ zegt, kijkt die óf glazig (geen Podium Witteman-kijker) of verrukt. Lipstick, Haydn en jazz. Het plezier en de energie die ze uitstralen. Hoe ze samen muziekmaken, met elkaar praten via de instrumenten.

Maar wat zeggen ze dan met die instrumenten tegen elkaar? Dat weet je niet. Het is alsof ze een onderling geheim hebben waar je meer van te weten zou willen komen. Dus ja: graag een jaar Fuse volgen, oren te luisteren, ogen niet in de zak.

Zo gezegd, zo gedaan. Ze zien repeteren bij Witteman. Gezien hoe de visagisten van een violiste een jonge Charlotte Rampling maken, de celliste bambi-ogen geven, het artistieke haar van de altviolist even in model duwen waardoor hij op een prototypische meesterviolist lijkt.

Gehoord hoe trots Paul Witteman op ze is, of hij hun vader is. „Geweldige muzikanten. Ze spelen bijna alles uit hun hoofd en ze kunnen heel snel lange arrangementen doorgronden.” Toen hij het programma ging maken, was er nog iets nodig, zegt hij, jeugd, iets sprankelends, misschien een huisband – et voilà. „De sfeer hier is altijd enthousiaster als zij er zijn.”

Dit jaar maken ze hun tweede cd. De vorige, Studio, was, binnen de grenzen van de tegenwoordige cd-verkoop, een succes (bijna 5.000 exemplaren). Het Witteman-publiek koopt nog cd’s, zegt de groep blij.

Begin juni repeteren ze voor de nieuwe cd bij een van hen thuis. Repetities zijn vaak onthullend: zó wordt iets gemaakt.

Eerst even voorstellen. Dit zijn ‘de meisjes’: Julia Philippens, viool. Kan rusteloos doen, om zich heen kijken, aan haar haar frutten. Pakt dan haar viool en het is of er elektriciteit door haar lichaam gaat. Emma van der Schalie, viool. Was concertmeester van het Nederlands Jeugd Strijkorkest. Drinkt bier en wijn uit de fles. Haar benen dansen zodra ze begint te spelen. Mascha van Nieuwkerk, cello. Buigt zich over haar instrument en kijkt intussen intens naar de anderen, niets ontgaat haar, overal kan ze op reageren.

Zij zijn de oprichters van het zeskoppige Fuse – een strijkkwartet aangevuld met contrabas en drums. Ze zaten bij elkaar op het conservatorium en ze speelden pop, jazz en klassiek in clubs en bij gelegenheden, aangevuld met losse muzikanten. Zes jaar geleden alweer.

Later kwamen ‘de jongens’: Daniel van Dalen, percussie. Souverein, rustig, maar kan zich heel energiek en onstuitbaar op zijn slagwerk storten. Tobias Nijboer, contrabas. Kalm swingend. Hoofdvakdocent contrabas aan het Utrechts Conservatorium. En Adriaan Breunis, altviool. Schudt zijn haren uit zijn gezicht, denkt al pratend, vindt het heerlijk om in een symfonieorkest te spelen.

Iedereen heeft verkering, maar niet met elkaar. Dat wil zeggen aan het begin van het jaar, aan het eind van het jaar zijn Emma en Julia zonder. Wat ze zelf verbazend vinden, want in hun ogen waren de jongens altijd meer ‘los’ en zij zelf ‘vast’.

Andreas Terlaak

Shakira

De meisjes zijn de drijvende kracht, zij doen de planning, zij verzinnen het meeste, zij vallen het meest op, op de televisie. „De regie richt zich op de beweging”, zegt drummer Daniel. „Maar de meisjes doen ook meer”, zegt Adriaan, „dat hoef je niet te ontkennen. En het is soms ook wel fijn om even niets te hoeven. Ik heb niet voor niets nog nooit een arrangement geschreven.”

De band treedt bijna elke twee weken op bij Podium Witteman en steevast houdt Witteman dan een gesprekje met Julia, Emma of Mascha. Of hij niet vindt dat de meisjes wel érg veel meer aandacht krijgen, vraag ik hem. „Ere wie ere toekomt”, zegt hij gedecideerd.

De jongens hebben een eigen app-groepje: ‘de onderknuppels’.

Zo’n repetitie dus. Ze lopen door elkaar heen en praten, zoals mensen doen die elkaar kennen en iets met elkaar moeten doen – „Kun jij zo even” – „Waar is nu mijn” – „Jongens, ik moet over een half uur weg!”

Dat laatste is Julia – ze moet naar Londen, invallen voor de ziek geworden violiste van Shakira. Dus er kan maar kort in volledige opstelling geoefend worden.

Meteen dan maar het moeilijke loopje uit een arrangement van Julia, en dan zie je hoe dat gaat: in volle concentratie, soms ineens lachen alsof iemand een geintje heeft gemaakt, naar elkaar kijken alsof dat ze wegwijs zal maken door de muziek.

En dat is ook zo vinden ze, je moet uit het hoofd spelen want dan kun je op elkaar letten en dan hoor je véél meer.

Julia is nog niet weg of de jongens beginnen over Shakira.

Daniel: „Ik vind haar stem eigenlijk niet zó.”

Tobias: „Ja maar weet je wel hoe Shakira eruitziet? I rest my case.

Adriaan: „Vroeger kon je iemand goed vinden om hoe ze eruitzag…”

Daniel: „Maar sinds ik beroepsmuzikant ben…”

Overleg. Wel of geen pizzicato. „Ik vind dat pizzicato van Emma echt helemaal geweldig!” Dus pizzicato.

Iets uitproberen. „En zou je ook even – niet om jouw idee belachelijk te maken, maar het is wel een beetje een belachelijk idee – die belletjes?”

Steeds verzint iemand weer iets. „Zal ik het zó doen?” „Ik kan het ook zó doen.” „Ja dat is wel gaaf.”

Iedereen binnen de groep doet wat hij of zij goed kan, zeggen ze, er is geen echte leider al is het toch een beetje meer de band van ‘de meisjes’. Julia praat met heimwee over de begintijd, toen ze acht avonden carte blanche kregen in de Amsterdamse club 8. Zoiets weer doen, als dat eens zou kunnen, jonge mensen die komen luisteren naar muziek die ze anders nooit horen!

Het Witteman-publiek is ouder. Geeft niks, zegt Adriaan, die mensen gingen vroeger ook naar The Stones.

Adriaan is echt een klassieke violist, Tobias een jazzbassist. Daniels percussie moet samengaan met Mascha’s voorliefde voor de allernieuwste muziek en klassiek spelende Emma is mee gaan swingen met Julia’s jazz-improvisaties. Iedereen heeft inbreng en iedereen bemoeit zich met elkaar. Maar niet te veel.

Mascha: „Speel jij deze kruis wel?”

Tobias: „Je denkt toch niet dat ik al die kleine nootjes lees?”

Bij de vorige cd-opname, hun eerste, voelden vooral de drie meisjes zich ‘megaverantwoordelijk’. Nu is dat anders, zegt Emma, nu steken ze er allemaal even veel energie in.

Ze zitten in de tuin te pauzeren, ze drinken bier, Emma zegt dat het zo fijn is dat ze het ook ‘achter het muziek maken’ zo goed met elkaar hebben. „Iedereen kent elkaars sores.” Toch loopt er een lichte scheidslijn tussen de mannen en de vrouwen.

Adriaan: „Ik ben niet even goede vrienden met Julia als jij.”

Emma: „Jullie zitten ook wel eens in de kroeg zonder dat wij het weten.”

Daniel: „Omdat wij sneller drinken.”

Emma kijkt op haar telefoon: „Nee! Julia is gebeld dat de violiste toch beter is geworden! Vlak voor ze het vliegtuig in stapte!”

En dan komt Mascha naar buiten met chips en begint over Ligeti.

Andreas Terlaak

Middeleeuwse kerk

Ik zie ze optreden in het Concertgebouw, een zinderend concert op een warme augustusavond in de uitverkochte Kleine Zaal. In de pauze zegt een meneer met wie ik even in gesprek raak dat hij jaloers op ze is. Zó samen te spelen!

Dat het in het begin nog niet zo meeviel om echt samen te spelen, dat ze daar beter in zijn geworden, vertellen Julia en Adriaan op een terras in Amsterdam. Violiste Julia wilde vroeger wel graag laten horen wat ze zelf kon, zegt ze. Maar nu denkt ze meer vanuit de groep. En altviolist Adriaan vond het voorheen wel eens moeilijk om aanbiedingen te laten schieten omdat Fuse voor moest gaan. Hij vindt het heerlijk om bijvoorbeeld met het Radio Filharmonisch Orkest te spelen.

„We krijgen allemaal wel leuke aanbiedingen”, zegt Julia beslist, „die zeg ik ook af voor Fuse. Dus als een ander dat niet doet, ga je wel denken…”

Ik eet met ze in een eetcafé in Middelstum (Gr), waar ze in de middeleeuwse kerk optreden. Een galmbak vinden ze. Rustig spelen maar, want anders hoort niemand meer iets. Ze bespreken van alles aan tafel, van hun liefdesleven tot hun ideeën over patat, en daarna laten ze de kerk swingen zoals-ie sinds 1445 nooit gedaan heeft.

Het publiek is laaiend enthousiast, een boer die nog nooit van ze gehoord had, zegt enthousiast: „Ik denk dat meneer Bach dit ook wel goed zou hebben gevonden.”

Binnenvettertje

In november zijn ze weer eens een keer bij Witteman. We praten in de kleedkamer over wat elkaar kennen betekent. Julia zegt dat ze elkaar zo goed kennen omdat ze vaak zo onder spanning staan en dan houd je niets meer terug. Mascha vindt dat iemand zich juist in óntspanning kennen laat, dan zie je ook de creativiteit, iemands invallen enzovoort.

Ze zijn soms keihard voor elkaar, zegt Julia.

Adriaan: „Maar dan denk je ook: laat maar, zo is die gewoon.”

Daniel: „Ik ben zelf nu eenmaal zo’n onwijs binnenvettertje.”

Julia: „Ik denk hardop. Bijvoorbeeld.”

Daniel: „Als Tobias van mening verandert zegt-ie dat. Ik niet.”

Julia: „Wij vragen Daniel bijvoorbeeld om mee te tikken met een bepaald stuk en dan vindt hij dat dat niet werkt. Dan zegt-ie niets meer maar dan doet-ie het gewoon niet tijdens de opname.”

Daniel: „Ik zeg: ‘ja oké’ maar ik bedoel dat als: ‘ik hoor wat je zegt’.”

Cabaretier Micha Wertheim is ook te gast. Hij zou wel graag muziek kunnen maken, zegt hij tegen Witteman, in plaats van altijd zo met taal in de weer te zijn. „Als je samenspeelt dan leer je dat jouw stem weliswaar belangrijk is, maar ook weer niet zo héél belangrijk, dat er zoiets bestaat als meerstemmigheid. En dat is iets waardevols. We willen altijd iets zeggen, maar er is zoveel méér in hoe we ons tot elkaar verhouden.”

Ja, denk ik, dát gaat over Fuse. Over dat geheimzinnige meer dat je niet kunt zien, maar waar ze aan raken als ze muziekmaken, zodat ze samen één geheel worden.

Schetsen van paarden

De mensen hebben geen idee hoe hard werken het is om een geheel te worden, zuchten ze. Elke twee weken moeten ze bij Podium Witteman met iets nieuws komen en dat meteen live uitvoeren. „Pas tegen de tijd dat we het uit ons hoofd kennen kan iedereen ook eindelijk echt de noten raken,” zegt Tobias.

Emma: „Als je ons de dinsdag voor het programma zou horen… Geen mens zou zeggen: doe dat alsjeblieft op tv!”

Zijn ze dan niet soms heel zenuwachtig?

Mascha „Ik wel!”

Emma: „Alle andere muzikanten daar hebben hun stukjes al -tig keer gespeeld en wij doen elke keer een première.”

Een jaar is zo om. Wat weet ik nu meer van het geheim van Fuse? Ik heb de mensen gezien en gehoord, maar het wonder van hun muziek blijft intact en ongrijpbaar. Ik denk aan een gedicht van Rutger Kopland over de vele schetsen die Leonardo da Vinci van paarden maakte:

„hij moet hebben willen weten hoe een paard

wordt gemaakt, en hebben gezien

dat dat niet kon,

hoe het geheim van een paard zich uitbreidde

onder zijn potlood.”

    • Marjoleine de Vos