Recensie

Bachs ‘Weihnachtsoratorium’ uit vier of eenentwintig kelen

Klassiek Met Kerst in het vooruitzicht klinkt Bachs ‘Weihnachtsoratorium’ in heel Nederland. NRC bezocht twee zeer verschillende uitvoeringen.

Nederlands Kamerkoor.
Nederlands Kamerkoor. Foto Foppe Schut

Groot koor of klein consort? Frontaal gedirigeerd of geleid vanuit het ensemble? Enkelvoudig of meervoudig bezette violen? Voor barokfanaten zijn het existentiële kwesties als het over Bachs passies en oratoria gaat. Met verschillende versies van het Weihnachtsoratorium in de Nederlandse concertzalen kunnen liefhebbers hun lol op deze dagen.

Zaterdag liet La Petite Bande het ‘Jauchzet, frohlocket!’ in een ultrakleine variant klinken. Het Belgische barokgezelschap was naar het Concertgebouw in Amsterdam gekomen met slechts vier zangers. In de Weihnachts-cantates 1, 2, 3 en 5 namen ze zowel de koor- als de solopartijen voor hun rekening. Dat zou in het Leipzig van 1734 ook gebruikelijk zijn geweest, aldus Bach-kenner Sigiswald Kuijken, die als vanouds leidde vanaf de eerste vioollessenaar.

Je moet het hem nageven, in de koralen leidde de dunne vocale spoeling tot een fijngetekend klankbeeld, met subtiel bijgemengde kleuren van onder meer een basse de violon en een viola da spalla (barokke voorgangers van de moderne cello).

De openingskoren bleken problematischer. Hier verdubbelt Bach de zangstemmen niet alleen, hij omhult ze tevens met instrumentaal filigraanwerk. De vier solisten misten dikwijls het volume om zich te handhaven tussen alle noten.

Nederlands Kamerkoor

Dan waren de vocaal-instrumentale verhoudingen beter bij het Nederlands Kamerkoor dat woensdag een integrale uitvoering gaf. Eenentwintig kelen sterk slingerde het gezelschap de koorpassages feestelijk en met snedige accenten de Grote Zaal van TivoliVredenburg in.

De koralen plooide dirigent Peter Dijkstra met veel gevoel voor dramatiek naar de tekst. Zo kreeg Satan met venijnige decibellen op z’n falie in ‘Brich an, o schönes Morgenlicht’. ‘Ich steh an deiner Krippen’ klonk in een breekbare a-capellaversie.

Had de jubelsfeer omtrent Christus’ geboorte in Amsterdam te lijden onder chronisch verkouden natuurtrompetten, in Utrecht wreef het Praagse gezelschap Collegium 1704 het koper blinkend op. Mooi ook hoe de Tsjechen onder Dijkstra het orgel soms verruilden voor een klavecimbel tijdens de recitatieven.

Dan de solistische prestaties: bij het Nederlands Kamerkoor waren sopraan Hannah Morrison en de schallende bas Tobias Berndt goed op dreef in ‘Herr, dein Mitleid’. Maar niet zo goed als zaterdag de donker generfde bariton Christian Wagner en Anna Gschwend, die met haar sereen heldere sopraan en sneeuwwitte jurk een kerstengel leek.

De Duitse tenor Stephan Scherpe bedreef in Amsterdam sierlijke stemgymnastiek in ‘Frohe Hirten, eilt’. In Utrecht klonk zijn collega Benedikt Kristjánsson wat dunnetjes in de hoogte. Bovendien maakte hij als Evangelist een nogal lijzige indruk.

Opmerkelijk: het feit dat de ‘alt’ van La Petite Bande eigenlijk een mezzosopraan bleek. Petra Noskaiová’s warme stemgeluid bleef daardoor krachteloos in de laagte. Dan was countertenor Maarten Engeltjes woensdag beter op zijn plek, met subliem aanzwellende klinkers in ‘Schlaf, mein Liebster’.

    • Joep Christenhusz