Recensie

Tien praktische adviezen van Aristoteles voor een evenwichtig leven

Filosofie

Classica Edith Hall schreef een boek met tien praktische adviezen voor een evenwichtig leven, ontleend aan de werken van Aristoteles.

Beeld Istock

Gelukkige filosofen. Je treft ze niet op iedere straathoek. Edith Hall, professor klassieken aan het Londense King’s College, ontdekte er één die haar wel iets over geluk kon leren. Als tiener las ze al zelfhulpboeken en experimenteerde ze vluchtig met transcendente meditatie en hallucinerende drugs. Zonder bevredigend resultaat. Dat veranderde toen ze als student kennis maakte met Aristoteles, die haar ‘een optimistisch moreel systeem’ voorschotelde.

Sindsdien heeft Hall (1959), inmiddels een vooraanstaand classica, zich gespecialiseerd in het gedachtengoed van Aristoteles en schreef ze recent, in de traditie van Alain de Botton en Jules Evans, een zelfhulpboek, getiteld Wat zou Aristoteles doen? Hoe oude filosofie je leven kan veranderen. Via tien praktische adviezen – onderverdeeld in hoofdstukken met titels als ‘Zelfkennis’, ‘Liefde’ en ‘Sterfelijkheid’ – beschrijft ze hoe de lezer een gelukkig en vooral evenwichtig leven kan leiden. Want Aristoteles, belooft Hall in de inleiding, kan helpen bij het plannen van een bruiloft of het schrijven van een sollicitatiebrief.

Levensgenieter

Dat laatste schept verwachtingen. Maar een zelfhulpboek, doorspekt met praktische tips, is niet wat Hall de lezer biedt en in feite doet ze zichzelf tekort door haar werk zo te presenteren.

Wat zou Aristoteles doen? is vooral een zeer toegankelijk boek over het leven en werk van Aristoteles. Hall presenteert de Griekse denker, geboren als zoon van een arts in 384 v.Chr. in Stagira, als een levensgenieter die zijn vriendschappen koesterde en de natuurwetenschappen op slimme wijze wist te combineren met bewustzijnsfilosofie.

Het doel van politiek was volgens Aristoteles: Het goede leven. Dat maakt zijn invloedrijke Politica ook voor hedendaagse lezers relevant. Lees ook: Een filosofische gereedschapskist

Zo ging Aristoteles uit van een filosofisch systeem waarbij beweging en verandering centraal staan. Geluk was niet het resultaat van goddelijke interventie, of iets dat je overkomt, maar kon worden verkregen door oefening. Wie zichzelf traint een goed mens te zijn door te werken aan zijn of haar deugden, kon zo een gelukkige geestesgesteldheid ontwikkelen. Oftewel: geluk wordt verkregen door het concrete leven tegemoet te treden, niet door passief in een hoekje te zitten afwachten. Het is een opvatting die niet veel verschilt van wat tegenwoordig cognitieve gedragstherapie heet. Begrijpelijk dat Hall een poging doet om Aristoteles in te zetten als zelfhulpgoeroe.

Effectief communiceren

Zo probeert ze bijvoorbeeld te bedenken wat het advies van Aristoteles zou zijn bij het organiseren van een theekransje, wat hij zou vinden van het onderhouden van vriendschappen op Facebook en hoe hij een sollicitatiebrief zou opstellen. Want hoe lang moet zo’n brief zijn? Wat moet erin staan? Hall maakt voor deze denkoefening gebruik van Aristoteles’ Retorica en probeert daaruit de belangrijkste regels voor effectief communiceren toe te passen. Voor de Griekse filosoof is retorica vooral een emotionele transactie en het is dus slim, aldus Hall, om van tevoren te weten aan wie je de sollicitatiebrief schrijft. Bovendien moet je in zo’n brief de ontvangers een goed gevoel geven over zichzelf en bij hen de wens opwekken je willen te ontmoeten. ‘De kunst ligt erin dat je dit doet zonder jezelf te verlagen tot kruiperigheid of vleierij,’ aldus Hall.

Ja, nuttig advies, maar hoe voorkom je kruiperigheid? En hebben we echt Aristoteles nodig om tot dit soort inzichten te komen? Eerlijk gezegd komen deze tips, die hier en daar in het boek opduiken, geforceerd over. Jammer, want Hall zet Aristoteles neer als een buitengewone filosoof, die vertrouwde op de kracht van de rede om het universum te doorgronden. Daarnaast laat ze zien hoe modern (en freudiaans) Aristoteles was in zijn opvatting dat mensen, die hun emoties te sterk onderdrukken, niet in staat zijn een effectief leven te leiden. Ook de wijze waarop Aristoteles nadacht over sterfelijkheid – hij beschouwde de dood als ‘het grootste kwaad’ – weet Hall op een erudiete manier naar het heden te vertalen met voorbeelden uit The Dying Animal van Philip Roth, een gedicht van Robert Graves of een film als Manchester by the Sea. Vooral dat soort passages zijn inzichtelijk. Wat dat betreft had Hall volledig mogen vertrouwen op haar eigen retorische krachten en de verleiding mee te willen varen op de hausse aan zelfhulpboeken beter kunnen weerstaan.

    • Rosan Hollak