Zorgwaakhond GGD maakt rapporten zelden openbaar

Toezicht

Kritiek van de GGD op een Betuwse zorginstelling bleef vertrouwelijk, met nare gevolgen. Nu blijkt: bijna alle GGD’s publiceren zelden.

Foto Peter Hilz / HH
Foto Peter Hilz / HH Een GGD kantoor in Rotterdam.

Toezichtsrapporten over instellingen die Wmo-zorg bieden zoals beschermd wonen, worden zelden openbaar gemaakt. Kritische informatie over tekortschietende zorg blijft beperkt tot betrokken gemeenten, de toezichthouder, en de instelling zelf. Dat blijkt uit een rondvraag van NRC onder 15 GGD’s die in hun regio Wmo-toezichthouder zijn.

Het niet-openbaar maken van GGD-rapporten in de regio Gelderland-Zuid heeft ernstige gevolgen gehad voor bewoners van een zorginstelling in de Betuwe, zo bleek onlangs uit onderzoek van NRC. In de rapporten over de instelling, Herstelcentrum C&S, meldde de GGD tal van gebreken: te weinig geschoolde medewerkers, geen adequate hulp, geen klachtencommissie. De rapporten, uit 2016 en 2017, werden niet verspreid onder derden. Nietsvermoedend plaatste Jeugdbescherming Gelderland ruim een jaar na het eerste GGD-rapport zes veelal gedragsgestoorde kinderen in de instelling. Chaos en onveiligheid waren het gevolg. Er was te weinig begeleiding. Een jongetje, epileptisch en zwakbegaafd, verdronk bijna in een nabijgelegen kanaal.

Lees hier de reconstructie over de misstanden bij Herstelcentrum C&S

‘Ingrijpende interventie’

De GGD, kort voor Gemeentelijke Gezondheidsdienst, houdt in veel gemeenten toezicht op de kwaliteit van de Wmo-zorg (‘Wet maatschappelijke ondersteuning’), zoals beschermd wonen en dagbesteding. GGD Gelderland-Zuid maakt haar rapporten sinds eind 2017 openbaar, om „bij te dragen aan transparantie en het afleggen van verantwoording”. De andere GGD’s doen dat zelden. Van 24 door NRC aangeschreven GGD’s reageerden er 15, en daarvan maakt alleen de Rotterdamse GGD de toezichtsrapporten standaard openbaar.

De andere 14 GGD’s en gemeenten in hun regio publiceren hun rapporten niet of nauwelijks. „Om de privacy van de cliënten te kunnen waarborgen”, aldus GGD Flevoland. Er hangen „juridische, strategische en bestuurlijke aspecten aan actieve openbaarmaking van rapporten”, zegt GGD IJsselland. En volgens gemeente Leiden, die het zorgtoezicht laat uitvoeren door GGD Hollands Midden, zien veel zorgaanbieders openbaarmaking „als een ingrijpende interventie”.

Openbaarmaking staat op de radar

Maar een andere belangrijke zorgwaakhond, de landelijke Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), publiceert haar rapporten wél. „Opdat ook andere instellingen kunnen leren van onze bevindingen en aanbevelingen”, aldus een woordvoerder. Privacybezwaren zijn overkomelijk, zegt hij: de informatie in de rapporten is opzettelijk niet herleidbaar tot individuen.

Lees hier het rapport van de Inspectie over Herstelcentrum C & S

De kwestie van openbaarmaking staat op de radar van de GGD’s: drie GGD’s zeggen expliciet dat ze „beseffen en vinden dat de rapporten in principe openbaar moeten zijn”, zoals de GGD in regio-Tilburg het formuleert. Zeven GGD’s laten weten dat gesprekken met gemeenten over mogelijke openbaarmaking gaande zijn of volgen in 2019. Vier GGD’s zeggen dat zo’n gesprek niet wordt gevoerd.

Jaren verwaarloosd

Het Wmo-toezicht is een relatief nieuwe taak voor gemeenten, die gepaard ging met de decentralisatie van de zorg in 2015. Het optuigen van dat toezicht was, in de woorden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, een „zoektocht”. Beleid over openbaarmaking had geen prioriteit. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) zegt in een reactie dat zijn „uitgangspunt” is: „Openbaar maken als het kan.”

Op last van de Inspectie werden kinderen in mei dit jaar bij Herstelcentrum C&S weggehaald. Volwassen cliënten, van wie sommigen jaren waren verwaarloosd, vertrokken ook. De Jonge is „erg geschrokken” van de misstanden bij de instelling, zo schrijft hij deze week na Kamervragen van de SP. Betrokken gemeenten Buren en Nijmegen gaan samen met GGD Gelderland-Zuid begin 2019 een „intensieve evaluatie” houden. De minister zegt die „intensief” te zullen volgen om te zien „welke lessen uit deze casus” bruikbaar zijn voor een beter toezicht op de zorg.

De sociale recherche onderzoekt de financiële administratie van C&S. Of de misstanden leiden tot strafvervolging, kan het OM nog niet zeggen.

    • Ingmar Vriesema