WEF: Nederland loopt achter met vrouwen in top

Emancipatie Nederland staat achter Nicaragua en Namibië op ranglijst van het World Economic Forum. Vooral de politiek blijft achter.

In de meeste relaties is de man de kostwinner en zien mannen en vrouwen het inkomen van de vrouw als een bijdrage of „extraatje”.
In de meeste relaties is de man de kostwinner en zien mannen en vrouwen het inkomen van de vrouw als een bijdrage of „extraatje”. Foto Getty Images/

Als het in dit tempo doorgaat duurt het wereldwijd nog ruim 100 jaar voordat mannen en vrouwen economisch gezien gelijk zijn, voor West-Europa is dat ruim 60 jaar. Dat blijkt uit de jaarlijkse Gender Gap Index van denktank World Economic Forum (WEF) die deze woensdag verschijnt. De studie vergelijkt ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in 149 landen. Daarbij is gekeken naar economische participatie, toegang tot onderwijs, politieke invloed en zaken als levensverwachting.

In de nieuwste editie blijkt dat Nederland weliswaar vijf plaatsen is gestegen, maar nog altijd op een 27ste plek blijft steken. Op nummer 1 staat IJsland, maar ook in landen als Namibië, Rwanda, Nicaragua en de Filipijnen zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen fors kleiner dan in Nederland.

Er is ten opzichte van de vorige editie van het WEF-rapport wel wat verbetering op het gebied van arbeidsparticipatie en ook zijn vrouwen iets meer gaan verdienen. „Maar vooral wat betreft het aantal vrouwen op topposities is nog veel te winnen”, aldus Henk Volberda, hoogleraar management aan de Erasmus Universiteit die het onderzoek voor Nederland leidde. „Dat is bijvoorbeeld erg zichtbaar in de politiek.” In Nederland is 36 procent van de parlementsleden vrouw. Slechts iets meer dan een kwart van de leden van raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven is vrouw. Verder werken ruim twee keer zoveel vrouwen (62 procent) als mannen parttime (29 procent).

Inkomen vrouw is ‘extraatje’

Verklaringen voor de kloof tussen mannen en vrouwen op de werkvloer kwamen dinsdag uit een nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), naar de rol die geld en zelfstandigheid spelen in keuzes van vrouwen over betaald werk.

Hoewel vrouwen de afgelopen jaren meer zijn gaan werken, voelen veel vrouwen in een relatie niet de noodzaak om economische zelfstandig te zijn, blijkt daaruit. 60 procent van de volwassen vrouwen was vorig jaar economisch zelfstandig.

In de meeste relaties is de man de kostwinner en zien mannen en vrouwen het inkomen van de vrouw als een bijdrage of „extraatje”. SCP-directeur Kim Putters schrijft: „Vrouwen zijn weliswaar massaal gaan werken, maar de meesten in deeltijd. Een kleine deeltijdbaan levert vaak te weinig geld op om zelfstandig van te kunnen leven.”

Mannen voelen meer verantwoordelijkheid om geld te verdienen dan vrouwen. Driekwart van de mannen tussen de 25 en 49 jaar zeggen dat ze wel moeten werken, omdat hun inkomen niet kan worden gemist. Dit percentage ligt gelijk bij alleenwonende vrouwen, maar onder vrouwen de samenwonen is dat nog maar de helft. „Samenwonen betekent voor vrouwen dus een verlichting van de kostwinnersdruk, bij mannen niet”, concludeert het SCP.

Vorige week brachten het SCP en het CBS hun tweejaarlijkse emancipatiemonitor uit. Daaruit bleek net als uit de WEF-studie dat vrouwen de afgelopen twee jaar iets meer zijn gaan werken. De gemiddelde arbeidsduur steeg van 28 naar 29 uur. Vooral jonge vrouwen werken relatief veel. Vrouwen die nu 37 jaar oud zijn, werken gemiddeld drie uur meer dan vrouwen op die leeftijd voorheen deden. Toch ligt het uurloon van vrouwen nog altijd lager: zo’n 5 procent, bleek uit dat rapport.