The Roast of Johnny de Mol: via de zoon wordt de vader geroosterd

Zap In ‘The Roast of Johnny de Mol’ blijkt het slachtoffer zo’n sympathiek mens dat hij moeilijk valt af te branden. Gelukkig heeft hij ook een vader.

The Roast of Johnny de Mol.
The Roast of Johnny de Mol. Comedy Central

Ik was er niet op bedacht: al om de eerste grap in The Roast of Johnny de Mol moest ik lachen. We zagen De Mol in een biechthok schuiven en zijn zonden opbiechten: hij had vluchtelingen geholpen, gehandicapten en zieken aandacht gegeven op tv. De priester (eigenlijk dominee Ruben van Zwieten) riep in ontsteltenis Jezus en de Heer aan, om ten slotte aan de biechteling te vragen wie hij wel niet dacht dat hij was. „De zoon van God soms?”. Miljardairszoon De Mol haalde even zijn schouders op: „Ja.”

“Aan het kruis met dat godenjong”, was het motto van de uitzending. De te grillen mol was gestoken in een jasje met op de rug een glimmend geborduurd kruis. De Mol (39) leek me een lastig stuk vlees om gaar te krijgen. Volgens de mores van de roast moet dat gebeuren door een spervuur van gemene grappen, maar waarmee krijg je het vuurtje opgestookt onder het spit van een man die weldoet met een intensiteit die zo groot is dat zijn tante Linda de Mol zich deze zomer op tv het woord ‘obsessie’ liet ontvallen?

De meeste van de negen roasters (inclusief de Vlaamse presentator Jeroom Snelders) vielen terug op de jonge jaren van De Mol. Toen had hij seks gehad. Best vaak. Met veel vrouwen. Ook had hij drugs gebruikt, gedronken en zeer slecht geacteerd. Soms belde hij dronken zijn vader om geld.

Dat er over dergelijke onderwerpen (inclusief de omvang van voor de geslachtsdaad essentiële lichaamsdelen) heel veel grappen te bedenken zijn, is geen verrassing. Ze lijken wel een beetje op elkaar.

Ook kwam terug dat De Mol wat dikkig is („je ziet eruit als het spaarvarken van je vader”), wat goed uitkwam bij het schuddebuiken. Grote delen van The Roast of Johnny de Mol deden denken aan een zacht pruttelend potje stoofvlees.

De reddingsboei van het programma was vader De Mol, de Almachtige van het Gooi. De vader werd via de zoon aangepakt. Dat gebeurde vooral door cabaretier Peter Pannekoek, die zei niet te zullen rusten tot de hele familie De Mol onder de grond lag, „waar mollen horen”.

Een criminele organisatie, dat was het. „John de Mol”, stelde Pannekoek, „is de Berlusconi van de Lage Landen. Berlusconi moest aftreden omdat hij feestjes hield met minderjarige hoeren. John de Mol doet dat ook. Hij zendt het gewoon uit en noemt het The Voice Kids.” En, tegen de zoon: „Jij redt mensen uit zee, hier verzuipen ze in de wurgcontracten van je vader.”

In zijn weerwoord raffelde Johnny de Mol de grappen af. Al snel werd zijn toon ernstiger, zoals dat ook bij eerdere glamourgelegenheden is gebeurd. Hij sprak over vluchtelingen, armoede en onrecht en de noodzaak om in het komende jaar minstens één goed ding te doen of – een opmerkelijke wending in een roast - „je toon te matigen”.

Daarop vroeg hij de aanwezigen op te staan en elkaars hand vast te houden. Was dit nog een grap of begon De Mol serieus messiaanse trekken te vertonen? Even later werd Johnny de Mol (jasje uit, wit gewaad aan) aan een reusachtig kruis omhoog gehesen terwijl hij het weifelende publiek er met „Iedereen, godverdomme!” toe probeerde te verleiden Imagine van John Lennon mee te zingen.

Zo slaagde The roast of Johnny de Mol erin iets te doen wat ik werkelijk niet van het programma had verwacht: mij in totale verwarring achterlaten. (Dit is een compliment.)

In de slotbeelden hing De Mol nog steeds aan zijn kruis, in een nu lege zaal. Er volgde geen „Mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”, maar een veel eenvoudiger: „Siri, bel papa.” Erg goede grap.