Rotterdammer veroordeeld in eerste strafzaak straatintimidatie

Hij krijgt een voorwaardelijke geldboete van 200 euro. De 36-jarige man is de eerste verdachte ooit die in een Nederlandse strafzaak voor straatintimidatie veroordeeld wordt.

Winkelend publiek tijdens de kerstinkopen in het centrum van Rotterdam.
Winkelend publiek tijdens de kerstinkopen in het centrum van Rotterdam. Foto Robin Utrecht/ANP

Een 36-jarige Rotterdammer heeft woensdagmiddag een voorwaardelijke geldboete opgelegd gekregen van 200 euro voor straatintimidatie. Dat meldt de rechtbank in Rotterdam. Hij is daarmee de eerste verdachte ooit die in een Nederlandse strafzaak voor een dergelijk delict is veroordeeld.

De man werd in juli en augustus betrapt door handhavers toen hij acht verschillende vrouwen lastig viel in het centrum. De vrouwen werden meermaals aangesproken en uitgejouwd op straat. Daarbij ging de man naast hen zitten, maakte hij kus- en handgebaren en riep onder meer “Kom met me mee” en “Hey schatje, ga je nu al weg? Blijf nog even met me”, zo viel te lezen in de dagvaarding.

Lees ook: De Rotterdamse aanpak tegen het lastigvallen van vrouwen op straat komt nog nauwelijks van de grond.

De rechter legde voor beide gevallen een voorwaardelijke boete van 100 euro op. Het OM had twee keer een onvoorwaardelijke boete van 190 euro geëist, het landelijke uitgangspunt als straf. Die kan oplopen tot maximaal 4.100 euro, of een celstraf van drie maanden.

De gemeente Rotterdam heeft dergelijke straatintimidatie per 1 januari 2018 strafbaar gesteld. Het gaat onder meer om vrouwen naroepen, om seks vragen, uitschelden en achternazitten. Ook het ‘sissen’ naar vrouwen is onder de maatregel verboden. Dat leverde de veelgebruikte term ‘sisverbod’ op. De stad volgde daarmee het voorbeeld van Tilburg en Amsterdam. De hoofdstad nam in 2017 als eerste een soortgelijke maatregel.

Juridische twijfels

Over de houdbaarheid van het verbod bestaan juridische twijfels. Nederlandse gemeenten mogen namelijk geen regels invoeren die beperking opleggen aan de vrijheid van meningsuiting, zoals het openbaren van gedachten of gevoelens. Sommige juristen stellen dat een intimidatieverbod daarom niet mag. Ook is het verbod moeilijk om te handhaven.

Bij het Openbaar Ministerie zijn tot dusver in totaal zeven zaken binnengekomen die betrekking hebben op straatintimidatie.