NRC checkt: ‘In Duitsland hebben spoedig 400.000 vluchtelingen werk’

Dat zei de voorzitter van de Duitse werkgevers vrijdag in een interview.

Banenmarkt voor migranten en vluchtelingen hotel Estrel in Berlijn.
Banenmarkt voor migranten en vluchtelingen hotel Estrel in Berlijn. Carsten Koall/EPA

De aanleiding

In de krant Augsburger Allgemeine zei Ingo Kramer, voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie BDA, vorige week dat bondskanselier Merkel gelijk krijgt met haar uitspraak „Wir schaffen das” uit 2015 over de integratie van vluchtelingen. „Van de meer dan een miljoen mensen die vooral sinds 2015 naar Duitsland zijn gekomen, hebben er binnenkort 400.000 een opleidings- of arbeidsplaats (de grote meerderheid in een betrekking waarbij sociale premies worden afgedragen) en zijn daarmee geïntegreerd. Ik ben zelf verbaasd dat het zo snel gaat. Maar de ondernemers doen dit. Vooral het midden- en kleinbedrijf is op zoek naar medewerkers.”

Waar is het op gebaseerd?

Kramers woordvoerder verwijst naar de ‘Immigratiemonitor’ van het Instituut voor Arbeidsmarkt- en Beroepsonderzoek, dat valt onder het Bundesagentur für Arbeit. De monitor noemt vluchtelingen niet als aparte categorie.

Kramer baseert zich, zegt zijn woordvoerder, op cijfers over de categorie ‘mensen uit oorlogs- en crisislanden’. Deze groep – afkomstig uit Afghanistan, Eritrea, Irak, Iran, Nigeria, Pakistan, Somalië en Syrië – omvat het overgrote deel van de vluchtelingen. Van hen had in september dit jaar 31,6 procent, ofwel 360.877 mensen in de werkzame leeftijd, een baan.

Volgens de woordvoerder zijn in het aantal „binnenkort 400.000” ook de mensen meegerekend die een duale opleiding volgen: een deel van de week op school, een deel van de week werkend bij een bedrijf. Studenten die alleen naar school gaan, zelfstandigen en ambtenaren zijn niet meegeteld.

Voor meer details verwijst hij naar het Bundesagentur für Arbeit. Daar licht een woordvoerder toe dat de groep van ruim 360.000 mensen waar Kramer zich op baseert, vooral bestaat uit mensen met een baan waarvoor premies worden afgedragen (289.000) en voor een kleiner deel (72.000) uit mensen met onregelmatige ‘mini-jobs’.

En, klopt het?

Hoewel Kramer harde cijfers gebruikt, drukt hij zich voorzichtig uit. Hij zegt dat van de „meer dan een miljoen” mensen die „vooral” sinds 2015 naar Duitsland zijn gekomen „binnenkort” 400.000 mensen „een opleidings- of arbeidsplaats” hebben, van wie „de grote meerderheid” een betrekking heeft waarbij premies worden afgedragen. Die slagen om de arm geven hem speelruimte. Zo zijn er sinds 2015 namelijk zo’n 1,6 miljoen asielzoekers naar Duitsland gekomen, dus veel meer dan een miljoen. En ja: bij een snelle stijging kán 360.000 binnenkort 400.000 zijn. Een grote meerderheid van de vluchtelingen krijgt overigens nog altijd een uitkering.

Zwak punt bij Kramer is vooral dat de statistiek waarop hij zich baseert niet aangeeft sinds wanneer ‘de mensen uit oorlogs- en crisisgebieden’ die werk hebben of een opleiding volgen in Duitsland zijn. Onduidelijk is daardoor hoeveel mensen zijn meegeteld die al vijf jaar, tien jaar of nog langer in Duitsland verblijven. Het agentschap rangschikt naar nationaliteit, niet naar jaar van aankomst of eventuele vluchtachtergrond.

Maar het betoog van Kramer is erop gericht te onderstrepen dat de integratie via werk goed verloopt en opmerkelijk snel. De cijfers van het Bundesagentur für Arbeit tonen dat inderdaad sprake is van een snelle stijging: had in september 31,6 procent van de groep uit oorlogs- en crisislanden een baan, een jaar eerder was dat nog slechts 23,4 procent.

Conclusie

Kramer kan zich niet baseren op statistieken die precies aangeven hoeveel vluchtelingen van na 2015 werk hebben, omdat alleen de categorie ‘mensen uit crisis- en oorlogslanden’ wordt bijgehouden, zonder jaar van aankomst. De beschikbare cijfers lijken de trend die hij signaleert wel te bevestigen, maar met zekerheid valt dat niet te zeggen. Wij beoordelen zijn bewering daarom als niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt