‘Nederlanders hebben voorkeur voor hele jaar wintertijd’

Dat blijkt uit een peiling van het ministerie van Binnenlandse Zaken. 41 procent wil het hele jaar wintertijd, 27 procent wenst juist permanente zomertijd.

Foto: iStock

Nederlanders hebben een voorkeur om het hele jaar de wintertijd aan te houden. Dat blijkt volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken uit een peiling onder 1.800 mensen. Van hen gaf 41 procent aan een vaste wintertijd te willen, terwijl 27 procent het liefst het hele jaar zomertijd wil.

De vragenlijst die is gebruikt voor dit onderzoek blijkt echter een fout te bevatten. In een vraag over het invoeren van de permanente zomertijd staat dat de zon eind juni omstreeks 20.00 uur onder zou gaan. Dat zou 22.00 uur moeten zijn. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de fout ook gezien, maar stelt dat het “niet heel wezenlijk was voor de uitkomsten”.

De enquête, opgesteld door onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van het ministerie, is in verschillende rondes verricht, waarbij de geënquêteerde steeds meer informatie krijgt over de tijden en gevolgen. “Per ronde waren de uitkomsten consistent”, zegt de woordvoerder. “Een meerderheid wil de wintertijd.”

24 procent van de ondervraagden is voor het behoud van de huidige situatie, waarbij de klok tweemaal per jaar een uur verzet wordt. Minister Kajsa Ollongren (D66) besloot de peiling te houden na een oproep in augustus van Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, om te stoppen met het verzetten van de klok. Juncker wil dat EU-lidstaten kiezen voor een permanente zomer- of wintertijd.

Harmonisatie

Uit de peiling bleek verder dat Nederlanders het liefst een tijdsituatie willen die zo veel mogelijk overeen komt met omliggende landen. Daartoe riep vicepremier Hugo de Jonge (CDA) eerder ook op. De Benelux willen in ieder geval onderling de tijd afstemmen.

Lees ook: Tien vragen over de zomer- en wintertijddiscussie

Het kabinet gaat de ‘flitspeiling’ gebruiken om te bepalen welk tijdbeleid in de toekomst gehanteerd wordt. Een flitspeiling is een enquête onder een kleine groep Nederlanders, ook wel focusgroepen genoemd. Daarnaast worden “multidisciplinair onderzoek en gesprekken met sectoren en experts” hiervoor ingezet, aldus het ministerie. Ollongren wil wel dat de tijd genomen wordt om te onderzoeken welk systeem het meest wenselijk is, ook als dat betekent dat nog een aantal keer de klok verzet moet worden. Het kabinet zal op zijn vroegst in 2021 een besluit nemen.

Leeft niet heel erg

Volgens de minister leeft het onderwerp niet echt onder Nederlanders. In een brief aan de Kamer schrijft Ollongren:

“Uit de interviews met vertegenwoordigers van sectoren blijkt dat het huidige systeem van zomer- en standaardtijd nauwelijks problemen oplevert. Vanuit praktisch en economisch oogpunt zit men niet te wachten op een aanpassing, want aanpassingen kosten altijd geld en verhogen de kans op fouten. Het onderwerp staat bij de meeste deelnemers nog niet op de agenda, vindt men niet relevant en de meeste hebben dan ook nog geen formeel standpunt ingenomen.”

Energiebesparing

Het halfjaarlijks verzetten van de klok werd in 1977 ingevoerd om energie te besparen. Dat jaar werd de zomertijd ingevoerd, terwijl de toen geldende standaardtijd werd omgedoopt tot ‘wintertijd’. Ook hoopte het parlement indertijd dat Nederlanders meer zouden uitgeven aan recreatie, omdat het langer licht bleef.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat het switchen tussen zomer- en wintertijd slechts 0,3 procent energiebesparing oplevert, hoewel moeilijk te bepalen is wat de exacte winst is. Het Europees Parlement vindt die besparing te gering om een beleid te rechtvaardigen waarvan veel personen last ondervinden. Veel mensen klagen over slaapproblemen en zeggen dat ze uit hun ritme raken door de wisselende tijd. Ook dieren ondervinden hinder van het huidige stelsel.