Foto Andreas Terlaak

Janine Jansen: ‘Ik hoef alleen nog maar te doen waar ik me goed bij voel’

Janine Jansen 2018 kende voor violiste Janine Jansen scherpe pieken en dalen. Ze werd veertig, blesseerde haar pink, ze won de Johannes Vermeer Prijs én ze besloot eenmalig de leiding op zich te nemen over ‘haar’ Kamermuziekfestival Utrecht.

Ze is terug, ja, dat mag best zo gezegd. Deze week voor concerten met het Concertgebouworkest en dirigent Valery Gergiev, vorige week in Zürich voor concerten met haar man, de Zweedse dirigent Daniel Blendulf, en na Oudjaar voor concerten met de Wiener Philharmoniker.

Maar van april tot eind augustus was het stil rondom Janine Jansen (Soest, 1978), een van de beroemdste violisten ter wereld. Geen concerten, geen cd, geen interviews. Door een pinkblessure bleef zelfs haar viool vijf maanden onuitgepakt. „De oorzaak was een onnozele valpartij op een boot”, vertelt ze in de solistenkamer in de kelders van het Concertgebouw.

„Nu gaat het weer, de fysio zegt dat vioolspelen weer mag en dat het herstel er hooguit door vertraagt. Maar spelen gaat nog niet pijnloos. Dat broze gevoel vind ik heel eng.”

Musici hebben een haat-liefderelatie met hun handen. Die pink is meer dan een vinger.

„Precies, het hangt allemaal samen. Je gaat je zorgen maken over jezelf en de toekomst en dat drukt dan weer de algehele stemming. Wát een rotperiode. Maar daar ben ik nu wel echt weer uit, gelukkig.”

Hoe kijkt u terug op 2018 als geheel?

„Als op een heel vreemd jaar. Zwaar, raar, ja: wat is een dekkende term? (lacht) Lastig, dat minimaal. Ik was van slag. Maar er waren ook heel mooie momenten. Begin 2018 had ik mijn residency in New York. Met pianist Jean-Yves Thibaudet speelde ik mijn eerste recital in Carnegie Hall. Onvergetelijk was ook een triotournee met cellist Mischa Maisky en pianiste Martha Argerich. Die avonden zal ik altijd bij me dragen.”

En u werd veertig.

„Ja, en dat is een mijlpaal. Zeker als je ooit nog kinderen wilt. Dat speelde allemaal mee in het feit dat ik die blessuretijd heftig vond, want dan heb je alle tijd om over die dingen na te denken. De pijnlijke pink werd de katalysator van al langer broeiende vragen over wie ik ben en wat ik wil. Nou, vioolspelen, muziek delen met het publiek en met andere musici op het podium – dat is me volstrekt duidelijk. Maar er zijn ook andere dingen belangrijk. Wát was me eigenlijk al duidelijk, maar nu werd ik me ervan bewust dat ik daar dan ook echt actief ruimte voor moet vrijmaken.

„Ik geef zo’n 80 tot 90 concerten per jaar, dat ga ik terugbrengen naar 50 of 60. Mijn energie werkt anders dan toen ik dertig was. Op het podium speelt dat niet: dan ga ik volledig op in het moment. Maar na afloop heb ik tijd nodig om te herstellen en weer open te staan voor anderen. Het gekke is dat je dat niet helder krijgt als je de hele tijd maar doorracet. Wat dat betreft was het, hoe vervelend ook, wel een vruchtbare zomer.”

Pendelt u nog steeds tussen Utrecht en Stockholm?

„Ja, dat geeft ook onrust. Eén thuisbasis zou beter zijn. Als ik moest kiezen, werd het Stockholm. Daar wonen we in de stad, terwijl we ook binnen vijf minuten in de natuur zijn: superfijn.”

Maar daar woont uw familie niet.

„Nee, en dus moet er in Utrecht ook een plek blijven. Mijn familie is heel hecht, ik wil echt tijd met ze doorbrengen, zowel met mijn ouders als met mijn broers en de kindjes van mijn broer David.”

Tante Janine.

„Ja, of tante Sjaan, blèh! Nee hoor, ik ben gewoon Janine. Het grappige is dat mijn oudste nichtje van vijf nu al een jaar vioolles heeft bij Coosje Wijzenbeek, net als ik vroeger. Ze wilde het zelf, en ze is er heel enthousiast over. Ze wonen naast mijn ouders in Soest, en elke avond neemt ze met oma aan de piano haar nieuwe stukjes door. Mijn moeder heeft altijd heel veel voor ons gedaan.”

Wat vindt uw moeder van uw wereldcarrière?

„Ze blijft mijn moeder, het belangrijkste voor haar is dat het persoonlijk goed met me gaat. Over wat ze vindt van mijn werk, hebben we het nooit zo.”

Uw ouders liepen wel heel trots te stralen op de uitreiking van de Johannes Vermeer Prijs, afgelopen maand.

„Dat was een topavond, in alle opzichten. Een enorme bekroning of liever: beloning. En doordat er zoveel aandacht was voor Coosje Wijzenbeek en haar leerlingenensemble The Fancy Fiddlers, waar voor mij alles is begonnen, voelde ik heel scherp de betekenis van overdracht. Met het prijzengeld van 100.000 euro wil ik anderen laten meedelen in mijn succes, al weet ik nog niet hoe. Daar ga ik nu rustig over nadenken. Mijn focus lag eerst echt op in vorm komen.”

Willen delen is een duidelijke richting.

„Maar hoe? Mijn viool, de ‘Rivaz-Baron Gutmann’-Stradivarius (1707), heb ik in bruikleen van de Noorse stichting Dextra Musica, die als randvoorwaarde stelt dat ik met jonge musici samenwerk in een soort mentorverband. Dat bevalt goed: inzichten delen door samen te spelen en te bespreken wat je doet en waarom. Al doende gaat het dan al snel over het hele leven. Ik zou me kunnen voorstellen dat ik zoiets ook in Nederland zou opstarten. Anderzijds denk ik dan: is dat mijn kracht? Ben ik niet op mijn best als ik zelf speel?”

Andreas Terlaak

Als dat waar is, versterkt dat slechts het plan om te doceren via het musiceren.

„Ja, dat geloof ik zelf ook. Maar ik zou het óók leuk vinden om de Vermeerprijs aan te wenden voor een opdrachtcompositie voor een nieuw vioolconcert.”

U zette in 2003 het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht op: de droombedding voor een langjarig coachingtraject.

„Misschien. There’s things cooking. Het festival is me hoe dan ook extreem dierbaar. Musici als Boris Brovtsyn, Amihai Grosz, Jens Peter Maintz – we waren zo lang een superhechte groep, en dan die hele festivalsfeer in de donkere dagen na Kerst.”

Het Festival gaat nu door met jaarlijks wisselende curatoren. Waarom komt u niet gewoon zelf terug als festivalleider?

„Wie weet. Ooit. Maar voor nu is het te veel. Daarbij geloof ik in de gekozen opzet met wisselende curatoren. Maar ik vind het wel ontzettend leuk dat ik de eerste mag zijn. Het verbaasde me zelf hoe blij ik daarvan werd. Ik had meteen plannen en heb ook al musici gevraagd. Ik vind het belangrijk in Nederland aanwezig te zijn, iets bijzonders terug te geven voor alles wat ik hier zelf heb meegekregen. Of is dat raar?”

Helemaal niet. Het festival was veertien jaar lang uw element: kamermuziek met vrienden, hypergeconcentreerd, warm. Voelt deze doorstart niet als instandhouding van het paleis zonder de koningin?

„Wat een verschrikkelijke metafoor! Zo één die je bijblijft, ook nog. Maar het is waar dat ik me bij het festival altijd als een vis in het water heb gevoeld. Ik ben heel blij dat het paleis blijft staan.”

Prefereert u kamermuziek boven soloconcerten met orkesten?

„Absoluut niet. Ik ervaar beide ook niet als wezenlijk anders: het gaat om samen musiceren. Maar ik heb wel de prachtpositie om selectief te kunnen zijn. Alleen de dingen te doen waar ik me goed bij voel en die me uitdagen; de beste orkesten en dirigenten uit te kiezen.”

Waar verheugt u zich op?

„Op de vakantie. Met Daniel, in de Zwitserse bergen, waar ik altijd nieuwe energie opdoe. En ik verheug me op thuis zijn. Verhuisdozen uitpakken. Etentjes met vrienden. Lampen kopen in plaats van peertjes. Dat is niet het muzikale deel, maar wel waar ik enorm naar uitzie.”

Waar bent u over tien jaar?

„Oei. Dan ben ik 50, en ik wil er eigenlijk nog helemaal niet aan dat ik nu de 40 gepasseerd ben. Maar als ik mezelf dat hoor zeggen, denk ook: waar heb je het over? Leeftijd zegt niks. En laatst vroegen ze bij de slijter nog om mijn ID, haha.”

Misschien woont u in de bergen. Altijd energie voorradig.

„Ja! Met Daniel en een hond en een kind en 30 concerten per jaar – wat heerlijk zou dat zijn. Maar dat zo’n volstrekt ongerijmd scenario in theorie mogelijk is, vind ik nog steeds ingewikkeld. De kunst is te leren scheiden wat je zelf wilt, en waar je onbewust reageert op verwachtingen van buitenaf. Tijdens mijn burn-out in 2010 ben ik daar niet helemaal uitgekomen, dit is in zekere zin toch een Nachspiel. Maar ik denk dat ik met 50 concerten, een superduidelijke thuisbasis en veel meer tijd voor mijn familie en vrienden heel dicht in de buurt kom van mijn eigen ideaal.”

Concerten: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergiev met Janine Jansen: 20 dec Concertgebouw, Amsterdam. Concert Janine Jansen & Friends, 23 jan TivVredenburg Utrecht. Recital i.s.m. met Alexander Gavrylyuk (piano): 13 maart Concertgebouw, Amsterdam. Inl: janinejansen.com