Opinie

Geen verhaal

Marcel van Roosmalen

Ik was gevraagd om een praatje te houden voor de deelnemers aan de cursus voetbaljournalistiek. Meestal is het in het Goffertstadion in Nijmegen, ik ben ook weleens in het Philips Stadion in Eindhoven geweest, maar vorige week woensdag was het dus in Zeist, waar mededocent Janneke van der Horst op het station met draaiende motor op me stond te wachten.

We waren laat, ze sms’te of ik op wilde schieten.

„Ja-ja”, schreef ik terug.

Daarna viel de verbinding weg. De conducteur riep met overslaande stem door de intercom dat we allemaal rustig moesten blijven, maar dat de deuren gesloten bleven tot ‘de verdachte’ met behulp van de politie was geëlimineerd.

De verdachte?

Het ging nu snel in mijn hoofd.

We stonden met z’n drieën in het halletje voor een van de deuren. Ik bleef tegen beter weten in op het groene knopje naast de deur drukken. Een man met een koffertje keek me wezenloos aan en zei: „Als dit dan het einde is, so be it.”

Een meisje zei dat ze waarschijnlijk tegenover de verdachte had gezeten en dat hij haar dusdanig had aangestaard dat ze was gaan verzitten. Ze dacht dat hij misschien een mes in zijn jaszak had.

Hoe zag hij eruit?

Als ze een land moest noemen, dan Afghanistan.

Dat stelde gerust.

De conducteur en een politieagent passeerden, achter hen aan kwam een ander meisje dat wist hoe de verdachte eruitzag. Een vrouw uit de eerste klas kwam zeggen dat de verdachte op het toilet zat. Het deed denken aan de eerste aflevering van de BBC-serie Bodyguard waarvan ik de avond ervoor toevallig de eerste aflevering had gezien, waarin een terroriste zich ook in een treintoilet had verschanst.

Ik drukte nog maar eens op die groene knop.

Als dit verkeerd af zou lopen was ‘ja-ja’ het laatste wat ik had gecommuniceerd.

De man met het koffertje zei dat hij Walter heette en dat hij voor het waterschap werkte. Hij was gescheiden, hij leefde eigenlijk voor zijn poes.

Een kwartier later werden de treindeuren ontgrendeld.

De verdachte werd door twee agenten afgevoerd, de conducteur belde op het perron zijn vriendin.

We hadden iets meegemaakt, maar het was te weinig voor een goed verhaal.

Even later struikelde Walter over een paaltje.

Thuis vertelde ik dat in het KNVB-sportcentrum in Zeist alles oranje is en dat er boven de pisbakken grappig bedoelde tekstjes als ‘niet zeiken tegen de scheids’ hangen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.