‘Geef meer dan een schouderklopje’

Interview Willem-Jan de Gast Wat kun je als bedrijf doen om vrijwilligers binnen te halen en ze tevreden te houden? „De beginfase is niet moeilijk.”

Zorgpersoneel en vrijwilligers begeleiden de jaarlijkse Rollatorloop in het Amsterdamse Olympisch Stadion. Ongeveer de helft van de Nederlanders doet minimaal één keer per jaar vrijwilligerswerk.
Zorgpersoneel en vrijwilligers begeleiden de jaarlijkse Rollatorloop in het Amsterdamse Olympisch Stadion. Ongeveer de helft van de Nederlanders doet minimaal één keer per jaar vrijwilligerswerk. Foto Hollands Hoogte

Heeft u er al aan gedacht, om de vrijwilligers uit te nodigen voor de nieuwjaarsborrel? Hebben ze een kerstpakket of een flesje wijn thuis gekregen? Vergeten? Oeps. In een land dat, na ingrijpende bezuinigingen in het sociaal domein, een steeds groter beroep doet op vrijwilligers is een beetje extra waardering wel op zijn plaats.

Het kabinet geeft het goede voorbeeld. Zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven wordt de belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers per 1 januari met 200 euro per jaar verhoogd tot 1.700 euro.

Een mooi gebaar, maar zeker niet de enige manier om waardering te geven aan de miljoenen Nederlanders die zich inzetten voor de samenleving. Willem-Jan de Gast (51) van kennisinstituut Movisie is gespecialiseerd in het managen van vrijwilligers. Hij geeft er cursussen in en schreef er een boek over.

Het Basisboek Vrijwilligersmanagement, waarvan dit jaar de vierde editie verscheen, is een handleiding voor professionals die met vrijwilligers werken. Geen overbodige luxe, want al die vrijwilligers zijn relatief hoogopgeleid en – aldus De Gast – „vaak nogal mondig”.

Waarom zou je vrijwilligerswerk überhaupt betalen?

„Op een aantal plekken waar vrijwilligerswerk wordt gedaan, is het werk dusdanig inhoudelijk dat daar meer tegenover mag staan dan alleen een schouderklopje. Het is voor sommige typen organisaties een manier om het belang van dit werk te laten zien. Vooral bij sportclubs, waar een betaalde trainer te duur is, zie je dat vrijwilligers worden betaald. Bij welzijnsachtige clubs, zoals buurtwerk, gebeurt het natuurlijk niet, want dan is de vereniging meteen failliet.”

„Voor het kabinet is het een manier om uiting te geven aan de waarde die ze toekennen aan de vrijwillige inzet. Op het moment dat wij met elkaar een participatiesamenleving bouwen, vragen we meer aan burgers zelf. Al die vrijwilligers zorgen ervoor dat de samenleving overeind blijft.”

Je hoort vaak klagen dat er een tekort is aan vrijwilligers. Klopt dat eigenlijk?

„Lang niet alle organisaties hebben een probleem. Wie geen vrijwilligers kan vinden, adviseer ik goed naar zichzelf te kijken. Hoe komt het dat mensen niet in de rij staan om bij je aan de slag te mogen? De beginfase is nooit moeilijk. Dan wil je de wereld veranderen, iedereen gaat ervoor. Als je succesvol bent, ontstaat er een organisatiestructuur. Dan wordt het interne gedoe belangrijker en gaat het over macht, aanzien en posities. Daarmee wordt de organisatie vanzelf minder aantrekkelijk voor nieuwkomers.

„Het is niet zo dat jongeren over het algemeen geen vrijwilligerswerk zouden willen doen. Ze doen het alleen op een andere manier. Jongeren vinden het bijvoorbeeld geweldig om zich voor korte tijd te binden aan festivals. Al die tientallen festivals in de stad hebben geen enkele moeite vrijwilligers te vinden. Ze bieden een fantastische ervaring, want je krijgt in korte tijd samen iets voor elkaar. Jongeren kijken sterk naar wat het hun oplevert: ze ontmoeten acteurs, regisseurs, zijn onderdeel van een groot landelijk evenement.”

Welk type organisatie heeft het moeilijker om vrijwilligers te vinden?

„In de langdurige zorg is het vaak lastiger om mensen te vinden. Dat zijn geen events. Je kunt niet elke week drie verschillende mensen op een demente bejaarde afsturen. Daar heb je vertrouwde gezichten nodig. Dergelijke organisaties moeten zich afvragen hoe ze hun missie zo interessant kunnen maken dat mensen bereid zijn iets op te geven van hun vrijheid. Hospices hebben dat probleem bijvoorbeeld totaal niet. Daar maak je een verschil voor mensen in hun laatste levensfase.”

Sommige goede doelen bieden vrijwilligerswerk ook als bedrijfsuitje aan. Een oplossing?

„Eigenlijk niet. Bedrijven hebben vaak allerlei eisen – de activiteit mag alleen dinsdagmiddag plaatsvinden, er moet ook nog tijd zijn om samen een potje te gaan darten en liever ook niet te zware gevallen. In de voorbereiding van zulke uitjes gaat soms meer werk zitten dan dat het oplevert. Je kunt niet alles verleuken.”

En als je een vrijwilliger binnen hebt, moet je hem dus ook nog managen. Hoe werkt dat?

„Voor 80 tot 90 procent hetzelfde als bij iemand die in vaste dienst is. Het verschil zit hem vooral in de beloning, want voor een vrijwilliger is dat nooit een drijfveer. Die stuur je alleen op zijn motivatie aan.

„Naarmate er meer vrijwilligers met meer soorten achtergronden komen, wordt dat managen op zich al een complexe zaak. De verantwoordelijkheid voor het coördineren komt vaak te liggen bij teamleiders die helemaal niet opgeleid zijn om met vrijwilligers te werken. Neem het natuurbeheer. Als jij als boswachter hebt gekozen om de natuur in te gaan, wil je de natuur in. In plaats daarvan stuur je nu vijftien groepen vrijwilligers aan en zit je dingen in te vullen op de computer. Sommigen hebben het gevoel dat de vrijwilligers de leuke klusjes mogen doen.”

Hoe houd je vrijwilligers tevreden?

„Geef ze de waardering die hen toekomt. Die is bijna nooit in geld, want voor vrijwilligers is de motivatie intrinsiek en niet extrinsiek. Het kan ook door vrijwilligers uit te nodigen voor de kerstborrel of in de vorm van een cursus.”

Het klinkt bijna als gewoon personeelsbeleid. Voer je ook functioneringsgesprekken met vrijwilligers?

„Uiteraard. Voortgangsgesprekken zijn een vorm van erkenning. Dat geldt net zo hard voor vrijwilligers als voor beroepskrachten.”

    • Arjan Paans