CPB: groei Nederlandse economie over het hoogtepunt heen

Internationale ontwikkelingen, onbenutte overheidsbudgetten en afgenomen consumentvertrouwen liggen ten grondslag aan de groeiafname.

Kerstmarkt op het Vrijthof in Maastricht.
Kerstmarkt op het Vrijthof in Maastricht. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de groei van de Nederlandse economie in 2019 terug zal zakken naar 2,2 procent. Het afgelopen jaar groeide de Nederlandse economie nog 2,6 procent. Dat schrijft de overheidsinstantie woensdag in zijn jaarlijkse prognose. Dit betekent dat de groei voor het tweede jaar op rij langzaam zal afnemen. Desondanks noemt het CPB de groei “nog steeds behoorlijk”.

Het CPB geeft een aantal verklaringen voor de groeiafname. Zo werkt internationale onrust door op de Nederlandse economie, zoals de onzekerheid over Brexit, het handelsconflict tussen China en de Verenigde Staten, de Italiaanse begroting en de gelehesjesprotesten in Frankrijk. Door al deze “handelsfricties” wordt verwacht dat de bedrijfsinvesteringen afnemen, zegt Wim Suyker van het CPB tegen NRC.

Daarbij kan de groei in Nederland lager uitvallen als geplande overheidsuitgaven niet doorgaan. Afgelopen jaar bleef 1,4 procent (3,7 miljard euro) van de aangekondigde overheidsuitgaven op de plank liggen. Voorgaande jaren gebeurde dit nog met 0,6 procent van de rijksbegroting. Desondanks plant de overheid wel om meer uit te gaan geven dan vorig jaar.

Tot slot verwacht CPB dat het consumentvertrouwen wat minder zal groeien dan afgelopen jaar. Onder andere prijsstijgingen op de woningmarkt hebben een dempende werking op de economie.

Volgens de prognose zullen consumentenuitgaven en bedrijfsinvesteringen dus minder hard stijgen dan voorgaand jaar. “De enige bestedingen die harder groeien zijn de overheidsbestedingen”, voegt Suyker van het CPB toe.

Inflatie, werkeloosheid en Europa

In de decemberraming voorspelt het CPB ook dat de werkloosheid op het laagste niveau sinds 2001 komt te liggen en daalt naar 3,6 procent. Tegelijk stuwen de indirecte belastingen de inflatie omhoog: van 1,6 procent in het afgelopen jaar naar 2,4 in 2019. Desondanks wordt verwacht dat de koopkracht met 1,6 procent zal stijgen.

De 2,2 procent groei in Nederland is 0,5 procentpunt meer dan het Europees gemiddelde. Daarentegen wordt verwacht dat de inflatie in het eurogebied zal afnemen, van 1,8 procent dit jaar naar 1,4 procent in het komende jaar. Als voornaamste reden hiervoor wordt de sterk dalende olieprijs gegeven.