Hier zit misschien een hennepkwekerij, maar buren zeggen niks

Drugscriminaliteit Buurtbewoners weten veel over hennepplantages of drugslabs in hun wijk. Maar die informatie bereikt niet de gemeente of de politie.

De straat in het Brabantse dorp Sprundel waar het drugspand werd opgerold.
De straat in het Brabantse dorp Sprundel waar het drugspand werd opgerold. Foto Merlin Daleman

Eind november vallen agenten binnen bij verschillende woningen in Zeeland en West-Brabant. In totaal vinden ze ruim 1.500 hennepplanten, verstopt in een garage, op een zolder en in één woning in vier verschillende ruimten. Tijdens de speciale hennepruimdag van de politie Zeeland-West-Brabant worden in totaal vier wietplantages ontmanteld. Volgens de politie is voor 155.000 euro aan planten in beslag genomen.

Een van de woningen staat in de Koekoekstraat in Sprundel, een dorpje met zo’n 5.000 inwoners in de Brabantse gemeente Rucphen. Het is een straat met vrijstaande huizen, allemaal met een andere kleur of vorm. Aan het einde van de straat, in een garage achter een huis, vindt de politie 208 planten. De elektriciteit is illegaal afgetapt. Een deel van de geoogste planten ligt te drogen. Volgens de politie zijn er aanwijzingen dat er in de kweekruimtes al eerdere oogsten hebben plaatsgevonden.

Lees ook: Bovenlaag van drugscriminaliteit Brabant is onzichtbaar

De Koekoekstraat is lang, maar vrijwel iedereen is op de hoogte van de ontruiming van ruim twee weken geleden. Sterker nog, een groot deel van de buurt had al een tijd een vermoeden dat er iets niet in de haak was bij het pand achter in de straat. De bewakingscamera’s aan de gevel. Het hek dat altijd op slot zat. De dure glazen serre achter het huis. De splinternieuwe bolides met jonge knapen erin die om de haverklap parkeerden. De bewoner die nooit leek te werken, altijd thuis was. De meeste buurtbewoners hadden een sterk vermoeden dat de bewoners „in de plantjes” zaten. Maar niemand belde de politie.

Bang voor vergelding

Buurtbewoners die kennis hebben van een hennepplantage of drugslab in hun wijk, melden dat lang niet altijd bij de gemeente of politie, blijkt uit een pilotonderzoek van Bureau Broekhuizen en het Verwey-Jonker Instituut, dat deze week wordt gepubliceerd. Het onderzoek is gedaan onder 693 bewoners van drie wijken in Middelburg, Eindhoven en Tilburg.

Uit het onderzoek blijkt dat de buurtbewoners vaak weet hebben van criminele activiteiten in hun wijk: een op de vijf weet waar een wietplantage zit en ongeveer 10 procent heeft kennis van de locatie van een drugslab. Toch meldt slechts ongeveer eenderde dit bij de politie of de gemeente. Soms omdat bewoners geen vertrouwen hebben in de politie of de gemeente, of omdat ze bang zijn voor vergelding. Of de bewoners weten niet zeker genoeg dat er sprake is van criminele activiteiten en zijn bang om iemand te beschuldigen. Wat ook een rol kan spelen, is dat bewoners wietplantages of drugslabs niet erg vinden.

Onderzoekster Jolijn Broekhuizen vindt het opvallend dat mensen veel zien in hun wijk. „Buurtbewoners weten vaak zelfs waar ze op moeten letten. Ze zien horeca waar nooit een klant komt, maar die wel blijft bestaan, en die dus wellicht gebruikt wordt om geld wit te wassen. Ze zien verkoop van harddrugs, of ze zien hennepteelt. Er is echt veel potentieel om criminele zaken te melden in die wijken.”

Dat bewoners dat toch niet aan de overheid doorgeven komt volgens de Bredase burgemeester Paul Depla doordat burgers zich geen onderdeel voelen van de strijd tegen de drugscriminaliteit. Daarom moet de gemeente duidelijker aan buurtbewoners uitleggen wat de gevolgen zijn van hennepplantages en drugslabs. „Hennepplantages kunnen branden veroorzaken en drugslabs kunnen ontploffen. En de schietpartijen rond henneppanden kunnen ook hen raken. We moeten mensen meer duidelijk maken dat ze een persoonlijk belang hebben om zulke zaken te melden.”

De straat in Sprundel waar het drugspand werd opgerold.

Foto Merlin Daleman

In de Koekoekstraat in Sprundel noemen bewoners verschillende redenen waarom ze de telefoon niet hebben gepakt. Ze willen geen verrader zijn, bijvoorbeeld. Of iemand niet beschuldigen als ze het niet zeker weten. „Ik wil niet het risico lopen dat ik er straks op word aangekeken dat ik [iets] heb gemeld”, zegt buurtbewoner Ron Kerkhof. Voor bewoonster Margriet van den Broek voelt het hebben van een hennepplantage niet als zware criminaliteit. „Wiet heeft ook wel iets onschuldigs. Je mag het in de coffeeshop kopen, maar telen mag niet. Dat voelt een beetje dubbel.”

‘Los het zelf maar op’

Sinds 2010 is in Brabant en Zeeland een Taskforce actief, een samenwerkingsverband van overheidsdiensten in de strijd tegen georganiseerde misdaad. De meldingsbereidheid in de Brabantse wijken omhoog krijgen is al jaren een belangrijk doel. „We krijgen gewoon nog veel te weinig te horen”, zegt Taskforce-directeur Caspar Hermans. „Dat komt onder meer doordat mensen denken dat ze 100 procent zeker moeten zijn als ze iets doorgeven. Maar dat is niet zo.”

Ook benadrukt Hermans dat de overheid eerst zelf serieus genomen moet worden in de wijken. „Mensen moeten zien dat wij de drugscriminaliteit niet op zijn beloop laten. Ze moeten begrijpen dat het melden van een hennepplantage zin heeft. Alleen dan kan de meldingsbereidheid stijgen.”

Twee weken na de ontruiming van de hennepplantage in Sprundel is op het eerste oog niks meer te zien aan het pand. De kozijnen zijn strak geverfd, de voortuin met grindpad ligt er netjes bij. De meeste buurtbewoners zijn er niet rouwig om dat de politie heeft ingegrepen. Tegen de lamp lopen is het risico van het hebben van een wietplantage. Maar dat betekent niet meteen dat de overheidsdiensten voortaan op de bewoners kunnen rekenen. De gemeente kan zelf ook zien dat het er wemelt van de veel te dure auto’s, zo vinden de meeste mensen.

Bewoner Ron Kerkhof zegt in de toekomst niet te gaan bellen naar de politie of de gemeente. Hij heeft weleens gebeld omdat auto’s veel te hard door de Koekoekstraat reden. „Daar hadden we toen echt last van, maar daar is niks mee gedaan. En ze verwachten wel dat de buurt gaat bellen als er vermoedens zijn van hennepteelt. Maar ik vind: als je aan de ene kant niet luistert, waarom zouden wij dan nog moeten bellen? Laat ze het lekker zelf oplossen, denk ik dan.”

Lees ook: ‘Narcostaat’ Nederland groeit bijna ongehinderd

Correctie 21 december: In een eerdere versie van dit artikel stond in een fotobijschrift dat het drugspand uit de Koekoekstraat gefotografeerd was. Dat is onjuist. De woningen op de foto’s zijn willekeurige huizen in de straat.