Recensie

Voor de nieuwe kijkbuiskinderen

Animatie De Fabeltjeskrant blijft in deze digitaal gereanimeerde versie aaibaar. Maar deze aftrap voor een nieuwe tv-serie is geen echte film.

Meneer De Uil vertelt nog altijd fabeltjes in ‘De Fabeltjeskrant & De Grote Dierenbos-spelen’.
Meneer De Uil vertelt nog altijd fabeltjes in ‘De Fabeltjeskrant & De Grote Dierenbos-spelen’.

Meneer De Uil zit nog steeds op zijn tak om de kijkbuiskinderen te vertellen wat er vandaag te lezen staat in de krant onder zijn vleugels. De Fabeltjeskrant dus. Maar onder hem, in het Grote Dierenbos, is het één en al beweging. Het gaat er, letterlijk en figuurlijk, geanimeerd aan toe – veel meer dan toen De Fabeltjeskrant nog een ietwat statisch ogende poppenserie was, die vooral werd voortgedreven door tekst.

Dit najaar vierde De Fabeltjeskrant zijn vijftigjarig bestaan. De reeks begon op 29 september 1968 en duurde, met enkele tussenpozen, tot 1990. In totaal werden 1.612 afleveringen uitgezonden, elk met een lengte van luttele minuten. En nu is er een speelfilm van een uur en een kwartier, ter voorbereiding op een geheel nieuwe tv-serie die men volgend jaar hoopt uit te zenden.

In hun oorspronkelijke gedaante waren Meneer De Uil, juffrouw Ooievaar, Bor de Wolf, de gebroeders Bever en al die andere bewoners van het Grote Dierenbos poppen van vilt. Poppenspelers onder een tafel met sleuvel brachten ze tot leven. De overstap naar de computergestuurde figuurtjes in deze nieuwe versie hield een reëel risico in. Het resultaat had plastic kunnen lijken. Dat gevaar is door de Belgische animatiestudio Grid – tevens coproducent – bekwaam afgewend. Naar eigen zeggen hebben de makers bovenal getracht de „aaibaarheid” van het vroegere vilt te evenaren. Dat is gelukt.

De techniek heeft het ook mogelijk gemaakt iedereen de beentjes te geven die in de handpoppenserie ontbraken. Spillebeentjes zijn het, net als Fokke & Sukke. Maar dan zonder geslachtskenmerken.

De Fabeltjeskrant & De Grote Dierenbos-spelen is energieker en sneller dan het origineel. De decors ogen fleurig en fris, de dialogen hebben iets meer vaart dan voorheen. Terwijl de stemacteurs bewonderenswaardig dicht bij de vroegere stemmen zijn gebleven. Dat geldt vooral voor Huub Dikstaal, die de Meneer De Uil-stem van wijlen Frans van Dusschoten fabelachtig goed weet te imiteren. En het geldt vanzelfsprekend ook voor Elsje Scherjon als juffrouw Ooievaar, de enige van het voormalige stemmenteam die nog in leven is. Met haar fraai geaffecteerde dictie keert ze nu terug in haar oude rol.

In één opzicht hebben de regisseurs Freek Quartier en Jens Møller het zichzelf echter veel te gemakkelijk gemaakt. Na zo’n 25 minuten, waarin een gezamenlijke picknick min of meer fungeert als rondleiding door het animatiebos en (hernieuwde) kennismaking met de bewoners, verkondigt Meneer De Uil dat hij verlangend uitkijkt naar het volgende avontuur. Vervolgens gaat het beeld op zwart. Tot er na een paar seconden een nieuw verhaaltje begint, waarin het hele bos opeens – en veel te abrupt – wit van de sneeuw is geworden. En weer 25 minuten later doet zo’n euvel zich opnieuw voor.

Dit is dus geen film, dit zijn drie losse filmpjes die lukraak aan elkaar werden geplakt. De kijkbuiskinderen verdienen beter.

    • Henk van Gelder