Bankplannen Hoekstra hebben weinig tanden

Financiële sector Minister Hoekstra pleit voor strengere beloningregels voor bankiers. Zijn stevige woorden zijn echter vooral goede bedoelingen.

Minister Wopke Hoekstra schetst in een Kamerbrief de „noodzakelijke randvoorwaarden” voor de financiële sector.
Minister Wopke Hoekstra schetst in een Kamerbrief de „noodzakelijke randvoorwaarden” voor de financiële sector. Foto Bart Maat/ANP

Hogere buffers, scherper toezicht, aanscherpen beloningsregels. Met dit soort stevig klinkende maatregelen stuurde minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) dinsdag zijn plannen naar de Tweede Kamer waarmee hij de risico’s in de financiële sector wil helpen beperken. „Noodzakelijke randvoorwaarden” noemt Hoekstra ze – hij somde er ruim veertig op.

In werkelijkheid bevat de ‘Agenda financiële sector’ van Hoekstra niet veel meer dan goede voornemens in een poging de Nederlandse bankwereld te bewegen zich beter, veiliger en fatsoenlijker te gedragen.

Een actueel thema natuurlijk, aan het eind van een jaar waarin ING allereerst met een beloningsrel rond topman Ralph Hamers de krant haalde en vervolgens met een immense witwasaffaire. Na beide incidenten gebruikte Hoekstra dezelfde soort taal. De kwesties waren ernstig genoeg voor gesprekken met de top van ING. Kort voor de zomer startte de minister ook een „consultatie” bij toezichthouders, experts en andere betrokkenen. Zijn Kamerbrief van dinsdag is daarvan de weerslag.

Veel plannen die erin staan heeft Hoekstra al vaker aangekondigd en zijn bovendien vrijblijvend, of moeten in elk geval door de financiële sector zélf worden ingevoerd. De rol van de politiek is daarmee grotendeels beperkt tot het voornemen van Hoekstra om, zoals hij schrijft, „in gesprek te gaan” en zich daarbij „in te zetten op stabiliteit, integriteit en innovatie”.

Niet alle politici hebben fiducie dat zo’n opstelling het bankwezen daadwerkelijk tot ander gedrag zal bewegen. PvdA-Kamerlid Henk Nijboer vindt gesprekken voeren weinig effectief in een sector „waar luisteren nou niet bepaald de sterkste kant is”. 

Echt ingrijpen niet mogelijk

In het plan van aanpak kondigde de minister twee concrete wettelijke maatregelen aan over beloningen. Hij wil bankiers gaan dwingen om aandelen die als onderdeel van hun vaste beloning worden uitgekeerd vijf jaar vast te houden. Daarnaast zullen commissarissen beter verantwoording moeten afleggen over het beloningsbeleid. Het zijn twee afgeleide, zwakkere maatregelen waarmee het kabinet een grote politieke ergernis over bankiers wil aanpakken. Hoekstra broedde in het voorjaar op meer maar moest erkennen dat echt ingrijpen in ongewenste salarisverhogingen niet mogelijk is.

Het thema hoe banken hun leven kunnen beteren kwam vorige week uitvoerig aan bod tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer over de financiële sector, met bankiers en deskundigen – hoofdgast: Ralph Hamers. Voormalig SP-Kamerlid Jan de Wit was er ook, de man die de parlementaire enquête over de financiële crisis heeft geleid. Hij stelde vast dat veel van zijn aanbevelingen van destijds nauwelijks waren opgevolgd. Allereerst: het verder verhogen van buffers. Dat is, nog boven de geregelde ophef over beloningen, uiteindelijk de belangrijkste zorg van de politiek: zijn de balansen van Nederlandse banken wel stevig genoeg om een volgende crisis te voorkomen of te doorstaan? In de afgelopen jaren zijn de buffers – kort gezegd: de financiële zekerheden, afgezet tegenover uitgezette leningen – al opgehoogd, van ooit 2 procent naar 4 procent. Zonder concreet te worden schrijft minister Hoekstra schrijft daarover in zijn plan dat hij „blijft pleiten voor hoge buffers bij banken”.

Ook dat is de oppositie te gemakkelijk. Nijboer: „Het kabinet loopt om het grootste probleem van de financiële sector heen. Om banken echt gezond te maken moeten buffers naar minstens 10 procent, anders blijft de financiële sector risico’s nemen voor de economie en samenleving.”

Dat percentage van 10 klinkt al langer bij partijen die banken nog altijd niet veilig genoeg vinden. Voor Kamerlid Bart Snels van GroenLinks zou zo’n veiligheidsdrempel nóg een probleem oplossen. Het zou wat hij noemt de „haat-liefdeverhouding” tussen politiek en banken wel eens kunnen doen verbeteren. Zijn suggestie: als de banken nou eens een „fors hogere buffer” accepteren, zullen politici ophouden met steeds maar weer nieuwe regeltjes bedenken. „Het blijkt ingewikkeld voor banken om zich aan die regels te houden. Dat leidt tot incidenten en tot frustratie.” Misschien heeft minister Hoekstra aan die oproep al gehoor willen geven.