Opinie

Onwetendheid

Ellen Deckwitz

Toen ik nog student was mocht ik van mezelf, zodra ik mijn propedeuse had gehaald, er een studie naast gaan doen (dat kon in die goede ouwe tijd nog kosteloos) en zo begon ik na mijn eerste jaar Nederlands ook aan mediëvistiek. Aan die opleiding hield ik uiteraard geen baan over, maar wel een vrolijke club oud-studiegenoten die jaarlijks bijeenkomt om een avond lang alleen maar over de Middeleeuwen te kletsen. En zo puilde afgelopen zaterdag mijn woonkamer uit van de geschiedkundigen.

We bespraken de laatste Van Oostrom, gaven af op al die inaccurate historische series (die we uiteraard allemaal kijken), wisselden tips uit voor tentoonstellingen maar bovenal was het een feitjesregen. De ene na de andere wetenswaardigheid kwam voorbij. Natuurlijk, wanneer je je onder medekenners bevindt, vertel je elkaar zelden iets nieuws. Een goed deel van de lol is dat je elkaars zinnen kan afmaken. Toch had iemand een nieuwtje.

„Ik las laatst”, begon D., „dat men onlangs heeft ontdekt dat er op diverse Schotse eilanden kruiden werden verbouwd die in de Middeleeuwen werden gebruikt als eetlustremmer.”

„Ze deden toen al aan de lijn!”, grapte J., waarop het gehele gezelschap in lachen uitbarstte. Natuurlijk was destijds bijna niemand, misschien uitgezonderd Karel de Dikke, bezig met zijn figuur. Men vreesde afvallen meer dan aankomen. Er mislukte immers regelmatig een oogst en de wintervoorraden werden aanhoudend bedreigd door ongedierte en schimmels. Regelmatig verhongerden er hele volksstammen.

Het gesprek ging vervolgens over hoe het contact met de Mongolen de 15de-eeuwse West-Europese hoofddekselmode beïnvloedde. Pas toen iedereen de deur uit was en ik opruimde, moest ik weer denken aan dat eetlustremmende kruid. Het was eigenlijk vreselijk dat men destijds zozeer rekening hield met een misoogst dat ze ook maar gewassen verbouwden die honger konden onderdrukken. Eigenlijk was onze jolige reactie op dit weetje harteloos geweest: niemand stond stil bij het drama erachter. Omdat geen van ons wist wat echte honger was. Het wakker liggen met een rammelende maag, de warrigheid en lethargie die ondervoeding met zich meebrengen.

Heel even deden al die Middeleeuwenavondjes ontzettend decadent aan. Het ging ons puur om het wentelen in een gedeelde belezenheid. De mensen achter de feiten en jaartallen konden ons niet zoveel schelen.

Stil deed ik de glazen in de vaatwasser. Ik keek naar mijn handen, dacht aan de voorouders die misschien dezelfde knokige vingers hadden, de dunne huid. Aan al die genenleveranciers die we vanavond hadden gereduceerd tot een verzameling weetjes. Dat we onszelf maar op de borst bleven kloppen voor al die kennis, en niet stil stonden bij de gezegende onwetendheid over dingen die de mensen die hier eerder waren, dagelijks moesten doorstaan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.