Meer geld voor Indisch en Moluks erfgoed

Staatssecretaris Blokhuis trekt twee jaar lang een half miljoen euro extra uit. In 2019 en 2020 wordt herdacht dat Nederland 75 jaar geleden is bevrijd.

De Johan van Oldenbarnevelt in het Noordzeekanaal brengt repatrianten naar Nederland. Tussen 1945 en 1963 liep het aantal immiganten uit Indonesië op tot ruim 300.000, onder wie 255.000 Indische Nederlanders.
De Johan van Oldenbarnevelt in het Noordzeekanaal brengt repatrianten naar Nederland. Tussen 1945 en 1963 liep het aantal immiganten uit Indonesië op tot ruim 300.000, onder wie 255.000 Indische Nederlanders. Foto De Wit/ANP

De subsidie voor het stimuleren van projecten op het terrein van het cultureel erfgoed van de Indische en Molukse gemeenschap wordt voor de komende twee jaren verdubbeld, van een half miljoen naar 1 miljoen euro. Daarmee wil staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ChristenUnie) een extra bijdrage leveren aan de herdenkingen in 2019 en 2020, als wordt herdacht dat Nederland 75 jaar geleden is bevrijd. Dit bevestigt een woordvoerder van het ministerie van VWS.

Blokhuis kondigde tijdens een debat in de Tweede Kamer begin november al aan dat hij de subsidie voor het ‘flexibel’ deel van de zogeheten Collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland zou „opplussen”. Het afgelopen jaar kregen elf van de zeventig projecten waarvoor een aanvraag was ingediend subsidie. Voor ieder project is maximaal 25.000 euro per jaar beschikbaar. Dit jaar ging het bijvoorbeeld om de stichting Meer dan babi pangang, die een onlinecommunity willen bouwen voor de Chinees-Indische gemeenschap. Ook waren er bijdragen voor het filmproject Finding ENOK, sporen van de njai over de betekenis van kleur en afkomst toen en nu, en om het ontwikkelen van een muzikale theatervoorstelling getiteld SENANG op basis van verhalen van Indische Nederlanders over de bersiap-periode.

De Collectieve erkenning vloeit voort uit de zogeheten Backpay-regeling. Dit was de eenmalige uitkering van 25.000 euro die het kabinet Rutte-II in 2015 in het leven riep, bedoeld voor oud-Indische ambtenaren en ex-KNIL-militairen ter compensatie van gederfd inkomen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Gebleken is dat van de 1.020 rechthebbenden die aanvankelijk werden ingeschat, er 597 daadwerkelijk ‘backpay’ hebben ontvangen. Een motie van Tweede Kamerlid Fleur Agema (PVV) om ook de resterende groep alsnog uit te keren, werd dinsdag door de Tweede Kamer verworpen.