Kiev heeft nu wel een leger dat Rusland pijn kan doen

Oekraïne

In 2014 kon Rusland het Oekraïense schiereiland de Krim innemen zonder op verzet te stuiten. Het leger van Oekraïne verkeerde in een deplorabele staat. Dat is ondertussen wel anders.

Oekraïense luchtmobiele troepen gaan aan boord van een IL-76 transporttoestel.
Oekraïense luchtmobiele troepen gaan aan boord van een IL-76 transporttoestel. Foto Sergei Supinsky/AFP

Vriend en vijand zijn het erover eens: in een groot conflict met Rusland maakt het Oekraïense leger geen schijn van kans. Maar mocht Rusland besluiten zijn buurland aan te vallen, dan zal Moskou daarvoor een hoge prijs betalen, zo zegt de Oekraïense analist Mykola Beleskov: „De tijd dat Rusland zomaar een deel van Oekraïne kon bezetten is voorbij.”

De afgelopen jaren is het Oekraïense leger uit de as herrezen. Met 204.000 mannen en vrouwen onder de wapenen zijn de strijdkrachten de op een na grootste van Europa: veel kleiner dan die van Rusland, maar groter dan die van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Drie weken geleden zette de Oekraïense president Petro Porosjenko zijn leger op scherp. Op 25 november werden in de straat van Kertsj drie Oekraïense marineschepen beschoten en geënterd door de Russische kustwacht. Nog de volgende dag bracht Kiev de Oekraïense strijdkrachten in de hoogste staat van paraatheid. In regio’s in het oosten en het zuiden van het land geldt sindsdien de noodtoestand.

Russische staatsmedia zetten de mobilisatie weg als een politieke manoeuvre van Porosjenko. Op 31 maart zijn er presidentsverkiezingen in Oekraïne en in de peilingen staat de president er rampzalig voor. Die analyse kan heel best kloppen. Maar de mobilisatie was ook een signaal aan Moskou, zo zeggen Oekraïense veiligheidsexperts: met Kiev valt niet langer te spotten. „Het was goed om te laten zien dat we klaar zijn voor een grootschalig gewapend conflict”, zegt analist Beleskov.

Hoe anders was dat in 2014. De Russische annexatie van de Krim kwam in Kiev als een volledige verrassing: Russische elite-eenheden konden het Oekraïense schiereiland zonder enige vorm van verzet bezetten. Toen gemaskerde, gewapende mannen daarna de macht overnamen in de stad Slovjansk in Oost-Oekraïne duurde het weken voordat Kiev een antwoord klaar had. In de eerste maanden van 2014 was van de hele Oekraïense krijgsmacht – 157.000 man – slechts één brigade inzetbaar, zegt Beleskov. „De Oekraïense strijdkrachten bestonden eigenlijk alleen op papier.”

Geen middelen

De deplorabele staat van de Oekraïense defensie was het gevolg van ernstige verwaarlozing. Bij de onafhankelijkheid in 1991 erfde Oekraïne een groot deel van het enorme Sovjetleger, waaronder een flink nucleair arsenaal. Oekraïne was zelfs de derde kernmacht ter wereld, na Rusland en de VS. Maar de overgang naar een markteconomie ging ook in Oekraïne gepaard met een langdurige recessie en Kiev beschikte niet in de verste verte over de middelen om een groot leger in stand te houden. Met het tekenen van het Boedapest-memorandum in 1994 deed Kiev afstand van de status van kernmacht. In de jaren die volgden werden de conventionele strijdkrachten weliswaar stap voor stap ingekrompen, maar was het budget volstrekt onvoldoende.

Bij de annexatie van de Krim viel een groot deel van de Oekraïense vloot in handen van de Russen, maar de schepen verkeerden in zo’n slechte staat dat Moskou ze aan de ketting liet liggen.

Alleen al in 2014 nam Oekraïne 4.146 tanks en pantserwagens in gebruik

Terwijl in het voorjaar van 2014 een groot deel van Oost-Oekraïne werd geregeerd door opstandelingen, moest de Oekraïense legerleiding improviseren, met beperkte middelen. Ondanks de oorlogstoestand steeg het Oekraïense defensiebudget maar heel geleidelijk: van 1,9 miljard dollar in 2013 tot 3,2 miljard dollar in 2018. Maar Kiev kon terugvallen op de Sovjet-erfenis: materiaal dat al decennia stond weg roesten op mobilisatiecomplexen.

Alleen al in 2014 werden er 4.146 tanks en pantserwagens in gebruik genomen, in 2015 waren dat er 3.227. „Een nieuwe Oplot-tank kost 5 miljoen dollar”, zegt de Oekraïense defensiejournalist Denis Popovitsj. „Van dat geld kon je ook tien oude T-64’s repareren. Een eenvoudige keuze.”

De instroom van materieel ging gepaard met uitbreiding en professionalisering van het militaire personeel. In 2014 waren het vrijwilligersbataljons als ‘Azov’ die voorgingen in de strijd in de Donbas, maar tegenwoordig dienen er alleen professionele contractsoldaten aan het front in het oosten – dienstplichtigen zijn daarvan vrijgesteld. Voor 2019 is er geld vrijgemaakt om het salaris en de levensomstandigheden van de contractanten te verbeteren, vertelt Beleskov.

De grote tekortkomingen in de krijgsmacht liggen bij de vloot, en vooral bij de luchtmacht, die slechts beschikt over een handjevol gevechtsvliegtuigen dat zich kan meten met de Russische luchtmacht. Om dat te compenseren heeft Oekraïne een groot deel van de luchtafweer uit de mottenballen gehaald. De Boek-raketten en S-300 luchtafweerraketten vormen een reële dreiging.

Torenhoge verliezen

Een all out war tegen Oekraïne is al langer geen optie meer voor het Kremlin, zo zegt defensiejournalist Popovitsj. Afgezien van de internationale crisis en nieuwe sancties zou zo’n oorlog leiden tot torenhoge verliezen aan Russische kant – verliezen waarvoor geen draagvlak bestaat onder het Russische publiek.

De strategie van Kiev is er daarom ook op gericht om Rusland te weerhouden van ‘beperktere’ operaties, zoals bijvoorbeeld een ‘uitbraak’ uit de Krim naar de rebellenrepubliek Donetsk. In zo’n scenario, zo zegt Popovitsj, kan het Oekraïense leger zo veel weerstand bieden dat de voordelen voor Moskou niet zullen opwegen tegen de nadelen.

Op 28 december loopt de noodtoestand af en gaan de Oekraïense militairen terug naar de barakken. Ondertussen sluimert het conflict in de Donbas. En blijft de sfeer tussen Kiev en Moskou uiterst gespannen. Afgelopen dinsdag nog beschuldigde de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov Oekraïne van een ‘provocatie’ aan de grens met de Krim.

Mykola Beleskov maakt zich zorgen. „Militaire macht is het enige middel dat Rusland nog heeft om invloed uit te oefenen op Oekraïne. Een middel waar Rusland heel veel geld in heeft gestoken. We moeten voorbereid blijven op het zwartste scenario.”

De Russische militaire overmacht is nog altijd groot. NRC Studio

    • Steven Derix