Iedereen verdient een nanny als Mary Poppins

De onweerstaanbare film-nanny Ze trekt vastgedraaide gezinnen vlot, grijpt in het huiselijk gemodder in, disciplineert streng maar monter de kinderen. De film-nanny is een troost voor ouder én kind.

Julie Andrews als de nanny aller nanny’s: Mary Poppins.
Julie Andrews als de nanny aller nanny’s: Mary Poppins.

Het begint altijd met een gezin. Een disfunctioneel gezin, waar de boel spaak loopt door een ingreep van het noodlot of de eisen van de harde buitenwereld.

Een keurige binnenhuisarchitecte zet haar chaotische man het huis uit en weet vervolgens niet hoe ze haar baan met de opvoeding van hun drie kinderen moet combineren. Een begrafenisondernemer in Victoriaans Engeland ziet zijn zeven kinderen ontsporen na het verlies van zijn vrouw, net als gepensioneerd marine-officier Georg von Trapp in Oostenrijk anno 1938: rouwende mannen en kinderdrukte, dat gaat niet samen. Manhattan, begin 21ste eeuw: mevrouw X winkelt, meneer X werkt, en geen van beiden zijn ze in staat tot een intieme band met hun zoontje Grayer. En dan de familie Banks in Londen, 1910: vader wil hogerop bij de bank, moeder is fanatiek suffragette, kinderen Jane en Michael zijn onhandelbaar. Hulp is geboden, en snel. Of liever: een wonder.

Mrs. Doubtfire (1993), Nanny McPhee (2005), The Sound of Music (1965), The Nanny Diaries (2007), Mary Poppins (1964) en Mary Poppins Returns (2018): allemaal films met een huiselijk, herkenbaar uitgangspunt. Welk gezin draait niet af en toe de soep in?

De ‘naughty chair’

De redding komt telkens van een vrouw, een eigenwijze, eigenaardige vrouw met een van oorsprong weinig eervol beroep: de gouvernante, of nanny. Op televisie was er jarenlang ‘Supernanny’ Jo Frost, die simpele concepten als de ‘naughty chair’ – een stoeltje om over je boze buien en kattenkwaad na te denken – introduceerde in Britse en Amerikaanse gezinnen waar chaos de overhand had gekregen. In de bioscoop zou zoiets banaals niet volstaan: een beetje film-nanny combineert haar pedagogisch inzicht met magie. Ze observeert, grijpt in, woelt om, en als de zaken zich ten goede gekeerd hebben („als de deur opengaat”, heet het in Mary Poppins Returns) vertrekt ze weer. Niemand weet waar ze zelf thuis is, óf ze wel ergens thuis is.

De duivels lelijke Nanny McPhee kan spectaculair toveren, maar Mary Poppins is van alle film-nannies de meest mysterieuze. In Mary Poppins Returns is ze geen spatje verouderd, zoals de tweede generatie Banks verwonderd concludeert; Emily Blunt als Mary zwijgt hooghartig en bewondert nog maar eens haar eigen spiegelbeeld.

Mary Poppins (Emily Blunt) is in de nieuwe film ‘Mary Poppins Returns’ geen spatje verouderd.

Voor wie ze zich toch altijd zo mooi maakt, of ze inderdaad (zoals Emily Mortimer als de volwassen Jane suggereert) vanwege de crisis om een baantje verlegen zit, waarom ze soms zo melancholiek naar de hemel kijkt: het blijft raadselachtig. Lezers van de boeken van P.L. Travers weten dat Mary de teloorgang van de kindertijd betreurt; baby’s kunnen de zon, de wind en de vogels verstaan, kleuters horen het eigenwijze commentaar van de papegaaienkop van Mary’s paraplu, maar ze zullen het vergeten. Met het volwassen worden komt de verschraling. Mary weet dat, zij staat erbuiten.

Mrs. Doubtfire, een vlezige dame op leeftijd met een onduidelijk Schots accent, draagt een al even verdrietig geheim met zich mee: ze is de creatie van Daniel Hillard (Robin Williams), een werkloze stemacteur die zo een wanhopige poging doet om na zijn scheiding toch bij zijn kinderen te kunnen zijn. Als vader was hij een warhoofd, als Mrs. Doubtfire brengt hij (met de nodige slapstick) rust, reinheid en regelmaat in zijn eigen gezin.

Soms is juist ontspanning geboden. Studente Annie (Scarlett Johansson) uit The Nanny Diaries wordt door een vergissing ingehuurd bij echtpaar X; als onervaren softie voelt ze intuïtief aan dat de vierjarige Grayer behoefte heeft aan spelen, rommelen en eropuit gaan. Het wordt haar niet in dank aangenomen door de zwaar overspannen ‘mevrouw X’ (een prachtig ijzige rol van Laura Linney).

Kapitein Von Trapp (Christopher Plummer) uit The Sound of Music is aanvankelijk ook not amused over de pedagogische aanpak van Maria, na Mary Poppins de tweede legendarische nanny-rol van Julie Andrews: een vrolijk natuurmeisje met een gitaar dat vanuit het klooster op het gezin wordt afgestuurd. Maria hult de zeven Von Trappjes in speelkleren van oude gordijnen en hupst met ze over de markt en door de bergen. Ze mogen bij haar in bed kruipen als het onweert, ze mogen vies worden, ze leert hen zingen en dan, magie, smelten ze het hart van hun vader. Maria smelt ook; een innige kus van de kapitein luidt het einde van haar betrekking als nanny in. Ze wordt moeder.

Nanny-films zijn niet voor iedereen even verteerbaar. Christopher Plummer vond The Sound of Music zelf een draak; hij vrat zich van ellende vele kledingmaten dikker tijdens de opnames in Oostenrijk en verzon de bijnaam ‘The Sound of Mucus’ (slijm).

Lees hier de recensie van ‘Mary Poppins Returns’

Voor een deel van de fans van de boeken van P.L. Travers blijft de Disneyficatie van haar schepping een miskleun; voor de schrijver zelf was het toevoegen van animaties een horreur. The Nanny Diaries, ook een boekverfilming, pakte te bleekjes uit om memorabel te zijn; Mrs. Doubtfire leende opzichtig van Tootsie; beide delen van Nanny PcPhee haperden script-technisch nogal.

Maar toch. Deze films kun je zien en herzien. Het idee van een ingreep van buitenaf in je huiselijke gemodder, een strenge, montere stem die je ‘spit-spot!’ richting bad en bed jaagt en je troost als het donker wordt: onweerstaanbaar. Iedereen verdient een nanny.