Huurstijging in sociale sector beperkt

Huurdersvereniging de Woonbond en corporatiekoepel Aedes hebben afgesproken de huurprijzen niet harder te laten stijgen dan de inflatie.

Foto Robin Utrecht/ANP

De Woonbond, de vertegenwoordiging van huurders, en Aedes, de vereniging van woningcorporaties, zijn het dinsdag op bestuurlijk niveau eens geworden over een nieuw sociaal huurakkoord. Als de achterban van beide organisaties akkoord gaat, zullen de prijzen van sociale huurwoningen de komende drie jaar gemiddeld niet meer stijgen dan het inflatiepercentage. Het voorstel wordt deze week voorgelegd.

“Het akkoord beoogt een gematigde huurontwikkeling, waardoor huurders de komende jaren zekerheid hebben over de betaalbaarheid van hun woning”, stellen de twee organisaties in een persverklaring. De afgesproken huurstijgingen hebben betrekkingen op de huursom, de totale huuropbrengst van een corporatie. Die mag gemiddeld niet harder stijgen dan de inflatie, maar individuele huurprijzen kunnen wel hoger of lager uitvallen.

Bij huurders waar hun woonlasten een relatief groot deel van hun inkomen bedragen, worden de huren niet verhoogd. Voor huurders die boven de sociale huurgrens van 710,68 euro zitten en waarvan hun inkomen gedaald is, daalt de huur.

Als het Sociaal Huurakkoord gesteund wordt door de leden, zal de huurstijging lager zijn dan voorgaande jaren. In het vorige huurakkoord, gesloten in 2015, werd vastgelegd dat de huurprijzen 1 procent meer mochten stijgen dan de inflatie.

‘Lokaal variëren’

De Woonbond en Aedes hebben gekozen voor een “landelijk kader waarbinnen enige ruimte is om lokaal te variëren”. Zo kunnen corporaties, huurdersorganisaties en gemeenten afspreken om plaatselijk de huur extra te verhogen, tot een maximum van 1 procent. “Bijvoorbeeld als er geld nodig is om in de regio nieuwe huizen te bouwen, maar de corporatie onvoldoende investeringscapaciteit heeft,” staat in het persbericht.

Beide partijen erkennen dat het akkoord “niet makkelijk tot stand kwam, in een periode waar de aandacht uitgaat naar betaalbare huren, naar de druk op de woningmarkt en naar duurzaamheid.” In september klapten eerdere onderhandelingen over het sociaal huurakkoord nog. Aanvankelijk wilde de Woonbond de huurprijzen met minder dan de inflatie laten stijgen. Daardoor zou er volgens de corporaties echter te weinig geld overblijven voor investeringen. Nog een pijnpunt voor de huurders was de huurstijging na een bewonerswissel. De corporaties wilden na een verhuizing de huurstijging niet beperken.

Lees meer over het vastlopen van de eerdere onderhandelingen: Sterkere huurstijging voor 2 miljoen sociale woningen dreigt

Die eis heeft de Woonbond laten varen. In het akkoord staat dat woningcorporaties de huur na verhuizing opnieuw mogen vaststellen, “passend bij het huis en het inkomen van de nieuwe huurders”. De Woonbond spreekt van een compromis: “Uiteindelijk kijk je naar het gehele pakket. We hebben afgesproken om te kijken of die huurstijging bij bewonerswissel niet te hoog gaat worden.”

Volgens Marnix Norder, voorzitter van Aedes, nemen de huurders en verhuurders in het akkoord “hun verantwoordelijkheid” door de huurprijzen verder te matigen. “Maar er is natuurlijk ook geld nodig om huizen bij te bouwen en sneller te verduurzamen. We doen een beroep op het kabinet om die investeringen mogelijk te maken.”