Anna van der Breggen, genomineerd voor Sportvrouw van het Jaar, komt voor het gala niet terug van trainingsstage.

Foto Manuel Lorenzo

Anna van der Breggen: ‘Fietsen móést. En als ik iets moet wil ik eruit’

Interview Anna van der Breggen trouwde en werd eindelijk wereldkampioen. 2018 was een „intens” en „gelukkig jaar”. Maar achter de schermen had de wielrenster het zwaar. „Mijn hele leven draaide om fietsen. Ik kon er niet uit.”

Anna van der Breggen (28) komt anderhalf uur later dan gepland de lobby van het Van der Valk-hotel in Heerlen binnengelopen en verontschuldigt zich zuchtend. Ze zit hier met haar ploeg Boels-Dolmans om het seizoen af te trappen en kennis te maken met nieuwe collega’s. Haar schema laat weinig adempauze. De beste renster ter wereld komt deze dagen amper aan trainen toe. „Het zit zó vol”, zegt ze na een handdruk. „Een ploegenpresentatie, socialmediatraining, nieuwe kleding passen, materiaal doormeten, teambuilding, interviews. We gaan van het ene ding naar het andere, ik heb nog geen moment rust gehad.”

Vind je dat leuk, zo’n week?

„Ik vind het dit keer wel erg druk. Iedereen wil een momentje met je. De hele dag praten over jezelf en wat je van alles vindt. Niet vervelend, maar het kost me veel energie, omdat ik niet zomaar een riedeltje wil afdraaien. Ik wil altijd eerlijk en mezelf zijn.”

Wijs je veel verzoeken af?

„Ik krijg vaak de vraag of ik éven op een school wil komen, of éven naar een kerk aan de andere kant van het land. Voor een training of een clinic. Soms voel ik me net een merk. Als ik overal ja op zou zeggen ben ik er snel klaar mee.”

Je komt ook niet over als iemand die graag in de spotlights staat.

„Nee, helemaal niet. Soms kom ik terug van een praatje en denk ik: dit was tof om te doen. Een andere keer voelt het ongemakkelijk. Mensen moeten openstaan voor je verhaal.”

Wat is dat verhaal eigenlijk?

„Vaak willen bedrijven iets horen over doorzettingsvermogen”.

Cliché zeg.

„Ja, cliché, maar veel mensen weten niet wat het inhoudt om topsporter te zijn. Die denken dat ik na mijn training nog even naar mijn werk ga. Ik leg ze dan uit wat ik doe op een dag.”

Wat doe je op een dag?

„Ik probeer negen tot tien uur per nacht te slapen. Ontbijten met Sierk Jan [de Haan, haar man, oud-renner] vind ik belangrijk, want we zijn niet veel samen. Dan stap ik op de fiets, doe ik een training van vier uur, stap ik onder de douche, en maak ik een goede lunch. Daarna kan ik even ontspannen. Tegelijkertijd is er altijd wat te doen in huis. De was, administratie, dat soort stomme dingen.”

Het lijkt je zwaar te vallen.

„Nee, helemaal niet, maar het is soms moeilijk uit te leggen hoe mijn leven werkt. Ik ben altijd wel iets aan het plannen, terwijl ik als ik goed wil zijn gewoon moet fietsen. Hoe meer ik ernaast doe, hoe minder het wielrennen wordt. Ik krijg ook altijd de vraag: mag je weleens een taartje of een patatje eten?”

Want een wielrenster moet goed op haar voeding letten, is het idee.

„Zeker, maar niet altijd zo strikt als mensen denken. Als ik een periode gezond heb gegeten, dan neem ik heus wel eens een hamburger met friet. Dat heb ik nodig, anders word ik knettergek. In deze periode van het jaar vind ik het alleen wel lastig dat ik veel bij familie en vrienden ben. Ik ben zo opgevoed dat ik eet wat de pot schaft. Ik pas me het liefst aan. Maar het zou sund [zonde] zijn als ik er in de training alles aan doe om goed te worden, en dan maar wat naar binnen werk. Op voeding moet je alles doen.”

Hoe doe je dat met Kerst?

„Dan gaan we op wintersport, met familie. Dus er kan wat ongezonds bij zitten. Dat is dan maar zo. Mijn familie is het belangrijkst.”

Je man vertelde al dat je een familiemens bent.

„Zo’n week is voor mij erg belangrijk. Zo vaak ben je niet samen met iedereen. Als wielrenner hoor je niet op wintersport te gaan, maar ik doe het wel want ik word er fris van. Tussen mijn oren. Ik ga ook langlaufen en mountainbiken, ik blijf in beweging.”

Ik word een beetje moe van die sportverkiezingen

Anna van der Breggen wielrenner

Anna van der Breggen heeft het beste jaar uit haar carrière gehad. Ze won in het voorjaar bijna alle klassiekers waar ze aan meedeed – Strade Bianche, de Ronde van Vlaanderen, de Waalse Pijl voor de vierde keer, Luik-Bastenaken-Luik – en ze kroonde zich voor het eerst tot wereldkampioen, na zes zilveren medailles. Begin deze maand werd ze uitgeroepen tot wielrenster van het jaar en ze hoort ook bij de vier genomineerden op het Sportgala. De winnares wordt deze woensdag bekendgemaakt.

Doet dat wat met je, die prijs?

„Ik heb het niet zo op verkiezingen. Wéér een competitie. Dit zijn de besten, en wie is daar dan weer de allerbeste van? Ik word daar een beetje moe van. Natuurlijk is het eervol, maar dat wil niet zeggen dat Annemiek [van Vleuten] ’m niet had verdiend. Er zijn meer Nederlandse rensters die mooie dingen hebben gedaan. Ik vind het ongemakkelijk. Niet eerlijk.”

Dus je nominatie voor Sportvrouw van het Jaar zit je ook niet lekker?

„Klopt. Zit ik wéér met Annemiek, en met twee olympisch kampioenen uit hele andere sporten. Kiki Bertens zit er niet bij. Daar was kritiek over, want ze heeft geen wereldtitel gewonnen. Die kan ze ook niet winnen, want er is geen WK tennis.”

Wat vind je van die kritiek?

„Waarom moet ik daar iets over vinden? Ik wil niet boven of onder iemand geplaatst worden. Ik sta náást Kiki.”

Ga je wel naar het gala?

„Nee, en daar heb ik lang over nagedacht. Ik ben in Spanje op trainingskamp en zou eerder terug moeten vliegen. Dat kost alleen maar tijd. Je moet een mooie jurk hebben, want die wordt na afloop weer beoordeeld. Voor mezelf een jurk uitzoeken vind ik leuk, maar dat andere mensen gaan bepalen wat mooi is hoeft voor mij niet. Als ik zou winnen: tof, eervol. Ik zou trots zijn. En ik vind sportmomenten van het afgelopen jaar terugkijken leuk op zo’n avond. Maar aan de andere kant: je gaat weer laat naar bed, je krijgt eten dat je niet wil, je wordt er moe van, en echt lol heb ik er ook niet in. Ik weet al dat mijn jaar niet beter had gekund.”

Ze vertelt over hoe fantastisch het voorjaar was. Alles lukte. Zelfs op een mountainbike won ze, een discipline die ze niet eerder deed maar die erg belangrijk bleek. Ze werd er zelfverzekerder van, sterker, explosiever – een completere renner.

Maar in september, in de periode die voorafgaat aan het WK wielrennen in Tirol, heeft Van der Breggen het zwaar. Dat weten alleen intimi. Een paar maanden na een van de mooiste wedstrijden die ze ooit reed schrijft ze een openhartig blog op haar website. Het gaat over ‘de regen achter de regenboog’, waarmee ze doelt op de enorme druk die ze heeft ervaren om eindelijk wereldkampioen te worden, hetgeen lukt, met een ongeziene overmacht.

Lees hier het artikel over de wegwedstrijd op het WK: Magistrale wereldtitel Van der Breggen

Waarom heb je dat blog geschreven?

„Omdat ik wilde laten zien wat druk kan doen met iemand.”

Waar kwam die druk vandaan?

„Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik dit jaar wereldkampioen wilde worden. Vorig jaar ging het er al over. Misschien had ik er toen beter niet over kunnen beginnen. De laatste maanden was het niet leuk meer. Ik móést hogere waardes dan ooit halen, genoeg slapen, genoeg trainen, goed eten. Iedereen die ik tegenkwam vroeg me naar het WK; journalisten, collega’s, familie en vrienden. Mijn leven bestond alleen nog uit het WK. En daar kan je dan niet even met iemand over praten.”

Val je op zulke momenten terug op je geloof? Praat je veel met Hem?

„Ik krijg geen kant en klaar antwoord terug hoor. Ik heb veel aan God, maar niet meer of minder als er een WK aankomt.”

Is het achteraf de moeite waard geweest?

„Elke keer als ik mijn regenboogtrui aantrek voelt dat mooi, dus ik zeg nu ja. Die trui hoort bij de beste renster ter wereld, dus ik ben er erg trots op, zeker als ik met de ploeg een ritje ga doen. Ik geniet juist omdat het niet makkelijk was, en omdat het al vaak niet lukte. De verwachtingen waren zo hoog, het móést echt gebeuren. En niet alleen meer van mezelf, maar voor mijn gevoel van heel veel mensen. Ik kreeg het beste materiaal, het beste wedstrijdschema, thuis was ik niet de gezelligste meer. Mensen bij de ploeg offerden zich voor mij op. Op een gegeven moment had ik het gevoel dat ik alleen nog maar met die wedstrijd bezig mocht zijn. Fietsen was niet vrijblijvend meer. Het was alsof ik de controle verloor.”

Dat benauwde je?

„Ja, ik werd geleefd. Ik kon er niet uit.”

Wielrennen is maar een onderdeeltje van mijn leven

Anna van der Breggen wielrenner

Je hebt het veel over je opvoeding. Je hebt duidelijke normen en waarden meegekregen. Als mensen energie in jou steken, geef je dat terug. Kan dat je in de weg hebben gezeten?

„Ja, misschien ligt het wel aan mijn opvoeding. Ik besef goed wat belangrijk is voor mensen, wat ze allemaal voor me doen. Dat geeft veel vertrouwen, maar het verlaagt de druk niet.”

Je echtgenoot roemde juist je relativeringsvermogen. Hij zei: „Door haar geloof kan Anna dingen beter in perspectief plaatsen”.

„Ik weet niet of dat met het geloof te maken heeft. Het geloof zat bij mijn opvoeding, en ik gelóóf daar in. Wielrennen is altijd maar een onderdeeltje van mijn leven geweest. Nu is het alleen wat groter geworden. Het is mijn baan. Maar ik moet er niet aan denken dat ik alleen met fietsen bezig moet zijn. Fietsen blijft dat onderdeeltje. Zo denken is een kracht, maar ook een valkuil. Waar anderen alleen aan fietsen denken en langer door kunnen gaan, krijg ik de balen en dan wil ik wat anders. Het wielrennen is maar een klein wereldje. Als ik in de krant iets lees over het smelten van de Noordpool, dan denk ik: wat zijn we aan het doen?”

Ben je zo’n piekeraar?

„Na zo’n artikel ben ik er wel een tijdje mee bezig. Sinds ik las hoe slecht de vleesproductie is, ben ik gestopt met vlees eten. Ik maak me zorgen over het milieu. We hebben het soms over kinderen, maar misschien hoeft dat niet meer, leven we zo lang niet.”

Is het zo erg?

„We halen allerlei milieudoelstellingen niet en denken dan dat we wel even een paar jaar uitstel van de aarde krijgen. Dat is echt te simpel gedacht”.

Als wielrenner draag je weinig bij.

„Ja, en dan vlieg ik ook nog eens veel. Ik voel me daar best wel schuldig over”.

Je oom heeft bakkerijen in Oeganda en biedt kansarme mensen een baan. Je ging er heen op huwelijksreis. Zou je zoiets ook willen doen na je carrière?

„Weet ik niet, want het moet wel voor inkomen zorgen. Ik blijf ook graag verbonden aan de sport. Daar weet ik veel van, ik kan jonge meiden veel leren. Ik zie wel wat er op mijn pad komt”.

Je hebt alles gewonnen. Wat heb je nog te bewijzen in de wielersport?

„Ik kijk erg uit naar een jaar in de regenboogtrui te rijden. Zoiets maak ik misschien maar één keer mee.”

En zou het daarna tijd voor kinderen kunnen zijn?

„Dat ga ik jou niet vertellen. Ik wil het moederschap niet combineren met wielrennen. Stel je voor: kom je na vier uur trainen thuis, zit je met zo’n kleine.”