Veilingrecords in 2018: kunstmarkt blijft een teflon-koekepan

Kunstjaar 2018

Het regende veilingrecords in 2018. Met dank aan de ultra-rijken. Het meeste bleef bij het oude: diversiteitsbeleid blijft uit, New York blijft de veilinghoofdstad en Banksy steekt er lucratief de draak mee.

192 One Dollar Bills Book van de New Yorkse kunstenaar Ben Denzer kost precies het dubbele van het aantal dollars dat er inzit - en levert daarmee commentaar op de huidige kunstmarkt.
192 One Dollar Bills Book van de New Yorkse kunstenaar Ben Denzer kost precies het dubbele van het aantal dollars dat er inzit - en levert daarmee commentaar op de huidige kunstmarkt. Ben Denzer

Méér is beter. Het was een van de axioma’s van Andy Warhol. De Amerikaanse pop-artkunstenaar zeefdrukte twee Elvissen op één doek, of dertig Mona Lisa’s, of 192 één-dollarbiljetten.

Het op dat laatste schilderij geënte 192 One Dollar Bills Book ligt in de giftshop van het Whitney Museum in New York, waar nog tot april een groot Warhol-retrospectief te zien is. De New Yorkse kunstenaar Ben Denzer is de maker. Hij nam 192 knisperverse één-dollarbiljetten en deed daar een omslag om.

Denzers ‘boek’ is niet alleen heel Warholesk (Warhol heeft voor fans menig dollarbiljet gesigneerd), het doet ook een relevante uitspraak over de huidige kunstmarkt. De grap van het boek zit ’m in de verkoopprijs: 384 dollar. Door de biljetten in te binden verdubbelde Denzer de waarde. En zodra de gelimiteerde oplage (192 exemplaren) uitverkocht is, zal dit kunstwerkje ongetwijfeld verder in waarde stijgen.

Kunst toonde zich ook dit kalenderjaar weer een solide belegging. Al gold dat niet voor alle prijscategorieën. Zo daalt de veilingomzet voor kunst met een waarde tot 1 miljoen dollar al tien jaar. De omzet van kunstwerken met een waarde van meer dan 10 miljoen dollar stijgt daarentegen maar door. Sinds 2008 met 148 procent. Het zijn de superrijken die de kunstmarkt naar ongekende hoogte opstuwen.

Een uitschieter als vorig jaar, toen een aan Leonardo da Vinci toegeschreven Christusportret bij Christie’s geveild werd voor 450 miljoen dollar, was er niet. Maar de trend dat op kunstwerken van Triple A-kwaliteit geen maat staat, zette door. Dat geldt evenzeer voor andere bij rijken geliefde kostbaarheden. Zo veilde Sotheby’s in augustus een Ferrari 250 GTO uit 1962 (opbrengst 48,4 miljoen dollar), in oktober een fles Romanée Conti uit 1945 (558.000 dollar) en in november een druppelvormige parel die ooit toebehoorde aan de Franse koningin Marie-Antoinette (36 miljoen).

De spot van Banksy

Met de almaar stijgende veilingrecords dreef de anonieme Britse kunstenaar die zich Banksy noemt in oktober de spot. Direct nadat zijn schilderij Girl with Balloon in de Londense veilingzaal van Sotheby’s voor het recordbedrag van 1,2 miljoen euro was afgehamerd, zette Banksy een in de lijst verborgen papiervernietiger in werking. Die sneed de helft van het doek aan reepjes, onbetwist de stunt van het jaar.

De beelden gingen direct de wereld over en experts haastten zich om het halfvernietigde schilderij tot onderdeel van de kunstgeschiedenis te verklaren. Leuk voor de koper: de marktwaarde van het schilderij, of wat daar nog van over was, was door de shredder-actie in een paar seconden verdubbeld. Op zijn site spinde Banksy van tevredenheid. Hij had zijn eerder gemaakte punt over de speculatie met kunst, ook zijn eigen gezeefdrukte werk, andermaal gemaakt: „I can’t believe you morons actually buy this shit.”

Lees ook: Kritiek op de rijken maakte Banksy zelf rijk

Geen diversiteitsbeleid

Wat verder opviel is dat de kunstmarkt niet aan diversiteitsbeleid doet. Basquiat is nog altijd de enige donkere kunstenaar in de lijst met de hoogste veilingopbrengsten. En de ongelijkheid tussen de resultaten van door mannen en vrouwen gemaakte kunstwerken werd in 2018 evenmin kleiner. De dertig duurste kunstwerken zijn allemaal door mannen gemaakt. Het hoogste resultaat voor een ‘vrouwelijk’ kunstwerk werd in mei bij Christie’s geboekt: 16,6 miljoen dollar voor een abstract, uit 1969 daterend schilderij van Joan Mitchell. Een schijntje vergeleken met de 157 miljoen voor het naakt van Modigliani bij Sotheby’s in mei.

Ook de veilingrecords voor levende kunstenaars die dit jaar werden verbeterd bevestigden de tegenstelling tussen mannen en vrouwen. Een naakt van de Britse Jenny Saville (1970) bracht bijna 11 miljoen euro op. Het duurste ‘mannelijke’ kunstwerk, een zwembadtafereel van David Hockney (1937), deed zeven keer zoveel: ruim 79 miljoen euro.

Er bleef meer bij het oude. Zo is New York nog altijd de onbetwiste veilinghoofdstad van de wereld. Negen van de tien hoogste veilingresultaten werden in Manhattan bij Christie’s en Sotheby’s gerealiseerd. En Sotheby’s mag met de Modigliani het hoogste resultaat hebben geboekt, Christie’s bleef de onbetwiste marktleider. Het van oorsprong Britse veilinghuis behaalde acht van de tien hoogste resultaten en het organiseerde de veiling van het jaar: The Collection of Peggy and David Rockefeller. De drieduizend kavels kunst en antiek van de laatst levende kleinzoon van oliebaron John D. Rockefeller (1839-1937) brachten 832,6 miljoen dollar op.

De aanhoudende recordregen onderstreept het beeld van de kunstmarkt als een teflon-koekenpan, waar niks vat op lijkt te krijgen. De internetzeepbel, nine-eleven, de Tweede Golfoorlog, de Kredietcrisis, de lage rentestanden en de geopolitieke spanningen – steeds opnieuw slaagde de kunstmarkt er deze eeuw in om zich aan te passen aan lastige omstandigheden. Sterker nog: voor de ultra-rijken lijkt de kunst een toevluchtsoord – een investering die in onzekere tijden veel beter rendeert dan traditionele beleggingen.

Neem dollar-kunstenaar Andy Warhol. Wie in 2000 in zijn werk investeerde, heeft volgens veilingmarktregistrator Artprice.com een rendement van 114 procent gemaakt.

Top-10 veilingresultaten 2018

  1. Amedeo Modigliani (1884-1920): Nu couché (sur le côté gauche), 1917. $157.159.000 (14 mei, Sotheby’s, New York)

  2. Foto ALBA VIGARAY/EPA

    Pablo Picasso (1881-1973): Fillette à la corbeille fleurie, 1905. $115.000.000 (8 mei, Christie’s, NY)

  3. Foto STEPHANE DE SAKUTIN

    Edward Hopper (1882-1967): Chop Suey, 1929. $91,875,000 (13 nov., Christie’s, NY)

  4. Courtesy of Christie’s Images/AP

    David Hockney (1937): Portrait of an Artist (Pool with Two Figures), 1972. $90.312.500 (15 nov., Christie’s, NY)

  5. Foto Hogers & Versluys

    Kasimir Malevich (1878-1935): Suprematist Composition, 1916. $85.812.500 (15 mei, Christie’s, NY)

  6. Collectie Peggy en David Rockefeller

    Claude Monet (1840-1926): Nymphéas en fleur, 1914-1917. $84.687.500 (8 mei, Christie’s, NY)


  7. Henri Matisse (1869-1954): Odalisque couchée aux magnolias, 1923. $80.750.000 (8 mei, Christie’s, NY)

  8. Constantin Brancusi (1876-1957): La jeune fille sophistiquée (Portrait de Nancy Cunard), 1928. $71.000.000 (15 mei, Christie’s, NY)

  9. Willem de Kooning (1904-1997): Woman as Landscape, 1954-1955. $68.937.500 (13 nov., Christie’s, NY)

  10. Pablo Picasso (1881-1973): Femme au béret et à la robe quadrillée (Marie-Thérese Walter), 1937. $68.702.214 (28 febr., Sotheby’s, Londen)

    • Arjen Ribbens