Opinie

    • Peter de Bruijn

Callas en Pasolini waren echt verliefd

Peter de Bruijn Maria Callas debuteerde als filmactrice in een film van Pier Paolo Pasolini: ‘Medea’. De homoseksuele regisseur en de operadiva ontwikkelden een bijzondere relatie.

Maria Callas mag dan al meer dan dertig jaar dood zijn, ze was het afgelopen jaar toch nog alom aanwezig. De diva verscheen als hologram in een concert in Carré – met écht orkest – en ze was te zien in de intieme documentaire Maria by Callas van haar jonge bewonderaar Tom Volf. De regisseur spoorde vele onbekende opnamen en foto’s van Callas op – deels afkomstig uit privéarchieven. De meest opmerkelijke beelden in zijn film waren misschien wel de zonnige vakantiekiekjes van de diva aan de zijde van de Italiaanse filmregisseur Pier Paolo Pasolini. Callas stráált op die foto’s. Dat was haar in haar leven niet zo vaak gegeven.

Callas debuteerde als filmactrice in een gesproken rol in Pasolini’s Medea. Callas had vaak de neiging om verliefd te worden op haar regisseurs, ook als de regisseur min of meer openlijk homoseksueel was. Pasolini – homoseksueel of niet – maakte ook geen geheim van zijn diepe gevoelens voor Callas. Hij schreef liefdesgedichten aan haar en liet zich ontvallen dat hij maar van twee vrouwen in zijn leven echt kon houden: zijn moeder en Maria Callas.

De verhouding tussen Callas en Pasolini wordt meestal kuis omschreven als een platonische liefde. Maar hun verhouding stak toch wat gecompliceerder in elkaar. Daarover schrijft de inmiddels 82-jarige Italiaanse schrijver en theatermaker Dacia Maraini in een schitterend stuk in het jongste nummer van het culturele tijdschrift Lettre International. Ze typeert de verhouding tussen Pasolini en Callas als „een haast kinderlijke liefde”, die vooral bestond uit „heimelijke kussen, intense omarmingen met gesloten ogen, verlatingsangst en lange telefoongesprekken”. Maraini kan dat allemaal weten want ze was destijds een boezemvriendin en vertrouweling van Pasolini. De regisseur nodigde haar – om zijn zenuwen te bedwingen – zelfs uit om aanwezig te zijn toen hij Callas aan zijn moeder voorstelde.

Maraini vergezelde Pasolini en Callas begin 1970 ook bij een reis door Mali. In dat land zocht de regisseur naar locaties voor zijn voorgenomen bewerking van de klassieke tragedie Oresteia, die hij wilde situeren in Afrika. Na op een avond te zijn gestrand met autopech moeten de vrouwen een kleine slaapkamer delen. Daar begint Callas onverwacht intieme vragen te stellen over Pasolini: „Denk je dat hij in staat is om van iemand te houden?”, vraagt ze aan Maraini. „Ik heb altijd pech met mannen. Ik wil me niet weer aan de verkeerde binden.” Dat Pasolini met haar zo graag en zo veelvuldig over liefde spreekt, vindt Callas eigenlijk een beetje verdacht. „Als een man voortdurend het woord ‘liefde’ in de mond neemt, betekent dat dat hij geen behoefte heeft om je in zijn armen te nemen.” Maraini luistert aandachtig, maar houdt zichzelf ook voor om „met geen woord over zijn homoseksualiteit te beginnen, als de ander er niet eerst zelf over begint”.

Later in 1970 kwam Medea uit. De kritieken waren goed, maar het publiek kwam niet kijken. Langzaam maar zeker verflauwde de liefde. Pasolini en Callas verloren elkaar uit het oog.

Peter de Bruijn is filmrecensent.
    • Peter de Bruijn