Recensie

Recensie Film

Bumblebee: een heel lieve Transformer

Sciencefiction Bij Transformers-prequel ‘Bumblebee’ draait het verrassend genoeg niet om beukend en kreunend metaal, maar om emoties.

Charlie (Hailee Steinfeld) wordt vrienden met Autobot Bumblebee.
Charlie (Hailee Steinfeld) wordt vrienden met Autobot Bumblebee.

Lief en ontroerend zijn nu niet direct de woorden die je associeert met Transformers. Die reeks lawaaiige, door Michael Bay geregisseerde actiefilms draait om gigantische strijdrobots die in hectische montage op elkaar inbeuken, met vrouwen als oogsnoepje. Het zich in 1987 afspelende Bumblebee pakt het helemaal anders aan, met dank aan een veel sensitievere regisseur.

De hoofdpersoon van prequel Bumblebee is Charlie (Hailee Steinfeld), een humeurig achttienjarig meisje dat recentelijk haar vader verloor, naar The Smiths luistert en het liefst aan auto’s sleutelt. Op een dag treft ze een gele Volkswagen Kever aan bij de rommelige garage waar ze onderdelen haalt. De kijker weet dan al dat die Kever de naar de aarde gevluchte Autobot B-127 is. Zij noemt hem Bumblebee en sluit vriendschap met hem, hij leert communiceren via de autoradio. Het probleem is dat hij opgejaagd wordt door vijandige robots, de Decepticons.

Wat volgt is een plezierige film die meer aandacht besteedt aan de karakterisering van Charlie, haar zwarte buurjongen Memo en Bumblebee dan aan actiescènes. Die zijn er wel, maar ze voeren niet de boventoon. Zo ontstaat een verhaal waarin emoties centraal staan, vooral die van Charlie: zij moet leren omgaan met de dood van haar vader. Super origineel is het allemaal niet, maar in vergelijking met de vijf voorgaande Transformer-films is Bumblebee zeer genietbaar.