Bijna niemand weet hoeveel een stuk kaas bijdraagt aan het broeikaseffect

Klimaatwetenschap Gewone consumenten hebben geen idee hoeveel CO2 er vrijkomt bij productie en vervoer van gewone voedingsmiddelen.

Foto iStock

Mensen onderschatten hoeveel broeikasgassen er vrijkomen bij de productie en het transport van voedingsmiddelen. Nog veel meer dan dat ze de uitstoot onderschatten van het gebruik van huishoudelijke apparatuur. Dat komt uit een onderzoek onder ruim 500 inwoners van de Amerikaanse universiteitsstad Durham en omgeving. Het artikel is maandag gepubliceerd in Nature Climate Change.

„In deze combinatie – voeding en huishoudelijke apparatuur – heb ik niet eerder een onderzoek gezien”, zegt Toine Timmermans, programmamanager duurzame voedselketens aan de Wageningen Universiteit. De uitkomst verbaast hem niet. „Mensen hebben vaak geen referentie. Een uitstoot van één ton broeikasgas, wat zegt dat nou.”

De voedselketen – productie, verwerking, opslag, transport, aanschaf – is goed voor 20 tot 30 procent van alle door de mens uitgestoten broeikasgassen. Het merendeel (circa 85 procent) komt vrij in de productiefase.

De proefpersonen moesten raden hoeveel energie het kost om van 19 voedingsmiddelen een serving size te produceren en transporteren. Ook moesten ze raden hoeveel broeikasgassen daarbij vrijkomen. Dat moesten ze afzetten tegen het gebruik van een gloeilamp gedurende 1 uur, wat 100 energie-eenheden kostte. Datzelfde moest voor het gebruik van 18 huishoudelijke apparaten.

Airco’s en walnoten

Bij de voedingsmiddelen ging het bijvoorbeeld om lamsvlees, kaas, eieren, tofu, rijst, walnoten, tomaten en tarwe. Bij de huishoudelijke apparaten om airco, vaatwasser, koelkast, koffiezetapparaat, tv en spaarlamp.

Van drie apparaten (dvd-speler, spaarlamp, laptop) werden energieverbruik en uitstoot iets te hoog ingeschat, van de rest te laag. Alle voedingsmiddelen werden tientallen tot honderden keren te laag ingeschat.

Volgens de auteurs zitten de proefpersonen er zo naast omdat hun kennis over het productieproces „fragmentarisch en incompleet” is. Bij voedingsmiddelen meer dan bij apparatuur. Wie weet dat herkauwers veel methaan uitstoten, dat er bij de productie van kunstmest veel CO2 vrijkomt, en dat meststoffen in de bodem worden omgezet in lachgas?

In een andere computertest kregen 120 proefpersonen zes dollar, waarvan ze er drie mochten houden en drie moesten uitgeven aan drie blikken soep à 1 dollar per stuk, die ze vervolgens ook mochten houden. Ze konden kiezen tussen rundvlees- en groentesoep. Bij de helft van de groep hadden de blikken een door de auteurs zelf ontworpen label, dat energieverbruik en de ‘koolstofvoetafdruk’ (een maat voor de broeikasgasuitstoot) weergaf. In de labelgroep werd beduidend minder rundvleessoep gekocht. Bijna de helft kocht geen enkele keer rundvleessoep. Dat was ongeveer twee keer zoveel als in de groep zonder label.

Maar Timmermans twijfelt aan het nut van een label op voedingsmiddelen. „Labels geven al tien jaar informatie over de kilocalorieën. En hoeveel mensen weten nu precies wat dat is?”

Lees ook: De mens stootte nog nooit zoveel CO2 uit als dit jaar

Zo’n tien jaar geleden, zegt hij , gingen supermarktketens als het Britse Tesco en het Franse Casino aan de slag met een broeikasgaslabel. „Maar ze zijn ervan teruggekomen, omdat het te complex en daardoor te duur was”, zegt Timmermans. Hoe achterhaal je bijvoorbeeld de exacte uitstoot van 100 gram varkensrollade? „Dan moet je weten waar dat varken is opgegroeid, wat het te eten heeft gekregen, waar en hoe dat eten is verbouwd, naar welke slachterij het varken is vervoerd, en wat er verder met het vlees is gedaan.” En zo’n levenscyclus-analyse (lca), zegt Timmermans, is voor een eenduidig product als varkensrollade nog betrekkelijk eenvoudig. „Doe dat maar eens voor een pizza.” Volgens hem kostte een lca tien jaar geleden al gauw 100.000 euro per product.